Publicatiecultuur is medeschuldig aan zelfplagiaat

In de wetenschapsbijlage (18&19 jan) wordt breed uitgemeten hoe VU-hoogleraar Peter Nijkamp zich schuldig heeft gemaakt aan zelfplagiaat, dubbelpublicaties en onvolledige citaties. We moeten deze praktijken veroordelen, maar niet ophangen aan de publicaties van één persoon.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Nijkamp is een netwerkwetenschapper met een hoge reputatie, continu werkend aan vernieuwing van wetenschappelijke theorieën en toepassingen. Hij wordt voortdurend benaderd door andere wetenschappers om mee samen te werken en samen te publiceren. Bij veel publicaties voeren de co-auteurs het meeste werk uit, en levert Nijkamp support, ideeën, feedback en directe input.

Boeken en tijdschriften willen graag een bijdrage van zijn hand. Dat daarbij vaak sprake is van recycling is geen probleem. Natuurlijk zal Nijkamp ook uit zijn geweest op het verhogen van zijn output. Maar de omgeving heeft een belangrijke rol gespeeld in de manier waarop deze ‘recycling’ is ontstaan.

Hoe erg is dat dan? Oké, Nijkamp mag met slordige citaties en gekopieerde teksten de regels van academisch publiceren hebben overtreden. Het is echter geen geval van systematische fraude. Wetenschappers staan onder hoge druk. Om aan alle verwachtingen te voldoen, worden niet alle regels exact nageleefd. Dat is niet zorgvuldig, maar dient pas een halszaak te worden als het ongewenste effecten heeft. Volgens het artikel zou zelfplagiaat voordelen opleveren in de ‘strijd om schaarse banen en subsidies’. In Nijkamps geval is dat zeer onwaarschijnlijk. Beoordelingscommissies kijken doorgaans naar hoe iemands werk past bij een onderzoeksagenda, en niet naar totale aantallen publicaties.

Wat doen we er aan? Het probleem is al lang aangepakt. Protocollen zijn aangescherpt, en tijdschriften en uitgevers gebruiken sinds enkele jaren programma’s die ongeoorloofd recyclen automatisch controleren. Het is wellicht goed om het probleem in kaart te brengen, maar dan niet op de persoon gespeeld. Het zou de VU passen als ze het onderzoek naar Nijkamp zouden omzetten in een brede universiteitsbrede inventarisatie naar de publicatie-incentives en -cultuur. Wie wil weten hoe het met Nijkamp of een ander individu zit, kan gebruik maken van de universitaire bibliotheek en google.

Het zou wetenschappers en bestuurders passen als ze hun waardering uitspreken over Nijkamps bijdrage aan de economische en ruimtelijke wetenschappen. Dat betekent niet dat we onzorgvuldig recyclen en moeten goedpraten of negeren. Maar wel dat we fouten in de juiste context plaatsen. Het gaat niet om het afmaken van een lijstje: Stapel, Bax, Poldermans, Smeesters, Nijkamp ….