Column

Ondernemende

politici

illustratie hajo

Ondernemerschap als mentaliteit. Of als pose. Je komt het, als je wat verder kijkt, overal in de moderne politiek tegen. Ook waar je het niet onmiddellijk verwacht.

Dinsdagavond vond ik mijzelf terug in Amsterdam, in een zaal op de Bos en Lommerweg, waar de ‘Rode Ondernemers in de PvdA’ bijeenkwamen. Geen drogisten uit de Dorpsstraat. Kosmopolieten, sommigen in kostuum, sommigen op sneakers, die zakelijk instinct paren aan iets van een links hart. Minister Lilianne Ploumen (Handel en Hulp, PvdA) was er ook: zij knikte heftig toen vanuit de zaal werd opgemerkt dat „de onderneming” het beste vehikel is gebleken om mondiaal sociale ongelijkheid te bestrijden.

Woensdagmiddag sprak ik in de Haagse Posthoorn een voormalig politiek assistent van een prominente oud-politicus. Hij leidde nu een advies- en lobbykantoor en onderhoudt veel politieke contacten. In Den Haag, zei hij, torende één lobby boven iedereen uit: ondernemersclub VNO-NCW.

Donderdagmorgen zat ik in de Kamer bij een hoorzitting over sociaal ondernemerschap. Begaafde jonge mensen die, zoals één het zei, „vanuit een bv de wereld verbeteren”. De ene hielp dementerende ouderen, de ander stuurde elektrische taxi’s de stad in. Ze werden bewonderend aangehoord door leden van de VVD, het CDA, de ChristenUnie en de PvdA.

En donderdagmiddag sprak ik aan de telefoon uitvoerig met Bert Otten, vicevoorzitter van de PvdA, oud-wethouder van Hengelo, nu werkzaam als overheidsadviseur bij Radar Advies.

Geen verrassing dat dit bureau zich afficheert, u voelde hem aankomen, als „ondernemend”. Bert Otten, die invalshoek verraste me meer, vertelde honderduit over de kansen die enkele grote projecten van Rutte II een bedrijf als Radar bieden.

Zoals bekend wil het kabinet miljarden bezuinigingen op de langdurige zorg, mede door die taak naar gemeenten over te hevelen. Ook wil Rutte II, via de zogenoemde Participatiewet, diezelfde gemeenten dwingen dat slecht plaatsbare werklozen (gehandicapten, verslaafden) gaan werken. In beide gevallen, zei Bert Otten, kunnen ondernemers deze gemeenten voortreffelijk helpen. Win-win.

Ongeveer daar zijn we dus beland: terwijl Den Haag nog zware debatten voert over hervormingen en miljardenbezuinigingen, denken politiek angehauchte ondernemers buiten het Binnenhof al na over manieren om de effecten van die bezuinigingen af te zwakken – én eraan te verdienen.

Nu hoort dit bij een terugtredende overheid. En Nederland is altijd een gemengde economie geweest: het naoorlogse compromis van Drees (PvdA) met de confessionelen stond de overheid toe de „uitwassen” van markten tegen te gaan. Staatsinterventie werd zo legitiem, sociale partners kregen medezeggenschap, niemand was dus de baas, ook de premier of de ondernemers niet – in feite is dit bestuursmodel nog altijd van kracht.

En de legitimiteit van staatsinterventionisme is minder in het geding dan het vaak lijkt. Bankiersbonussen korten, een kabinetsplan dat alle partijen steunen, is een ingreep in bestaande arbeidscontracten. Stelt u zich voor dat de staat zich bemoeit met het inkomen dat u met uw werkgever afspreekt. De Raad van State wees er deze week dan ook op dat de overheid zijn boekje hier ver te buiten dreigt te gaan. Maar denk niet dat veel burgers klagen. Of dat politici hun inconsistentie onder ogen komen: daarvoor is de populistische potentie van dit plannetje te groot.

Dus nog steeds draait lang niet alles in Den Haag om alleen ondernemerschap. Het verpolitiekte Den Haag, het Den Haag van overleg en compromis, het Den Haag van bureaucratisch priegelwerk – dat bestaat ook allemaal nog. Je zag het deze week in de herhaling van de fantastische documentaire die Jaïr Ferwerda maakte over de 87 dagen in 2002 waarin de LPF regeerde. En dan vooral in de rol van de LPF-minister van Economische Zaken, Herman Heinsbroek. Zo’n man die even orde op zaken kwam stellen – maar geen benul had in welke wereld hij verzeild was geraakt.

Tegelijk is de maatschappij grondig veranderd. Wat vroeger maatschappijleer was, heet nu op basisscholen ‘TopOndernemers’. Intussen ervoer de politiek hoeveel narigheid je krijgt als de overheid zichzelf als ‘ondernemend’ gaat gedragen. De verzelfstandiging van overheidsdiensten en –bedrijven vanaf de jaren tachtig bracht vooral slechtere dienstverlening tegen hogere tarieven. Woningcorporaties, NS, Loodswezen – enfin, u kent het lijstje, dat lang en droevig is. Uitgerekend deze week rondde de Eerste Kamer het debat af over de eigen parlementaire enquête naar het thema. De consensus is dat het zo in elk geval niet meer moet.

Zodoende resteert politici niet veel anders dan vooral te flirten met het imago en het gedrag van ondernemers. Zeker nu links er niet in slaagde, een veeg teken, de kredietcrisis te definiëren als bewijs van de klassieke sociaal-democratische kritiek op het kapitalisme.

Zo kon ondernemerschap een aspiratiebron voor de meest uiteenlopende politici worden – zie de Rode (en sociale) Ondernemers. Zo kreeg ondernemerschap de functie van het rechtvaardigste mondiale verdelingsmechanisme toebedeeld – zie Ploumen. En zo werd ondernemerschap ook voor links een middel om het effect van miljardenbezuinigingen te bestrijden – zie Bert Otten.

De gevolgen zijn klein en groot. De taal van de ondernemer sloop de politiek binnen. Als Mark Rutte in kleine kring vertelt dat hij naar zijn werk gaat, spreekt hij niet over „het ministerie”, neen, dan spreekt hij over „de zaak”. Als dezelfde Rutte Caraïbisch Nederland bezoekt, zoals vorig jaar zomer, is zijn voorstel aan politieke leiders daar: „samen veel geld verdienen”.

En als in april 2012 zijn eerste kabinet ten val komt, zo weten lezers van NRC sinds donderdag, maakt hij al na twee dagen tijd vrij voor een bijeenkomst met 120 ondernemers bij Cor van Zadelhoff, die samen een half miljoen euro aan de VVD gaven.

Dus niemand zal nog verbaasd zijn dat onder zijn premierschap een ‘Rijksdienst voor Ondernemend Nederland’ ontstond. Op haar website laat de dienst weten dat alles beschikbaar is voor de ondernemers: „(-) subsidie, zakenpartners, kennis en regelgeving”.

Op die hoorzitting in de Kamer hoorde ik voor het eerst hoe sociale ondernemers inspelen op de komende miljardenkortingen op de zorg, en de overheveling van die taken naar gemeenten. Eén van hen vertelde dat ze voor Breda uitrekenen hoeveel financiële schade die stad van overlast door dementerende ouderen heeft. En dat hij als bedrijf dan zegt: voor minder geld regelen wij vrijwilligers die deze ouderen bijstaan. Win-win.

Ook Bert Otten van Radar Advies bleek bekend met dit type oplossingen. Op zijn webpagina bulkte het van de termen uit de bedrijfseconomie (business case, herposi-tionering, etc.). Een uiting van sociale druk, zei hij: om iets voor elkaar te krijgen moet iedereen in deze sector zich voordoen als ondernemer. „We gebruiken allemaal dezelfde woorden.”

Zelf adviseert hij, vertelde Otten, gemeenten soms hun sociale werkplaatsen tot bedrijf om te vormen. En hij heeft collega’s bij Radar die al bezig zijn nu al in de komende private markt voor langdurige zorg te springen. „Als mijn collega’s – dit doet een dochterbedrijf van Radar – voor een lagere prijs het risico van een gemeente over kunnen nemen, is dat natuurlijk heel aantrekkelijk voor die gemeente.” En aantrekkelijk voor de collega’s van Radar? „Ja, dat ook natuurlijk.” Win-win.

Je kon hier kritiek op hebben: verdienen aan bezuinigingen. Maar je kon ook zeggen: op deze manier verzachten bedrijven de pijn.

Ik zei: hebt u nou voordeel van uw PvdA-vicevoorzitterschap? Ja en nee, zei Bert Otten. Het PvdA-werk is liefdewerk oud papier, het kostte hem twintig uur per week, het was eigenlijk niet meer te doen – daarom houdt hij er volgende maand mee op. Maar door het wethouderschap en werk in het PvdA-bestuur deed hij natuurlijk veel kennis van het openbaar bestuur op die hem als adviseur van pas komt. „Ik weet hoe politieke processen werken”, zei hij.

Nog steeds is niemand in Nederland de baas. Maar het is verrassend hoe eenvoudig, en weinig zichtbaar, het ondernemerschap de maat der Haagse dingen is geworden. Natuurlijk: dat de bezuinigingen op langdurige zorg nieuwe winstkansen voor (sociale) ondernemers bieden, kan voor betrokkenen goed uitpakken. Of verkeerd. Moeilijk te voorzien.

Maar dat de markten nu al worden bewerkt, nog voordat de Kamers met die miljardenbezuinigingen hebben ingestemd – je krijgt niet de indruk dat veel mensen, of Haagse politici, dit al in de gaten zullen hebben.