‘In Silicon Valley leef je in de toekomst’

‘Dat gaat nooit werken”, zei een goede vriend over een plan voor een nieuw bedrijf van software-engineer Willem Bult (28). Bult was even terug in Nederland en wist meteen weer waarom hij in 2010 naar Silicon Valley was verhuisd. „In Amerika is het optimisme misschien overdreven, maar die houding is nodig om de risico’s te nemen om aan iets nieuws te beginnen.” Dat zijn idee uiteindelijk inderdaad niet bleek te werken doet daar volgens hem niets aan af. Integendeel zelfs. „Als je probeert en faalt, heb je in Amerika statistisch gezien de volgende keer een grotere kans van slagen.”

Het is die bekende Amerikaanse mentaliteit die jaarlijks tientallen Nederlandse ondernemers naar Silicon Valley lokt – hoeveel het er precies zijn, is niet bekend, iedereen kan er een bedrijfje beginnen zonder zich te registreren. Wat Hollywood is voor acteurs, is Silicon Valley voor start-ups. De regio aan de Californische westkust met bedrijven als Facebook, Twitter en Google bruist van de ambitie en ondernemersdrift: koffietentjes zitten er vol met jongens en een enkel meisje die programmeren of brainstormen over een nieuw bedrijf. En ook niet onbelangrijk: er zijn grote investeerders die graag in jong talent investeren.

Toch riep de De Nederlandse Bank-president Klaas Knot vorige week start-ups op om in Nederland te blijven. „We hebben ondernemers hard nodig. Mensen die conventionele manieren van zakendoen opschudden, die nieuwe technologieën ontwikkelen en bestaande patronen doorbreken”, aldus Knot tijdens een toespraak bij evenement Startupbootcamp in Amsterdam. Ook benadrukte hij dat het innovatieklimaat hier goed is. Maar waarom zou je als jonge succesvolle ondernemer eigenlijk níet naar Silicon Valley vertrekken? Wie blijft in Nederland als dáár de kansen liggen?

Half miljoen opgehaald in Silicon Valley

„Het is wel duidelijk dat Knot zelf nooit een onderneming is gestart”, reageert Renato Valdés Olmos (28), oprichter van Human, een app die je helpt om elke dag 30 minuten te bewegen. Tijdens een eerste investeringsronde in Silicon Valley haalde hij onlangs een half miljoen dollar op. „In Nederland ben je zo zes maanden bezig met een investeerder, in dezelfde tijd had je het product al lang op de markt kunnen brengen. In Amerika is het binnen één à twee meetings rond, je hebt niet eens een notaris nodig voor het contract.” De investeringen zijn daar ook groter: in 2012 investeerden zogeheten Venture Capital in Silicon Valley 10,9 miljard dollar, terwijl Nederlandse durfinvesteerders in Nederland omgerekend 207 miljoen dollar uitgaven.

Toch pendelt Olmos voorlopig nog heen en weer tussen Amsterdam en Silicon Valley. Dat heeft vooral te maken met de moeizame procedure om een Amerikaans werkvisum te bemachtigen, een probleem waar veel Nederlandse start-ups tegenaan lopen. Maar er zijn meer voordelen om (gedeeltelijk) vanuit Nederland te opereren. De populariteit van Silicon Valley maakt het leven daar duur; de huizenprijzen zijn torenhoog, net als de lonen. Olmos: „Een gemiddelde softwareontwikkelaar in Silicon Valley vraagt een startsalaris van 10.000 euro per maand, dat is vier keer meer dan in Nederland.” En als hij eerlijk is, vindt hij het af en toe ook wel lekker om even uit die „bubble„ te stappen. „In Silicon Valley zijn er mensen tegen wie je opkijkt en door wie je beter wordt, maar het gaat wel altijd over tech. Soms mis ik een beetje de verbinding met de wereld, dat er meer is dan alleen het beeldscherm.”

Couchsurfend door het leven

Peter Laanen, adviseur voor Nederlandse start-ups bij het Nederlandse consulaat in San Francisco, ziet meer ondernemers ervoor kiezen om het bedrijf in eerste instantie in Nederland te houden. Vanwege de hoge kosten daar, maar ook omdat het intellectueel eigendomsrecht goed geregeld is in Nederland waardoor een idee minder snel gekopieerd kan worden. Tegelijkertijd is het belangrijk om zo veel mogelijk fysiek aanwezig te zijn, want het gaat in de Valley om persoonlijk contact en likeability. „Je moet echt bereid zijn om een jaar lang niets te verdienen en couchsurfend door het leven te gaan. En dan nog is het afwachten of het iets wordt.” Volgens een onderzoek aan de Harvard Business School levert driekwart van de start-ups minder geld op dan erin werd gestoken, 30 tot 40 procent gaat failliet. Die cijfers zijn ongeveer gelijk aan Nederland, maar hier kun je na een faillissement niet dezelfde dag nog een nieuw bedrijf starten.

Waar je je het beste kunt vestigen, hangt ook af van het soort product dat je ontwikkelt. „Producten die langere ontwikkelingstijd nodig hebben zijn beter af in Europa, want hier hebben investeerders meer geduld”, zegt Duke Urbanik. Hij had zelf een succesvol IT-bedrijf in de jaren tachtig en negentig en is nu coach bij Young Entrepreneurs Society Delft (Yes!Delft), een ondernemerscentrum dat ambieert om het Silicon Valley van Nederland te worden. Zeventig jonge ondernemingen werken daar samen in een gebouw en staan in direct contact met experts en investeerders. Urbanik: „Bij ons heeft het bedrijf Nightbalance bijvoorbeeld een klein apparaatje voor het voorkomen van apneu ontwikkeld. Zij kunnen beter in Nederland blijven omdat ze samenwerken met ziekenhuizen.”

Dicht bij de klant zitten

Ingenieur Thomas de Leeuw (26) begon bij Yes!Delft een bedrijf met zonnepanelen die meedraaien met de zon. Toen er ondernemers uit Silicon Valley bij het Delftse ondernemerscentrum kwamen vertellen over hun ervaringen dacht hij: daar gebeurt het, dáár moet ik zijn. Eenmaal in Californië kwam hij er al snel achter dat zijn product geen toekomst zou hebben: klanten hadden te veel bezwaren, bijvoorbeeld over de onderhoudskosten. Met twee wijze lessen keerde hij terug: je moet vanaf het begin dicht bij je klanten zitten en je bent ook een goede ondernemer als je er snel achter komt dat je uitvinding niet werkt.

Inmiddels is De Leeuw met een nieuwe start-up bezig voor de Nederlandse markt, een website waarop mensen kunnen zien of ze teveel betalen voor hun hypotheek. Maar toch knaagt het: „Stiekem blijft het mijn jongensdroom om een bedrijf te starten in Silicon Valley.” En daarin is hij zeker niet de enige: hoewel het voor Nederlandse start-ups niet makkelijk is om het te maken in Silicon Valley, kan het ondernemersklimaat in Nederland vooralsnog niet tippen aan dat in de VS. De Leeuw: „Je leeft daar in de toekomst, alles gebeurt er een half jaar eerder dan hier. Dat is heel inspirerend.”