Sikh-liefdesfilm gekuist in India

De imposante Indiase openingsfilm van het Rotterdams Filmfestival Qissa is voor de regisseur, Anup Singh, een project dat helemaal teruggaat tot zijn jeugd.

De film, tot en met donderdag op het festival te zien, vertelt het verhaal van een familie van sikhs die door het oorlogsgeweld rond de deling van India en Pakistan in 1947 van hun geboortegrond wordt verdreven. Dat stemt de patriarch van de familie zeer bitter; hij wordt gespeeld door de Indiase ster Irrfan Khan.

Als ook het vierde kind van de man een dochter blijkt te zijn, slaan bij hem de stoppen door. Hij besluit het meisje op te voeden alsof ze een jongen is. Maar Kanwar, het meisje dat een jongen moet zijn, komt tegen dat lot in opstand. Voor de lotgevallen van de hoofdpersoon stond de grootvader van de regisseur model, die in 1947 ook moest vluchten. Zelf heeft Anup Singh eveneens een verleden als vluchteling, want zijn familie moest later opnieuw vluchten: uit het Tanzania van Idi Amin, terug naar India.

Singh: „Zelf ben ik nooit zo bitter geworden als mijn grootvader. Hij had het gevoel dat hij echt alles was kwijtgeraakt. Toen ik eenmaal film had ontdekt, wist ik dat ik altijd en overal een thuis zou hebben in de cinema.”

De wortels van zijn film liggen ook bij de verhalen die hij als kind hoorde. „Ik herinner me dat ik als veertienjarige jongen het verhaal heb gehoord van een oude man die vertelde dat zijn dochter zich had verdronken tijdens de burgeroorlog van 1947, om haar eer te redden. Hij vertelde dat hij nog steeds droomde van zijn dochter, die hem in die waterput om hulp smeekte. Dat verhaal is mij altijd bijgebleven en dat is uiteindelijk een belangrijk deel van de film geworden.”

De film zal in India groot worden uitgebracht, vooral in het Punjabi sprekende deel van het land, waar de sikhs het sterkst zijn vertegenwoordigd. „Ik ben zelf een sikh en ik voel me nog steeds verbonden met het geloof, al draag ik niet meer de traditionele baard en het lange haar.”

„De eerste sikhleermeesters hebben heel poëtische teksten nagelaten, die vooral gaan over de verbondenheid met de kosmos en de natuur. Maar van oudsher is het ook een geloof van krijgers. De achterstelling en onderdrukking van vrouwen en meisjes is enorm, net als in veel andere religies. Ik zou willen dat mijn geloof weer wat dichter bij de zachtaardige, vrouwelijke kant zou komen die het van oudsher ook heeft. We dragen ons haar traditioneel al lang, dat helpt alvast een beetje.”

Het woord ‘Qissa’ is de benaming van traditionele sagen en legenden, vaak over de liefde: een jongen en een meisje, gescheiden door een rivier, moeten zich zien te verenigen. „Ik heb een soort tegenhanger willen maken van zo’n traditionele liefdeslegende. In mijn film gaat het om twee vrouwen die bij elkaar komen, of tenminste: een vrouw en een andere vrouw die moet doen alsof ze een man is. Omdat ik uitging van die verteltraditie, eigenlijk dezelfde traditie waaruit ook de verhalen van 1001 nacht stammen, kon ik op een vanzelfsprekende manier ook sprookjesachtige, magisch- realistische elementen toevoegen.”

Zeer ongebruikelijk voor een Indiase film is dat Singh een naaktsscène laat zien. In wanhoop toont Kanwar (knap gespeeld door Tillotama Shome) haar blote lichaam aan haar vader, die haar alleen als jongen wil zien. „Ik heb dat niet gedaan omdat ik een taboe wilde slechten in India of omdat ik de grenzen wilde opzoeken, maar simpelweg omdat dat het beste, meest betekenisvolle beeld was.” Op filmfestivals in India is die grensverleggende scène te zien geweest. Maar voor de Indiase bioscopen komt er een gekuiste versie. Daarbij is de actrice alleen vanaf de rug te zien. Singh: „Ik heb dat moeten doen omdat de Indiase censor anders zelf in de film zou zijn gaan snijden. Dan zou er helemaal niets van overblijven.”