Kiezen wat je leuk vindt? Tijd voor eenreality check

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Universiteiten zijn er niet duidelijk over, en scholieren kunnen hun kansen op een baan niet goed inschatten. Een betere motivatie dan ‘doen wat je leuk vindt’, begint bij betere voorlichting over studiekeuze én de arbeidsmarkt, vindt Saar van Veelen.

‘Every major is terrible’ zingen studenten van de Canadese Simon Fraser University in een filmpje dat hilarisch zou zijn als het niet waar was. Weinig studies lijken nog de zekerheid van werk te geven. Dit geldt niet voor sommige technische studies, maar in mijn kennissenkring met voornamelijk alfa’s en gamma’s kijkt vrijwel niemand verlangend uit naar de arbeidsmarkt.

Dit is niet omdat het ontspannen studentenleven dan voorbij is. De meesten van ons zijn na zo’n vijf jaar studeren wel toe aan de zekerheid en structuur van een vaste baan. Maar wij zien op tegen eindeloos solliciteren voor banen waarvoor ervaring vereist is die we niet hebben, of tegen een onbetaalde stage, of een werkervaringsplek.

Hoe anders zagen wij eerder het leven als afgestudeerde voor ons? Als scholieren zich oriënteren op een studie worden ze door universiteiten gepaaid met glimmende brochures, gratis condooms en flitsende presentaties. Op de universitaire websites voor studiekiezers kun je doorklikken naar globale informatie over het toekomstperspectief van de studies. Geen woord over alle hobbels op de arbeidsmarkt.

Scholieren zijn zo jong dat ze niet zelfstandig de toekomstige voor- en nadelen van hun studiekeuze kunnen inschatten. Ik kan me herinneren dat wij op school vooral werden gestimuleerd iets te kiezen waar we goed in waren en wat ons leuk leek. Een vriendin kreeg de aanmoediging: „Dan word je er vanzelf goed in en vind je hoe dan ook een baan.” Ze kreeg het advies culturele antropologie op te geven als tweede keus, na criminologie.

Om mij heen volgden de meeste studenten hun studie met interesse en plezier, maar voorlopig betaalt dit zich nog niet uit in een baan. Het wordt tijd voor een reality check. Scholieren moeten zich eerst afvragen of ze überhaupt willen studeren, en vervolgens veel bewuster wát. Ze moeten actiever begeleid worden om te voorkomen dat universiteiten weer een generatie afleveren die geen werk vindt, of banen moet accepteren die niet aansluiten op hun opleiding, of onder hun niveau zijn.

Betere voorlichting over het toekomstperspectief van de verschillende studies is noodzakelijk. Doen wat je leuk vindt, mag belangrijk zijn; van iets doen wat je niet leuk vindt, word je vroeger of later ongelukkig. Maar niet every major die je aanvankelijk niet zelf had gekozen, is terrible.