‘We hebben een alternatief voor aardgas nodig. Nu.’

Diederik Samsom in Middelstum (Groningen). De PvdA-leider liet zich er vorige week informeren over de aarbevingsschade in de kerk en sprak met bewoners uit de regio. Foto Kees van de Veen

Voor generaties Nederlanders betekende Slochteren gas en goedkope warmte. Voor politici betekende het geld voor de schatkist, waarmee Nederland een omvangrijke verzorgingsstaat bouwde. Maar de afgelopen weken kreeg de gasbel ook een nieuwe betekenis. In het besluit van minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) om de gaswinning daar terug te schroeven vanwege toenemende aardbevingen zat een onwelkome boodschap besloten: het einde van het eigen gas – altijd een ver en vaag toekomstperspectief – is opeens dreigend dichtbij.

PvdA-leider Diederik Samsom voelde het ook, toen hij anderhalve week geleden de woedende Groningers bezocht die zich in de steek gelaten voelen door een inhalige overheid. Hij was een van de gezichten geworden van een coalitie die zich te weinig aan zou trekken van de angst van bewoners voor aardbevingen en de bijbehorende schade. Het was een aparte situatie, voor een voormalig Greenpeace-activist die altijd ageerde tegen fossiele brandstoffen en als politicus lange tijd tevergeefs ijverde voor verduurzaming van de Nederlandse energiebronnen. Tegelijk bracht het moment ook een urgentie die Samsom lang miste in het publieke debat: Nederlanders werden opeens geconfronteerd met een les „die we al veel eerder hadden moeten trekken”.

Welke les bedoelt u?

„Wat er de afgelopen weken in Groningen gebeurde, heeft ons laten voelen wat we eigenlijk al wisten. Onze energievoorziening raakt op. Je zou kunnen zeggen: we kopen het gewoon ergens anders. Maar dat is een cruciale fout: onze economie kan niet zonder een toekomst- en schokbestendige eigen energievoorziening. We hebben een eigen alternatief voor ons aardgas nodig. We moeten niet afhankelijk zijn van andere landen. Een raket door de Straat van Hormuz en de olieprijs schiet omhoog. Opkomende landen zullen steeds meer fossiele brandstoffen opeisen. We moeten nú kiezen voor een nieuwe duurzame energievoorziening. Alleen inzetten op schaliegas, zoals de VS nu doet, is geen goed idee. Ook dat raakt op.”

Het kabinet heeft een half jaar geleden toch al een energieakkoord gepresenteerd?

„Het was een mijlpaal, noodzakelijk om verder te komen. Het akkoord heeft een stabiele maatschappelijke consensus gecreëerd om naar een duurzame energievoorziening te groeien. Maar het is niet genoeg. De ambitie is om in 2050 volledig duurzaam te zijn. Daar is meer voor nodig dan het energieakkoord. En misschien is 2050 al te laat. We moeten de volgende stap nu al zetten.”

Wat ontbreekt er nu dan?

„Ik heb een visie waarin de overgang naar duurzame energie mede bijdraagt aan de ontwikkeling van een duurzamer en schokbestendiger economie. Nu drijven we nog te veel op dienstverlening, vooral financiële. Maar dat verdienmodel is niet schokbestendig genoeg, kijk maar naar wat er de afgelopen jaren gebeurde. We moeten naar een nieuwe maakindustrie: weer meer dingen gaan maken. En dan pleit ik voor een maakindustrie die gekoppeld is aan duurzame energie. Dat levert nieuwe economische groei en een nieuw soort banen op.”

Dat lijkt op het Duitse model van de Energiewende.

„Dat klopt. Wij hebben nu de gasschok. Zij hadden ook een schok toen na Fukushima bleek dat hun afhankelijkheid van kernenergie kwetsbaarder was dan ze dachten. Hun waardering voor de maakindustrie heb ik ook. Kansen hebben we genoeg: we zijn perfect gesitueerd. Nederland heeft het grootste oppervlak aan ondiep water ter wereld voor de kust liggen, voor windmolenbouw. We zitten ook goed voor het aanboren van aardwarmte. En Nederland is zo dicht bebouwd, dat bij ons zonnepanelen geen kostbare landbouwgrond zouden opslokken. We zitten midden in de meest energievragende regio ter wereld, als je vanuit de ruimte kijkt, is Noordwest-Europa het meest verlichte plekje op aarde.

„We denken dat we achterlopen. Maar we hebben de slimste mensen en innovatieve industrieën. We denken wel eens dat onze scheepsbouw naar de gallemiezen is. Maar niets is minder waar. Neem Damen Shipyards, dat onder meer kleine bootjes maakt voor de offshore-industrie, steeds meer ook voor windmolens op zee. Of Ampelmann, dat stabiele platforms bouwt voor die scheepjes, zodat je met elk soort weer onderhoud aan de molens kan plegen. Zo worden de onderhoudskosten voor windmolens, waar nu zo over wordt geklaagd, ook lager. In Wageningen zijn ze leidend in de biotechnologie die nodig is voor het winnen van methaan uit mest. ‘Groen’ gas dus. Denemarken en Duitsland lopen voor in de bouw van windmolens. Maar Nederland is leidend in de funderingen voor molens op zee.”

Kortom: laat de markt zijn werk doen.

„Die luxe hebben we niet. Als je het aan marktkrachten overlaat dan maken wij de noodzakelijke overstap te langzaam en dus te laat. We moeten als overheid een actieve rol spelen, door de juiste ontwikkeling te stimuleren.”

Hoe zou dat dan kunnen?

„Een voorbeeld: de staat is eigenaar van Energie Beheer Nederland. Weinigen kennen dat bedrijf, het neemt voor miljarden deel aan projecten die olie en gas in Nederland en het continentaal plat opsporen, produceren en opslaan. Ze kunnen ook deelnemen in aardwarmte of offshore-windenergie om de energievoorziening in Nederland verder een duurzame richting in te duwen. Maar we kunnen bijvoorbeeld ook slimmer denken over ruimtelijke ordening: verplicht bij nieuwbouw daken op het zuiden, dat maakt zonnepanelen efficiënter. Zorg bij het inrichten van ondergrondse infrastructuur dat we straks makkelijk bij aardwarmte kunnen.”

Volgens marktdenkers waaronder uw coalitiepartner VVD, is de overheid notoir slecht in het sturen van industrieën, zeker innovatieve.

„Soms doet de overheid dat wel goed. Neem Duitsland met zijn Energiewende. Het is een misverstand dat dit mislukt, of energie te duur maakt. Mensen meten het af aan wat er zou gebeuren als je niets had gedaan. Dat lijkt op de korte termijn goed, maar levert op lange termijn veel meer schade op. Neem de bedrijven die ik noemde. Ze zijn innovatief, er werken briljante breinen, maar het is de overheid die een markt creëerde door windenergie te stimuleren. Met een kleine overheid die zich alleen bezig houdt met veiligheid en immigratie kom je er niet.”

U heeft nu macht. Wat doet u om van dit idee praktijk te maken?

„Ik heb niet de illusie dat het eenvoudig zal zijn. Het is de meest complexe transitie die de Nederlandse maatschappij moet maken. Complexer misschien nog wel dan bijvoorbeeld de zorg, waar we ook veel veranderen. Omdat alles met alles samenhangt: klimaatverandering, milieu, internationale concurrentiepositie, werkgelegenheid, geopolitieke verhoudingen. Maar het is wel de belangrijkste verandering die we nodig hebben voor de toekomst.”

Helaas heeft u een coalitiepartner die heel anders over het vraagstuk denkt.

„Ik denk dat ik de VVD wel kan overtuigen van het belang van deze stap. Maar met alleen een magere meerderheid komen we er niet. Meer dan voor alle andere hervormingen geldt dat we voor deze stap een breed politiek en maatschappelijk draagvlak moeten vinden. Dat kan, daar ben ik van overtuigd.”

Het energieakkoord loopt tegen problemen op. Er zouden vijf kolencentrales worden gesloten, maar dat heeft de Autoriteit Consument en Markt geblokkeerd. Over het vermogen van windmolenproducenten om de kosten van windenergie op zee met 40 procent te laten dalen, bestaan twijfels.

„Over de kolencentrales maak ik mij geen zorgen, dat lossen we op. Tegen dat soort uitvoeringsproblemen loopt de overheid dagelijks aan. Die 40 procent is lastiger. Maar hier is het een kwestie van durf. Bedrijven moeten hun nek uit durven steken, nieuwe en slimme oplossingen verzinnen. Ik ben een technologie-optimist. Dat lukt.”