Staatsieportret, Heimat, Carlier

Koning Willem I in hermelijnen mantel en witte rijbroek met onthullende plooi in het fluwelen kruis – zo heb ik mijn staatsieportretten graag. Ik bekijk Willem en voel me nietig. En loop door, want ik ben niet voor hem in het Rijksmuseum, maar voor de voorstellen voor het staatsieportret van zijn nazaat, koning Willem-Alexander.

Ze hangen in een galerij om de hoek. Er zitten mooie werken tussen, maar ik zie ook hoe ingewikkeld zo’n staatsieportret ligt, nu. Nogal wat kunstenaars hebben geen idee van de hermelijnfactor. Ik bedoel, dat portret dat Hans Broek van Willem-Alexander schilderde is mooi, maar het mist het punt. Het zet hem nadrukkelijk neer als gewoon persoon. Dat is een koning óók en zo kan een kunstenaar hem beschouwen. Maar voor een staatsieportret moet dan eens zo onverbiddelijk doorschemeren dat deze gewone man onherstelbaar is getroffen door buitengewone omstandigheden: zijn geboorte.

Helemaal koning zijn de vier fotoportretten in noest zwart-wit van Ringel Goslinga. Niet dat er iets van hermelijn te zien is. Maar ik voel het in elk van deze foto’s. Au.

Willem-Alexander poseerde voor geen van de schetsen, wat Goslinga oploste door vier bekende acteurs te portretteren die ooit een koning speelden, van Lear tot Claudius. Voor zijn lens vervulden zij de rol opnieuw. Het resultaat is verbluffend. Goslinga promoveerde het harde zwart-wit tot een vacht: hun hermelijn. De terughoudende blik in hun ogen (bij alle vier en bij alle vier anders!) herinnert aan de plooi op de kwetsbaarste plek van de koning. Onkenbaar. Onaanraakbaar. Doorslaggevend.

Goslinga’s ontwerp is niet verkozen, het blijft een unvollendete. Ik bel hem op. Hij zegt: „Deze vier spélen de koning. Ik had graag ook het vijfde gemaakt: het definitieve portret, van een man die koning ís.” Dat zullen we nooit zien, maar we hebben zijn voorstudies. En die onthullen een koning als iemand buiten de orde.

Goslinga zal het zich niet realiseren, maar hij voegt zich in een traditie: bij gebrek aan de echte man buiten de orde (want die is nu eenmaal buiten de orde), zorgt de kunstenaar voor een onontkoombare plaatsvervanger.

Ik ga naar Die andere Heimat, de fabelhafte nieuwe film van Edgar Reitz, en daar arriveert zo’n figuur. In het schriele boerendorp op de Hunsrück (heilige grond sinds de serie Heimat) stopt een koets. De negentiende-eeuwse ontdekkingsreiziger en wetenschapper Alexander von Humboldt leunt eruit. Hij zegt iets. En weg jakkert de koets weer, maar alles is nu anders. Een geweldenaar is hij, daarom wordt hij gespeeld door de sjamanistische filmer Werner Herzog. Of nee, Herzog leent zijn aura uit voor dat ogenblikje-Von-Humboldt.

Net zo, binnenkort in de bioscoop: Robert De Niro als een bejaarde maffioso in American Hustle. Weer uit beeld voor je het weet, maar de rest van de film ruikt naar zwavel.

Vrouwen buiten de orde zijn er ook. Audrey Hepburn in Spielbergs Always, als een ladylike engel. Pina Bausch in de Fellinifilm E la nave va. Als zichzelf.

De almacht van wie buiten de orde staat, is fragiel. Zodra de gewone mensen zijn geweldigheid niet meer erkennen, volgt de afrekening.

In Den Haag, bij Galerie Liefhertje zie ik de tintelende video-installatie Let us be cheerful van Sarah Carlier. Over acht schermen glijden haar beelden vol verscholen gevoel. Opgewekte weemoed zet de toon. Op een van de schermen verschijnt een Lam Gods, op bijna ware lamsgrootte. Aan beide oren hangt een druppel – het Lam is van vanille-ijs. Een meisje in een communiejurk heft een mes en slaat het de kop af. Het bloedt rode siroop.

Sarah Carlier bezweert me dat in haar Vlaamse omgeving voor ieder communiekind als het even kan zo’n duur ijslam wordt aangeschaft. „Zonder is je communie niks waard. Je mag het de kop afslaan en dan stort iedereen zich op het ijs.” Carliers eigen lamsontkopping werd een drama: „Ik deed het niet goed. Ik sloeg scheef en toen stroomde de siroop niet.”

Terwijl het Lam inzakt en het ijs het suikerbloed bedekt, verbeeldt Sarah Carlier wat afscheid nemen betekent. In een petfles richt zich een scheepje op onder de handen van een van de laatste mannen die dat nog kunnen maken. Een ballon valt in een cactusveld en ploft. Een man kijkt verliefd naar een kanarie, die dan weg vliegt. Er is veel water, het stroomt, het bevriest, het drupt. Intussen smelt het Lam en neemt Carlier afscheid van haar verleden. Van de macht van het Lam.