Column

Intieme technologie

In de kroeg na vijf bier kom je nog eens iemand tegen. Iemand die lekker ruikt, leuk danst, een goede grap maakt. Of je kijkt eens naast je in de collegebanken of op het werk. Je raakt aan de praat.

Zo beginnen liefdes. Gestuurd door zintuigen, emotie en intuïtie.

Voor wie niet zo vaak in de kroeg komt, is er internet. Een vijver met enorme potentie. Ooit was het een beetje sneu, als je je neef hoorde vertellen – bekennen – dat hij zijn vriendin op internet had ontmoet. Maar een op de tien koppels schijnt elkaar tegenwoordig via een datingsite te kennen. Je kunt gerust hardop zeggen dat Parship de basis voor je liefde legde. Hoera voor het doorbreken van taboes!

Maar op internet geldt wel: liefde is… de uitkomst van een algoritme. Hoe onromantisch.

Wie zich inschrijft op een datingsite worstelt zich eerst door een vragenlijst heen. De datingsite bepaalt de vragen. Dan ga je zoeken in profielen. De datingsite bepaalt de zoekcriteria. Je klikt ‘zoek’. De datingsite presenteert een lijst met matches. Martijn (31) staat bij mij bovenaan. Behalve zijn naam, leeftijd en woonplaats zie ik zijn beroep (advocaat). De site vindt dat blijkbaar belangrijk. Maar welke eigenschappen zorgen er voor dat Martijn bovenaan staat en niet Thijs (29), sales, nummer 2?

Datingsites doen geheimzinnig over het algoritme dat achter de lijst met matches verborgen zit (concurrentiegevoelig!). Waarom vinden we dat OK? Waarom laten we een koude computer zo’n belangrijke hand hebben in het meest intieme dat we kunnen voelen: liefde?

Omdat we geloven in de technologie, zegt onderzoeker Rinie van Est van het Rathenau Instituut aan de telefoon. „In spontane liefde geloven we pas de afgelopen anderhalve eeuw. Daarvoor waren matchmakers heel normaal, elk huwelijk was gearrangeerd.” In grote delen van de wereld is dat nog steeds zo. Van Est noemt datingsites een voorbeeld van intieme technologie. „Het vertrouwen in sites als matchmaker is het afgelopen decennium gegroeid. We vertrouwen de uitkomst. En daarvoor hoeven we niet precies te weten hoe het werkt.” Dat het businessmodel achter datingsites op zijn minst paradoxaal is – de sites verdienen meer aan iemand die lang op zoek is, maar ontlenen hun kracht aan de belofte een goede match te vinden – is blijkbaar geen reden om het algoritme te wantrouwen.

Tenzij je wiskundige bent. Deze week schreef Wired over Chris McKinlay – 35, math genius, Colorado. Chris vulde de vragenlijst van OkCupid in. En kreeg een mager lijstje gepresenteerd, geen van de vrouwen reageerde op zijn berichten.

Gefrustreerd besloot hij de datingsite wiskundig te benaderen. Op OkCupid kunnen zoekenden kiezen welke vragen ze wel en niet invullen, en hoe belangrijk ze die vinden. Chris bleek de verkeerde vragen te hebben beantwoord. Hij schreef een script dat profielen van 20.000 vrouwen verzamelde, die samen 6 miljoen vragen hadden beantwoord. Daarop liet hij statistiek los, en ontwaarde zeven clusters van vrouwen. Omdat hij nu wist welke vragen de vrouwen in die clusters beantwoordden en hoe belangrijk ze die vonden, kon hij het perfecte profiel over zichzelf invullen. Met duizenden vrouwen had hij nu een matching score van meer dan 95 procent. Ze spraken hém nu aan.

Maar liefst 88 keer ging hij op een eerste date. In het veld deed hij het minder goed dan achter de computer. Zelfs al heb je het algoritme gehackt, uiteindelijk komt het toch aan op feromonen. Gelukkig eindigt dit liefdesverhaal in tijden van intieme technologie romantisch: via Skype vroeg Chris zijn vriendin ten huwelijk. Ze zei ja.

Laura Wismans vervangt Carola Houtekamer de komende maanden