Column

Marcel Gangster Henk

Ik zat een minuut of vijf gefascineerd naar het versierde hoofd van Henk ‘Kapikane’ Kuipers te staren. Een baard, een bril met gouden montuur en op het kale hoofd een tekening van een doodshoofd waarin het woord ‘gangster’ was verwerkt. Het beeld riep vragen op die tijdens de door Henk belegde persconferentie in het clubhuis van zijn motorclub in Emmen niet werden beantwoord. Naast hem zat een man instemmend te knikken bij alles wat Henk zei. Hij hoefde ook niets te zeggen, de mening stond in koeienletters op de onderarm: ‘No Rules’.

Want daar draaide het allemaal om.

Binnen de motorclub Satudarah was het qua regelgeving ‘teveel poespas’ gebleken en daarom had Henk besloten om met zijn hele club over te stappen naar motorclub No Surrender van ‘generaal’ Klaas Otto, waar ze zich, zo was de hoop, beter konden concentreren op het wezen van de hobby: motorrijden en gezellig bij elkaar zijn.

Een paar weken eerder had ik op televisie een kritiekloze reportage van misdaadjournalist John van den Heuvel gezien die de gezelligheid rondom het hoofdkwartier van No Surrender in het Brabantse Zundert een tijdje had mogen volgen. Mannen voor wie het lijf belangrijker was dan het hoofd sloegen elkaar zo hard mogelijk met hun opgerolde leren hesjes op het lichaam en daarna gingen ze bier drinken en tegen John vertellen dat ze heel normaal waren.

En vooral niet crimineel.

Waar die associatie toch vandaan kwam was een raadsel.

Henk Kuipers benadrukte woensdag voor de zekerheid ook nog maar eens een keer dat zijn opzienbarende overstap niets te maken had met drugshandel, wapenhandel, witwassen en geweld en al die andere zaken waar Satudarah in zijn ogen ten onrechte mee werd geassocieerd.

„Dat zijn domme acties van individuen, niet van een club.”

Daarna meldde Henk nog even dat zijn overstap hem door de leiders die Satudarah wel trouw waren gebleven niet in dank waren afgenomen.

„Ik ben de kwaaie hond, ik krijg echt misselijkmakende reacties.”

Relativerend: „Maar die raken me niet. Als je opstapt weet je dat je dat soort dingen over je heen krijgt.”

Wat hem wel bleef verbazen was de media-aandacht die hem en al zijn broeders ten deel viel, terwijl hij toch een doodnormale alleenstaande vader van vijf kinderen was die niet van regels hield, in een zwaarbeveiligde woning in Klazienaveen woonde, zichzelf ‘Kapikane’ liet noemen en een doodshoofd met de tekst ‘gangster’ op de schedel had laten tatoeëren. Ze stapten over naar een andere normale motorclub waar een generaal de dienst uitmaakt. Wat was daar gek aan?