Motortje

Cadel Evans stond op het podium in de Tour Down Under. Zonnetje over het getaande gezicht, opkrullende mondhoeken. Weliswaar nog steeds met het vale waas van een IJzerfronter uit ’14-’18, maar toch niet ongelukkig. Eén halve arm in de lucht is voor Cadel al exhibitie van ongetemde vreugde.

Zijn rode BMC-shirt kreeg, daar in Australië, iets poëtisch.

In Argentinië stond Nairo Quintana van Movistar tussen de bloemenmeisjes. Ook niet met de flair van een Don Juan, maar met iets meer design dan Cadel. Frêle Columbiaan, de kinderlijke blik al even precair als zijn enkeltjes.

Cadel en Nairo: organisch verbonden met het landschap waarin ze fietsten.

Het nieuwe wielerseizoen is eindelijk begonnen. Speculaties over het treintje van Boonen en Cavendish worden paginabreed afgedrukt in kranten. Of nog: zal Marcel Kittel in 2014 de snelste renner ter wereld blijven?

Het wielerepos kan niet zonder de kunst van fabuleren.

Uitgerekend bij de warming-up van het wielerseizoen komt Danilo di Luca met een nieuw rondje doping het nest bevuilen waarin hij ooit glorieerde. Zelf levenslang geschorste recidivist, nu dan blaag in nijd en afgunst.

Typisch wielrennen.

Voetbalveteranen hoor je zelden nog als kanselredenaar, Willem van Hanegem uitgezonderd, maar ex-coureurs zijn niet te houden in hun eeuwige wijsheid. Alleen Hennie Stamsnijder, de mooiste wereldkampioen veldrijden die Nederland ooit heeft gekend, houdt zich halsstarrig op de achtergrond. Er is ook geen aandacht voor zijn rijke palmares.

Danilo.

Halfbakken playboy met een ego groter dan de oceaan. Doordrenkt van eigenwaan. Hij kwam op de Italiaanse televisie vertellen dat de top tien in de Giro zich per definitie dopeert. Anders lukt het niet. Volgens Di Luca zit overigens 90 procent van het peloton nog vrolijk aan het spul.

Er volgde een laatste doodssmak: renners maken tegenwoordig gebruik van elektromotortjes die verborgen zitten in het frame. Winst: 150 watt extra.

Insinuaties over mechanische doping circuleerden eerder al in en rond het peloton. Toen Fabian Cancellara in 2010 met verschroeiende overmacht Tom Boonen los uit het wiel reed en de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix won, begonnen ondergangsfilosofen luidkeels te zeuren over de verdachte hand van Fabian. Hij zou met microscopische beweging een minuscuul knopje aan het stuur hebben ingedrukt om het geheime motortje te activeren voor de finale.

Technisch is alles mogelijk. En fietsmerken zijn big business geworden. In hun mercantiele expansie zijn ze nu zelf hoofdsponsor van wielerploegen: Trek, Giant, Cannondale, Bianchi… De fietsenindustrie is booming, vooral in elitaire kringen. Het stalen ros mag iets kosten. De vraag naar een racefiets als vehikel van charme, populisme, yuppenmachismo en dorpsheroïek wordt stilaan een gebedsmolen.

De fiets als nieuw sacrament.

Allicht komen fietsfabrikanten dan in de verleiding om te bricoleren met technologische spitsvondigheden. Maar dat wil niet zeggen dat zo’n mechanisch gedopeerde fiets ook in het peloton wordt gebruikt. Het eerste bewijs moet nog geleverd worden. Aantoonbare concurrentievervalsing kan een merk zuur opbreken.

De slagen onder de gordel van een gefrustreerde banneling naar zijn ex-collega’s zijn morgen alweer vergeten. Niet de fiets, de renner blijft de ultieme attractie. Di Luca heeft geen moreel gezag meer om het peloton langs het mes te leggen.

Voor eens en altijd melaats.

Wielerfans zijn niet te ontmoedigen. Hun liefde voor de koers is gebouwd op geloof. Een geloof dat niet wankelt bij brakke verhalen over bloeddoping of mechanisch bedrog.

Straks staat de massa, in aandoenlijk zondagspak of bloemenjurk, weer met honderdduizenden te popelen om de renners over de Cauberg te zien vliegen. Er zal die avond alleen nog liefde zijn.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.