Waar blijft de nieuwe generatie boeren?

Van der Lely is blij met tv-programma Boer zoekt vrouw: „Dat zet de melkveehouder goed neer.” Foto Andreas Terlaak

In het kleine Maassluis, tussen de kassen, via de Maasdijk en links van het witte kerkje hangt sinds november een nieuw straatnaambordje. De Cornelis van der Lelylaan, staat er op. De TomTom kan de straat nog niet vinden, maar Alexander van der Lely is blij. De straat is vernoemd naar zijn vader die hier, in de Dijkpolder, samen met broer Arij in 1948 een klein familiebedrijf startte dat uitgroeide tot een wereldspeler in landbouwmachines. Samen stonden de broers aan de wieg van de robotisering van de koeienstal.

Tegenwoordig is Lely een van de paradepaardjes van de Nederlandse maakindustrie en in landbouwkringen bekend over de hele wereld. Met 2.000 werknemers, waarvan 1.000 in Nederland, maakt en verkoopt Lely landbouwmachines en robotica in zestig landen. Vestigingen zijn er in twintig landen.

De door Lely ontwikkelde melkrobot, een robot die koeien melkt zonder dat daar een mens aan te pas komt, is nu nog het belangrijkste product, en ook het meest tot de verbeelding sprekend. Maar de Van der Lely’s hebben ook andere plannen. Zoals een machine die mest kan scheiden voor (gedeeltelijk) hergebruik.

Toch zullen weinig mensen buiten Maassluis en de landbouwsector gehoord hebben van Alexander van der Lely, de huidige directeur en jongste zoon van Cornelis, die meer dan tien jaar geleden overleed. De gefortuneerde Maaslander – volgens zakenblad Quote goed voor een vermogen van 300 miljoen euro – oogt verlegen en kiest zijn woorden voorzichtig. Net als zijn vader hield hij, op een paar interviews in vakblad De Boerderij na, de pers liever op afstand.

Waarom?

„We zijn altijd bezig met het product, niet met de buitenwereld. Zo was mijn vader ook. Maar nu openen we een nieuwe fabriek. Ik hoop dat meer naamsbekendheid nieuwe werknemers aantrekt, want om de schaarse techneuten binnen te halen moet Lely concurreren met bekendere namen als Philips en ASML. Maar ik wil geen Bekende Nederlander worden. Mijn hobby’s zijn tennis en snowboarden, meer hoeven mensen toch niet over mij te weten?”

Liever praat Van der Lely over de hypermoderne ‘campus’, compleet met tropische, zuurstofregulerende bomen en dakterras met sportveld. Hij investeerde 42 miljoen euro in het gebouw, waarin – heel modern – ook toeleveranciers zich kunnen vestigen. Sinds de crisis zijn banken terughoudend met de financiering van dit soort megaprojecten maar daar had Van der Lely geen last van. Net als zijn vader heeft hij, naar eigen zeggen, een stabiele bedrijfsstrategie en onderhoudt hij een goede relatie met de huisbank van het familiebedrijf, ABN Amro.

Wat voor man was uw vader?

„Mijn vader was enkel bezig met innovatie. ‘Altijd bezig met de meccanodoos’, zeggen we in de familie. Modelletjes maken. Altijd aan het werk. Nieuwe dingen uitzoeken, in het weekend aan de keukentafel. Er staan wel tienduizend octrooien op zijn naam. Dat terwijl hij de lagere school nooit heeft afgemaakt. Hij moest al vroeg meewerken op de boerderij van zijn vader. Sommige concepten sloegen aan en sommige concepten kwamen tien jaar te vroeg. Zo bedacht hij de volledig hydraulisch aangedreven tractor. Dat is nu normale techniek, maar toen nog veel te duur om te maken.”

De Willie Wortel van de landbouw?

„Nou ja, conceptueel dan. Hij bedacht het, en samen met zijn broer Arij ontwikkelden ze de plannen. Een van hun bekendste landbouwwerktuigen, de eg, was zó vernieuwend dat iedereen het wilde gebruiken. Dat werktuig werd, eind jaren zestig, de internationale doorbraak van Lely. We bouwden er tienduizend per jaar en gaven ook nog eens vijftien licenties uit zodat andere bedrijven het konden bouwen.”

U werd in 1968 geboren in Zwitserland. Wat is uw band met de Dijkpolder?

„Mijn vader verhuisde naar Zwitserland om het bedrijf vanuit daar internationaal te leiden. Hij was verliefd op het land en stierf daar ook. Toch wilde hij hier begraven worden, op het erf van zijn ouderlijk huis. Daar liggen de roots van het bedrijf en dat geeft de Dijkpolder ook voor mij emotionele waarde. Ik heb dertig jaar in de bergen geleefd, maar ik mis ze niet. Ik vind de werkomgeving hier fijner.”

Maar waarom is de houdstermaatschappij dan in Luxemburg gevestigd?

„Dat is puur omdat ik de ondernemerswet in 2004, toen ik aantrad als voorzitter, niet helemaal lekker vond. Die wet is meer geschikt voor beursgenoteerde bedrijven en als familiebedrijf wilde ik meer flexibiliteit. Hoe commissarissen benoemd moeten worden, wil ik zelf bepalen.”

En omdat het fiscaal aantrekkelijker is?

„Nee, mijn kantoor zit hier in Nederland, dus ik betaal hier gewoon belasting.”

Uw bedrijf geeft geen gedetailleerd inzicht in de jaarcijfers. Omdat uw holding in Luxemburg zit, hoeft dat ook niet. Heeft Lely iets te verbergen?

„Nee, die cijfers vind ik persoonlijk. Het is een familiebedrijf en de cijfers worden direct in verband gebracht met de familie. Ik wil wel zeggen dat we gegroeid zijn van een omzet van 150 miljoen in 2005, naar een omzet van 565 miljoen in 2012. De winstmarge fluctueert, maar we hebben geen verlies gedraaid. Ook wij zijn geraakt door de crisis, maar er zonder reorganisatie doorheen gekomen.”

Sinds 2012 verkoopt u ook windmolens van Aircon. Vanwaar de strategiewijziging?

„De melkrobot is nog steeds ons grootste product. Het leuke aan een windmolen is dat die de melkrobot ook meteen van energie voorziet en de boerderij energieneutraal maakt.”

De boer wordt zelfvoorzienend?

„Wereldwijd is er hooguit nog 5 procent land beschikbaar voor landbouw, terwijl de wereldbevolking groeit. Dus boeren moeten efficiënter werken. Door arbeid te vervangen door robots heeft de moderne boer veel meer informatie tot zijn beschikking. Ook daar kan hij zijn bedrijf efficiënter mee managen. Wanneer een koe het beste gemolken kan worden, bijvoorbeeld. Dat heeft zo’n robot in de gaten. We hopen dat onze machines een nieuwe generatie melkveeboeren aantrekt, want de oude garde raakt op.”

Is vergrijzing in de sector een probleem?

„Ja, in veel landen in West-Europa is de gemiddelde melkveehouder iets ouder dan zestig jaar. De populariteit van zijn werk neemt af. In Rusland bijvoorbeeld, is het moeilijk om nog personeel te krijgen dat in een stal koeien wil melken. Men werkt liever in een warme fabriek.”

U wilt de melkveehouderij weer sexy maken?

„Dat vind ik wel een heel modern woord. Maar ja, we willen het interessanter maken door moderne machines te introduceren. De nieuwe generatie moet zien dat de melkveehouder in de natuur werkt, maar ook een ondernemer is met een eigen bedrijf. Minder boer, meer manager.”

Dan ben u vast gelukkig met het succes van tv-programma Boer zoekt Vrouw?

„Nou, eigenlijk wel. De Nederlandse versie zet de melkveehouder goed neer. Als een ondernemer die zijn bedrijf aanstuurt. De Duitse versie doet dat niet goed. Daarin wordt de melkveehouder neergezet als simpele ouderwetse boer met een paar koeien, die hij handmatig melkt. Daar ben ik minder blij mee want we verkopen ook in Duitsland.”

Heeft u de nieuwe generatie Van der Lely al overtuigd?

„Mijn drie kinderen zijn nog jong – 9, 11 en 13 –, maar ik test het al wel een beetje uit, natuurlijk. Ze hebben bijvoorbeeld al een zegje gehad over het interieur van de fabriek. Dat is het begin. Maar zelfs als ze niet bij Lely willen werken, blijven we een familiebedrijf. We zullen nooit naar de beurs gaan.”