Op de Hahnenkamm kent lijden geen grens

De Noor Kjetil Jansrud tijdens de training op de Hahnenkamm eerder deze week Foto AFP

Skiet u even mee? U staat bovenop de Hahnenkamm en moet naar beneden. Voorzichtig glurend over de rand zijn alleen de contouren van Kitzbühel zichtbaar. Uw oplopende hartslag zegt: niet doen. Waar is de piste? Is er überhaupt een piste? Dan tikken de laatste seconden weg en wipt u over de rand. De hel tegemoet.

Steil. Mijn god, wat is dit steil. Zo voelt dus een stijgingspercentage van 85 procent. Tijd om te denken is er niet; de rede is uitgeschakeld. Er moet geskied worden. En hoe. Scherpe bocht naar rechts, scherpe bocht naar links. Brrr, wat gaat dit ijzingwekkend snel? Zeker meer dan 100 km/u.

En dan? Ineens lucht, alleen lucht. Een sprong. Dit is toch geen schansspringen? Het plotse hoogteverschil maakt een lancering onafwendbaar. Diep zitten, diep zitten, gewicht op de ski’s houden. Na zeker 50 meter zweven – of 60 of 70 meter? – volgt de harde landing. Welkom in de Mausefalle. Ontsnappen is onmogelijk.

Waarna de kritische passages met de mooiste namen elkaar binnen twee minuten razendsnel opvolgen. Scherpe bochten, waar de middelpuntvliedende kracht het melkzuur uit de benen pompt. Of ijzige ellipsvormige delen waar de snelheid voorkomt dat je omvalt en het materiaal op zijn deugdelijkheid wordt getest. En voortdurend die hobbels, die alle botten, niet één uitgezonderd, doen rammelen.

Ha gelukkig, daar is de rode finishpoort. Nog een laatste scherpe bocht naar rechts, pfff. Maar what the hell is dit? Weer een sprong. Kent lijden dan geen grens? Het moet, het moet, die laatste krachten aanspreken. Gelukt, de finish gehaald. De hel overleefd. Het gevoel? Geradbraakt en gebutst. Maar bovenal opgelucht.

Wie de Hahnenkammrennen beëindigt is een held. En wie wint vergaart eeuwige roem. Met recht, want de afdaling in Kitzbühel is veruit de gevaarlijkste van het wereldbekercircuit voor alpineskiërs. Vraag het de leider in de algemene rangschikking, de Noord Aksel Lund Svindal: „Voor de start van een afdaling praten we met elkaar, behalve bij de Hahnenkammrennen, dan is het ijzig stil.”

Onverantwoord? Nee, zeggen de skiërs. De afdaling in Kitzbühel, de enige in Oostenrijk voor de wereldbeker, kent een geschiedenis van zware crashes, maar niemand klaagt. De skiërs wijten ongelukken aan pech of fouten, niet aan de omstandigheden. Afdalen, vooral op de Hahnenkamm, dat is het echte skiën, vinden ze.

Het vertrouwen is gestoeld op hun kennis en kunde, maar de laatste jaren vooral op verbeteringen van de veiligheid. De tijd is voorbij dat netten, die dienst doen als valschermen, ontbreken; nu is de piste in Kitzbühel omzoomd met twaalf kilometer net. En de snelheid is gereduceerd door meer bochten aan te brengen. Ontegenzeglijk veiliger, maar voor de skiërs zwaarder. Er worden tegenwoordig dusdanig hoge snelheden bereikt dat een vrijwel loodrechte lijn naar beneden, zoals voorheen, tot dodelijke slachtoffers zou leiden.

De laatste jaren is vooral veel aandacht besteed aan de outfit. De tijd is voorbij dat Formule 1-baas en vaste eregast Bernie Ecclestone bij zijn kennismaking met de Hahnenkammrennen uitriep: „Mijn god, die mannen skiën bijna naakt.” Eerst kwam er de rugbeschermer en sinds dit jaar is de helm sterk verbeterd. Na lichte oppositie van skiërs, vanwege het afgenomen hoorvermogen, hoor je niemand klagen. Ja, die ie wat groter en zwaarder is. „Maar zelfs daaraan ben ik intussen gewend”, zegt de Oostenrijkse routinier Klaus Kröll. En de Zwitser Didier Defago, olympisch kampioen van 2006 en in 2009 winnaar in Kitzbühel, spreekt van een bijkomend voordeel. „De geluidsafname geeft me het gevoel dat het langzamer gaat, waardoor ik me tot het uiterste push.”

De volgende, vrijwel zekere stap wordt de airbag, die de skiër bij een crash oppompt tot een Michelinmannetje, maar bescherming biedt tegen vooral botbreuken. Het Italiaanse bedrijf Dainese presenteerde donderdag na drie jaar onderzoek het type voor alpineskiërs. Het bedrijf brengt sinds 2004 een airbag voor motorracers op de markt en sindsdien komen breuken daar bij hoge uitzondering voor.

De moeilijkheid voor skiërs zit ’m vooral in het moment waarop de airbag in werking treedt. Dat mag niet bij de geringste hobbel gebeuren. Het kostte veel tijd om de data te verzamelen voor bepaling van dat omslagpunt. De fabrikant verzekert nu dat de airbag alleen bij een crash open gaat.

Daarvan is nu ook de internationale skifederatie FIS overtuigd. Racedirecteur Günter Hujara zegt dat hij alleen nog een second opinion wil om te weten of de bult op de rug geen aerodynamisch voordeel oplevert. Volgens de fabrikant hebben windtunneltesten bij autobedrijf Ferrari uitgewezen dat tijdwinst te verwaarlozen is.