Vraagbaak met een hart voor ‘haar’ Iraanse dissidenten

Foto Trigger BV

Vanuit haar kamertje in de ambassade in Teheran bouwde Loes Bijnen in zes jaar tijd een enorm netwerk op van Iraanse dissidenten. „Ze kende werkelijk iedereen; ze kwamen allemaal bij haar langs”, zegt NRC-correspondent Thomas Erdbrink. „Ze was op haar terrein ook een vraagbaak voor andere ambassades en internationale organisaties. Daarom was ze een belangrijk doorgeefluik naar de wereld. Via haar kregen sommige dissidenten belangrijke internationale mensenrechtenprijzen.”

Bijnen was een bijzondere, bescheiden en warme vrouw. Ze werkte ruim veertig jaar in dienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Teheran werd in 1999 haar achttiende standplaats. In 2004 ging ze op 67-jarige leeftijd met pensioen. Toen ze 65 werd, was zelfs het ministerie ervan overtuigd dat voor Loes Bijnen geen opvolger beschikbaar was en werd haar bij hoge uitzondering gevraagd nog twee jaar na te dienen, vertelt Ronald Mollinger, die in die tijd ambassadeur in Teheran was. Hij noemt haar „het kloppend hart van de emigratieafdeling van de ambassade”.

„Loes wist altijd de echte dissidenten te vinden”, zegt Erdbrink, „niet degenen die de oppositie als mogelijkheid zagen om carrière te maken. Ze had hart voor ‘haar’ dissidenten, mensen die hun nek uitstaken, ze wilde hen helpen.” „Ze was een levende encyclopedie op het gebied van mensenrechten in Iran. Ongelooflijk wat er in haar hoofd zat”, zegt Marcel van der Heijden van de ontwikkelingsorganisatie HIVOS.

Ze verliet Iran met pijn in het hart. Maar ze bleef in Nederland actief bezig met de mensenrechten. Ze schreef onder andere opinie-artikelen waarin ze wees op misstanden zoals de vervolging van de Baha’i-minderheid in Iran. „Ze kwam vrijwel altijd op debatten en evenementen die wij organiseerden”, zegt Van der Heijden.

„Op allerlei fora was zij altijd bijzonder goed voorbereid en scherp. Ze deelde zeer bruikbare informatie die haar werd toevertrouwd door activisten uit Iran”, zegt Boris van Westering, die haar leerde kennen op de ambassade in Teheran. „Ze was heel bescheiden. Ze begreep soms niet waarom zij werd gevraagd als Iran-expert – die schijnwerpers waren toch niet voor haar bedoeld? Dan haalde ze een papiertje uit haar zak, las haar voordracht voor en kreeg de zaal stil.”

Haar laatste jaren waren moeilijk, met name na het overlijden van haar man. Ze hield op met de debatten, en trok zich steeds meer terug. Ze overleed op 28 december nadat ze een half jaar eerder bij een val haar heup had gebroken.