Kritiek is makkelijk, regeren is moeilijk

De premier komt de keuken uit met een bord rijstvlaai en een panettone, een Italiaans kerstbrood. „Tast toe!” Vrijdagavond bij Elio Di Rupo thuis. Een prachtig herenhuis in het oude centrum van Mons, de Waalse stad waar zijn loopbaan begon en waar hij nog altijd woont. Hij komt er in het weekend tot rust, op veilige afstand van de Brusselse hectiek.

Zijn bewegingen zijn verfijnd. In alles. Hoe hij de taart aansnijdt, een glaasje water inschenkt of een boek over zijn geliefde Mons openslaat bij de fotopagina’s over het Doudou-feest. Elk jaar, in juni, dragen de inwoners van Mons de gelijknamige drakenkop door de straten.

„Doudou doudou”, begint Di Rupo, waarna hij – ongevraagd – voor zijn gasten het Doudou-kinderliedje zingt. Verlegen. Ontwapenend. Als ik hem vraag het nóg een keer te zingen, maar dan met de bandrecorder aan, barst hij in lachen uit.

Tevreden kijken Di Rupo’s assistenten vanuit felrode designstoelen toe, want dit is het beeld dat ze graag in stand houden. We zijn deze avond met vier internationale correspondenten uitgenodigd voor een exclusief gesprek met Di Rupo. De charmante premier die als enige in de straat zijn luiken wit heeft geverfd. Tegen zijn ramen hangen posters van de plaatselijke Andy Warhol-tentoonstelling. In de hal een uitpuilende boekenkast waar een Van Dale woordenboek Frans-Nederlands opvallend uitsteekt. Toeval? Of wil iemand hier wellicht de indruk wekken dat de premier vlak voor ons bezoek nog heeft geoefend?

Hij beloofde plechtig zijn Nederlands op te vijzelen, toen hij in december 2011 aantrad als premier, de eerste Franstalige in België sinds 1974. 541 dagen had de regeringsformatie geduurd, met aan de onderhandelingstafel twee tegenpolen: Di Rupo, voorman van de Waalse Parti Socialiste (PS), versus Bart De Wever, leider van Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA), die streeft naar een onafhankelijk Vlaanderen.

Gedoemd te mislukken, voorspelden analisten die gelijk kregen. De Wever trok zich terug en Di Rupo werd premier van een zespartijencoalitie met zowel Nederlandstalige als Franstalige socialisten, en ook liberalen en christen-democraten uit beide taalgewesten. Anderhalf jaar had België geen regering gehad, een record waarover wereldwijd lacherig werd gedaan.

Vervolgens ontstond in Vlaanderen hilariteit over Di Rupo’s Nederlands. Zoals: „Dat brengt de mensen dikker bij elkaar.” Of: „Daar likt het probleem”. Een greep uit zijn openbare optredens, met avondvullende tv-satire tot gevolg.

Maar nu, ruim twee jaar later, is het hoongelach verstomd. In korte tijd bereikte Di Rupo akkoorden over staatshervormingen waar regeringsploegen vóór hem hun tanden op stuk beten. Vooral een nieuwe financieringswet moet tegemoet komen aan de kritiek van veel Vlamingen die vinden dat er te veel van hun belastinggeld wordt overgeheveld aan het ‘armere, luie Wallonië’. Met de nieuwe wet beschikken de regeringen in de drie gewesten (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) binnenkort over veel meereigen middelen.

Afgelopen zomer zorgde Di Rupo ook voor een soepele troonswissel, met een aftredende koning Albert die vanwege een buitenechtelijke dochter onder vuur lag.

„Nog nooit heeft een regering zo een palmares weten voor te leggen”, aldus de politiek commentator van het Vlaamse dagblad De Morgen.

In de aanloop naar de verkiezingen in mei gedraagt Di Rupo zich meer en meer als de staatsman, verheven boven het gekrakeel aan weerszijden van de taalgrens.

„Ze zeiden dat mijn land uit elkaar zou vallen, maar we bestaan nog altijd”, zegt Di Rupo. Hij schuift de taartbordjes opzij om ruimte te maken voor documenten die zijn verhaal moeten ondersteunen.

„Zzzjwwww”, doet de premier, terwijl zijn vinger een neergaande lijn op een grafiek volgt. „Het vertrouwen in België was weg. Maar ik heb gezorgd voor herstel.”

Hij noemt het zijn ‘Belgisch recept’. „Mijn regering heeft het begrotingstekort aangepakt, maar tegelijk de koopkracht van burgers beschermd en de economie gestimuleerd.” Geheim van het succes, volgens hem: België heeft niet blind het mes overal in gezet, zoals elders in Europa.

Di Rupo: „Ik geloof niet in de shocktherapie van de Europese Commissie. En de cijfers geven mij nu gelijk: België scoort qua economische groei beter dan bijvoorbeeld Nederland.”

De intieme eettafelsfeer is omgeslagen in koele zakelijkheid. Di Rupo dicteert. Of hij gevoelig is voor de kritiek van Bart De Wevers N-VA die zijn ‘recept’ schone schijn vindt? Di Rupo: „Kritiek is makkelijk, regeren is moeilijk. Ik heb stabiliteit gebracht.”

De N-VA beschouwt u als déstabiliserend?

„N-VA is toch een separatistische partij! Het staat in hun statuten: ze willen een onafhankelijk Vlaanderen, dus dat is duidelijk.”

In het gewest Vlaanderen kiest de Vlaming voor Vlaamse politici, de Waal voor Waalse politici. Is die situatie houdbaar?

„Nee. Er zijn in dit land slechts regionale, en geen landelijke partijen. Maar afgevaardigden van die regionale partijen besturen wél het land.”

Hoe leggen die bij verkiezingen dan verantwoording af?

„Daar zit het probleem. Bij verkiezingen richt de politicus zich op zijn gewest, zonder daar per se afgerekend te worden op zijn optreden in de nationale politiek. Dat moet veranderen.”

Hoe?

„Ik pleit voor het instellen van federale kieskringen, zodat een Vlaming ook kan stemmen op een Waal, een Waal op een Vlaming, enzovoorts.”

Maar hoe maak je dat mogelijk in een land waar de meeste Vlamingen niets weten van Waalse politici, en vice versa? Zelfs de Vlaamse publieke omroep VRT en de Waalse RTBF, gehuisvest in hetzelfde pand, hebben amper benul van elkaar?

„Ik denk dat de politicus die grens moet slechten. Kijk naar iemand als Guy Verhofstadt, een Vlaming. Die is wel degelijk populair in Wallonië.”

Maar Verhofstadt doet in België niet meer mee, die heeft een Europese carrière. Zijn er voor u zélf stemmen te winnen in Vlaanderen?

„Ja, waarom niet?”

En maakt Bart De Wever, door veel Walen gezien als een ‘gevaarlijke Vlaamse nationalist’, enige kans in Wallonië?

„Geen idee. Vraag het ’m zelf.”

Het charmeoffensief is duidelijk voorbij; Di Rupo is nu kortaf, autoritair. Ingewijden noemen hem niet voor niks ‘Ego di Rupo’. Een gedisciplineerde perfectionist die in de sportschool zijn conditie op peil houdt met cardiotraining en buikspieroefeningen.

Als jongste zoon uit een kinderrijk Italiaans migrantengezin groeit hij in armoede op in de Borinage. En net als in de industriële bekkens van Luik ziet in de Borinage de Parti Socialiste erop toe wie welke baan krijgt en wie recht heeft op een sociale woning. De PS was en is „cliëntelistisch, conservatief, gericht op macht”, typeert de Waalse politiek-analist Jean Faniel de partij waar de ambitieuze Di Rupo al op jonge leeftijd onderdak vindt. Binnen de lokale PS vecht hij zich omhoog en belandt hij uiteindelijk, in 1993, in de federale regering van premier Jean-Luc Dehaene.

In zijn memoires schrijft Dehaene over de zwartste periode uit de loopbaan van Di Rupo, die in 1996 werd beschuldigd van pedofilie met minderjarige jongens. Di Rupo moet aftreden, schreeuwen de krantenkoppen, maar na een juridische strijd haalt hij zijn gelijk. De beschuldigingen zijn vals. „Maar Elio ging door een hel”, schrijft Dehaene.

Het heeft hem gehard. Uithoudingsvermogen en overlevingsinstinct. Zoals Dehaene het omschrijft: Di Rupo is een meester in het smeden van akkoorden. Hij bereíkt ze niet. „Hij zweet ze uit.” En het is effectief, zegt politiek waarnemer Dave Sinardet, professor aan de Vrije Universiteit Brussel. „Hij is taai, traag, als een notaris. Het is niet zijn stijl om zélf met initiatieven te komen, maar hij zoekt consensus.”

Een onontbeerlijke kwaliteit in dit tweelandenland, zegt de Gentse hoogleraar politicologie Carl Devos die erkent dat Di Rupo heeft gezorgd voor rust in de tent. „Zelfs in Vlaanderen zijn er veel die hem een prima kerel vinden. Maar het probleem is: hij is van de PS, en dat is in de ogen van de Vlaming nog altijd die klassieke, staatsgerichte socialistenclub.”

Volgens Devos heeft Di Rupo reden trots te zijn op zijn ‘recept’. „Maar de grote vraag is of het ook werkt op de lange termijn. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, noemt de Vlaamse oppositiepartij N-VA dat.”

Nog een termijn onder Di Rupo, „en we glijden af naar de status van landen als Portugal en Griekenland”, zegt N-VA-kopstuk Siegfried Bracke. „Drie kernachtige omschrijvingen van de Di Rupo-regering? Simpel. Belastingen, belastingen, belastingen. Die hervormingen waar hij zo voor wordt geprezen zijn miniem, het meeste geld wordt nog altijd besteed aan het staatsapparaat, vooral in Wallonië.”

Een gezonde economie kan alleen zónder Di Rupo, luidt de slogan van Brackes N-VA die zich opmaakt voor een harde verkiezingsstrijd. Bracke: „De werkelijkheid dwingt ons tot het streven naar een onafhankelijk Vlaanderen. Want elk dossier loopt vast vanwege de problemen tussen de gewesten onderling. Zelfs iets kleins als training van politiemensen: Vlaanderen heeft een duidelijk plan, de Walen willen iets anders. Resultaat: er gebeurt niets.”

„De premier zal u vast bestoken met de helden van zijn ‘nieuwe België’”, sneert Bracke. „Het internationaal succes van zanger Stromae, de Rode Duivels die zich hebben gekwalificeerd voor het WK voetbal. Daarin bestaat België, maar voor de rest bestaat België niet.”

Di Rupo vertegenwoordigt het gedroomde beeld waartegen een partij als de N-VA zich gemakkelijk kan afzetten, zegt professor Sinardet. „Een Waalse premier, van een linkse belastingpartij, die slecht Nederlands spreekt. Maar wat in Vlaanderen wel eens wordt vergeten is dat hun eigen Vlaamse regering weinig daadkracht toont.” N-VA voert op landelijk, federaal niveau oppositie, maar neemt in het Vlaamse gewest deel aan de regering. Sinardet: „Noodzakelijke hervormingen in Vlaanderen hebben ze nauwelijks aangedurfd.”

Di Rupo zou bij de verkiezingen kunnen profiteren van teleurgestelde Vlamingen die bij gebrek aan beter dan toch maar kiezen voor continuïteit onder Di Rupo. Het is een analyse waar politicoloog Devos „voorzichtig” rekening mee houdt, maar Di Rupo heeft er volgens hem een heel ander probleem bij. „Door in een brede coalitie te regeren moet hij impopulaire maatregelen steunen zoals het korten op werkloosheidsuitkeringen. Daarop komt nu vanuit links Wallonië veel kritiek.”

Vooral in Luik vormt de ultralinkse PTB een steeds grotere uitdaging voor de PS. Aan dat tegengeluid waren ze bij de PS, traditioneel almachtig in Wallonië, niet gewend. Devos: „Di Rupo heeft enorm moeten inleveren en toegeven. Het is een topzware job.”

Moeder aller verkiezingen

In de meeste kantoorpanden in Di Rupo’s straat zijn de lichten gedoofd. Het is laat, de taart is op, en de premier oogt vermoeid. „In speculaties over het verloop van de verkiezingen heb ik geen zin”, zegt hij, terwijl hij achterom kijkt naar zijn huismeester die al twee uur lang onafgebroken staat te glimlachen in een deurpost.

‘De moeder aller verkiezingen’ schrijven de Belgische media, vooruitblikkend op mei, als de Belgen op gewestelijk, landelijk én Europees niveau moeten stemmen.

„Mijn grootste zorg is de opkomst van de populisten in Europa. Landen zoals het Verenigd Koninkrijk zien Europa slechts als een centrale markt en vergeten dat Europa ook staat voor vrede, normen en waarden.” In eigen land vreest hij voor diezelfde anti-Europese tendens. „Dat gevoel neemt sterk toe, en deels begrijpelijk. Europa móet ook meer perspectief bieden aan zijn burgers, zeker aan onze jongeren.”

Met de teloorgang van de Ford-fabriek in Genk en de dramatische afslanking van de Luikse staalindustrie heeft België zelf veel industrie verloren. De oppositie gooit het Di Rupo voor de voeten.

„Ik zeg ook niet dat alles perfect is. Er ís armoede en werkloosheid en er moet inderdaad worden geïnvesteerd in economie en infrastructuur. Maar vergeet niet: we komen uit een land in zware crisis dat langzaam zijn zelfvertrouwen hervindt.”

En er is nog meer om mee te pronken. „Nobelprijzen, de Rode Duivels, Stromae.” Even is er weer de twinkeling in zijn ogen als hij begint over Stromae, de zanger die uitgroeide tot het symbool van Di Rupo’s ‘nieuwe België’. De vechtlust van het Belgisch-Rwandese popfenomeen, favoriet onder zowel Franstalige als Nederlandstalige jongeren, herkent Di Rupo. „U kent Stromae toch wel?”, vraagt de premier.

Ik check snel of mijn bandrecorder nog loopt, want voor je het weet gaat hij weer zingen.

Maar Di Rupo komt overeind, veegt de kruimels van zijn smetteloos witte overhemd en schikt zijn vlinderdas. De tijd is op. Di Rupo: „België is een prachtig multicultureel laboratorium.”