Onverzadigbare ouderen

Meneer P., een bewoner van het verzorgingshuis waar ik werk, heeft het Prader-Willisyndroom. Een symptoom hiervan is een onverzadigbare eetlust. Kort na de lunch – de tafel is net afgeruimd – krijgt hij een woedeaanval. „Het lijkt hier wel een concentratiekamp. Je krijgt hier niet eens middageten!”, schreeuwt hij. Sommige bewoners schrikken, maar andere zijn

Meneer P., een bewoner van het verzorgingshuis waar ik werk, heeft het Prader-Willisyndroom. Een symptoom hiervan is een onverzadigbare eetlust.

Kort na de lunch – de tafel is net afgeruimd – krijgt hij een woedeaanval. „Het lijkt hier wel een concentratiekamp. Je krijgt hier niet eens middageten!”, schreeuwt hij.

Sommige bewoners schrikken, maar andere zijn er als de kippen bij en morren mee dat het een schande is.

Meneer S., de helderste bewoner van de afdeling, doet niet mee en kijkt me aan. Ik vraag hem zijn medebewoners te zeggen dat ze echt al hebben gegeten. Zijn antwoord is luid en duidelijk: „Maar we hebben helemaal nog niet gegeten.” Hier kan ik niet tegenop en ik ga snel een grote stapel boterhammen met jam smeren voor de uitgehongerde menigte.

Femke Rom