‘Na een fijne jeugd heb je meer kans op depressie’

Illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Voeden we onze kinderen te gelukkig op? Wie afgelopen week keek op nu.nl of een andere nieuwssite, zou het bijna gaan denken. Afgelopen maandag was er dit bericht te lezen:

Mensen die een onbekommerde jeugd hebben gehad, lopen op latere leeftijd een groter risico dat ze na stress een depressie krijgen. Omgekeerd geldt hetzelfde: een weinig gelukkige jeugd kan de kans juist verkleinen dat iemand na stress in een depressie belandt.”

Oeps. Als dit onderzoek klopt, zouden ouders die hun kind een zorgeloze jeugd proberen te geven, verkeerd bezig zijn. Dit vergroot immers alleen maar de kans dat hun kind later depressief wordt. Toch?

Waar is het op gebaseerd?

We kijken het onderzoek na. Esther Nederhof van het Universitair Medisch Centrum Groningen deed een studie onder duizend jongeren. Ze ging na hoe stressvol hun jeugd was. Ook moesten zij aangeven hoeveel stressvolle momenten (lees: narigheid) ze tussen hun 16de en 19de meemaakten. Een deel van de jongeren die als kind weinig stress meemaakten, bleek later een grotere kans te hebben depressief te worden na het meemaken van veel narigheid.

En, klopt het?

De nuance zit hem in het begin van de zin: alleen bij een deel van de jongeren werd een relatie gevonden tussen hun jeugd en depressie op latere leeftijd.

Nederhof verdeelde de duizend jongeren in drie groepen. De ‘switchers’ (mensen die goed kunnen multitasken), de ‘richters’ (mensen die zich goed kunnen richten op één ding) en de ‘gemiddelden’ (een groep die dit allebei een beetje kan). Bij de ‘switchers’ en de ‘gemiddelden’ werd géén verband gevonden tussen hun kindertijd en depressie. Een fijne jeugd had geen enkele invloed op hoe zij later met stress omgaan. Alleen bij de groep jongeren die niet goed kunnen multitasken, leidde een stressloze kindertijd vaker tot depressie.

„De strekking van mijn onderzoek is dus dat de relatie tussen stress en depressie niet voor iedereen hetzelfde is”, zegt Esther Nederhof.

Dat de kindertijd slechts voor een klein deel van de jongeren invloed heeft op een latere depressie, staat wél in het persbericht over het onderzoek dat het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) maakte. Persbureau ANP neemt dit nieuws als eerste over, onder de kop ‘Fijne jeugd? Meer kans op depressie’. In dit bericht is de nuancering weggevallen.

Foutje van het ANP?

„We hebben gedaan wat we moesten doen”, meent hoofdredacteur Marcel van Lingen. „We roken een nieuwtje in het persbericht van het UMCG. Alleen stonden er nogal wat moeilijke termen in. Vervolgens hebben we de onderzoekster gebeld en haar laten uitleggen wat er staat. Op basis daarvan hebben we een nieuw bericht gemaakt. Dit is nog gecontroleerd door de onderzoekster. Volgens haar stond er niets verkeerds in.”

Dus zijn we weer terug bij Esther Nederhof. De onderzoekster heeft het persbericht inderdaad goedgekeurd, zegt ze. „De journalist van het ANP heeft mij uitgelegd hoe zij werken: de berichten moeten kort zijn en er is weinig ruimte voor nuance. Dus toen ik het artikel kreeg opgestuurd, dacht ik: het is niet helemaal wat ik heb onderzocht, maar het is ook niet helemaal onwaar. Want een fijne jeugd kán leiden tot meer depressie. Dus ik heb die journalist maar teruggestuurd dat het oké is.”

Conclusie

De bewering dat een ‘onbekommerde’ jeugd meer kans geeft op depressie na stress, is half waar omdat dit slechts opgaat voor een deel van de mensen, namelijk alleen degenen die niet goed zijn in multitasken.