Ik verveel me al gauw

de pleuris

O f we weten hoe hij echt heet, vraagt Ali B het publiek. Een vrouw op de eerste rij van de Schouwburg Gouda, vorige week bij een try-out, heeft geen idee. Haar man evenmin. Dan mag de zaal het zeggen. Van de honderden aanwezigen roept niet meer dan een kleine groep: „Bouali.”

In Ali B Beken(d)t vertelt hij verhalen over zijn jeugd, deelt hij zijn onzekerheden over zijn uiterlijk, doet een boekje open over zakelijke problemen en overspannen zijn, en beredeneert hij zijn geloof. Ali B wil dat we hem echt leren kennen.

Natuurlijk, hij is een rapper met meer dan tien hits, de gelauwerde presentator van Ali B op Volle Toeren, tafelheer bij De Wereld Draait Door en jurylid bij The Voice. Wereldberoemd op tv, maar niet iemand van wie je alles weet.

Als cabaretier is Bouali het minst bekend; eerder een outsider. Maar zijn soepele en hilarische optreden in Gouda laat zien dat de 32-jarige misschien wel een van de meest onderschatte cabaretiers van het moment is.

Het winnen van de Neerlands Hoop had in 2012 een grote invloed op het idee voor een reeks persoonlijke voorstellingen, vertelt Bouali in het kantoor van zijn productiemaatschappij in Almere, de benen ontspannen op tafel. De aanmoedigingsprijs voor de cabaretier ‘met het grootste toekomstperspectief’ voelde als een opdracht. „Alsof je moet bewijzen dat je de prijs waard bent.”

Iedereen kent hem wel ergens van, zegt Bouali. „Zelfs al hebben ze me alleen een keer de koningin zien knuffelen.” Maar die bekendheid maakt dat het niet cool is om te zeggen dat je Ali B volgt, denkt hij zelf. Hij doet ook steeds iets anders: rappen, presenteren, jureren, cabaret maken. „Zou ik dat stiekem niet expres doen? Ik vind het een grotere kick om nieuwe mensen voor me te winnen dan om bevestiging te krijgen van mensen van wie ik dat al had. Alles wat ik niet ken, vind ik interessant.”

Het theater is voor hem een plek van wederzijds respect. Er is aandacht en concentratie. „Als je echt iets kwijt wilt, dan is theater magisch. Honderd keer vertel ik over een dag die slecht afliep. Het publiek helpt me die dag steeds opnieuw te beleven.”

Zijn programma begint met een uitgebreid gesprek met de zaal. „Je reist met zijn allen. De mensen zijn geen toeschouwers meer, ze worden deelnemers.”

Met die aanpak neemt hij risico. „Zodra ik mijn microfoon aan iemand in de zaal geef, ben ik de controle even kwijt. Dat voelt de zaal: nu wordt het spannend. Wat gaat diegene zeggen? Hoe gaat Ali erop reageren?” Het houdt de optredens voor hem spannend. „Ik verveel me al gauw de pleuris. Sommige mensen gaan bungeejumpen, ik geef mijn show een beetje uit handen. Als ik er goed mee omga, is de ontlading groot.”

Sommige toeschouwers storten hun hart uit, in navolging van de man op het podium. Dat kan pijnlijk zijn. Bouali: „Het is aan mij om de balans te bewaken. Om de draad weer op te pakken. Ik ben de gevoelsregisseur van de zaal.”

Het persoonlijke karakter van Ali B Beken(d)t maakt zijn show niet minder sociaal geëngageerd, meent Bouali. „Over hoe je je als man voelt als je een pak slaag krijgt, wordt niet dagelijks gediscussieerd bij Pauw & Witteman, maar het is wel actueel als een malle. Want het ideaalbeeld van hoe een man moet zijn, wordt steeds veeleisender. Mijn programma gaat over zulke twijfels en onzekerheden. Ik spui geen kritiek op het kabinet, maar het kabinet is >> >> de zichtbare bovenkant van de maatschappij. Ik zoek het onderliggende.”

Rillingen

Om tot zijn bekentenissen te komen, moest hij de nodige schroom overwinnen, zegt hij. „Toen ik mijn verhalen alleen nog maar bedacht, kreeg ik de rillingen. ‘Ga ik dat vertellen? Dat ga ik toch niet vertellen!’ Ik voerde hele discussies met mezelf. Stemmen in mijn hoofd zeiden dat het levensgevaarlijk was.”

Over die stemmen heeft hij het wel vaker. Het lijkt nogal druk in zijn hoofd. „Ja, dat is het, maar ook heel gezellig.” Nee, hij is niet schizofreen. Hij kan de stemmen goed uit elkaar houden. „Sterker nog, ze hebben elk hun eigen outfitjes!”

Van elke stem weet hij wie hij vertegenwoordigt. Eén stem jaagt op succes. „Dan volgt er altijd discussie met een andere stem die zegt: ‘Wat? Succes hebben? Het gaat erom dat je iets gééft en volgens mij moet de prioriteit bij mij liggen.’ Dan zegt de stem die succes zoekt: ‘Oké, dan wacht ik op mijn beurt.’”

Wat maakt succes zo interessant? Bouali: „Dan moet je eerst definiëren wat succes is. Pragmatisch gezien leidt het tot sociaal aanzien en materie. Maar de belangrijkste vorm van succes is dat je ertoe doet, dat je bijdraagt en nuttig bent in de maatschappij. Dus ik vraag mezelf: wat kan ik en wat wil ik geven? Als ik me daar op focus dan is succes een gevolg. Het is nooit een doel op zich.”

Zijn behoefte om nuttig te zijn met zijn optreden is enorm. „Ik krijg veel positieve feedback, zeker van bezoekers die op het podium komen. Die zeggen soms dat ik ze heb geholpen met iets waar ze al heel lang mee worstelen.”

In Gouda was er een dertienjarig meisje dat verklaarde dat kinderen zeiden dat ze een varkensneus had. Tot haar vreugde kreeg ze een knuffel van Ali B. Bouali: „Ze hoort: Ali heeft ook gebreken. Het is oké. Het helpt haar om haar probleem te relativeren.”

Bidden

Aan het einde van zijn programma bekent Bouali dat hij vijf keer per dag bidt. „Dat was moeilijk. Vooral om te erkennen dat geloven iets anders is dan zeker weten. Want iedereen weet tegenwoordig alles maar zo zeker. Iedereen roept maar. Het is één groot slecht toneelstuk. Er is geen enkele vorm van bescheidenheid in de manier waarop sommige moslims en atheïsten over geloof communiceren.”

Als moslim gelooft Bouali in het bestaan van een intelligentie die zijn innerlijke dialoog kan volgen, legt hij uit. „Maar ik weet ook dat er zo veel is dat ik niet weet dat ik andere opvattingen niet kan uitsluiten.” De stelligheid van anderen ergert hem verschrikkelijk. „Met zulke mensen ben ik klaar. Deel je gedachtes, deel je geloof, maar probeer mij niet zo hardnekkig van je gelijk te overtuigen.”

Toen hij ging nadenken over zijn geloof bedacht hij dat moslim zijn een bewuste keuze is. Maar wat als hij ergens anders was opgegroeid? Bouali: „Hoe groot was dan de kans dat ik een ander geloof had gehad?” Groot natuurlijk. „Van het idee moest ik bijna emotioneel kotsen. Alles waar ik aan vast heb gehouden, voelde ik wegglijden.”

Dat zijn geloof een product is van zijn opvoeding en omgeving betekent niet dat hij op zijn ouders lijkt. „Ik heb van beiden een beetje. Ik ben meer een alien in de familie dan dat ik op iemand lijk. Ik zie de onmacht in de ogen van mijn ouders. Ze weten niet wat er omgaat in mijn hoofd. En ze begrijpen niet dat ik me niet hou aan de regels en ermee wegkom.”

In Ali B Beken(d)t zit een mooi stukje waarin Ali vertelt dat hij van bidden moet huppelen. Het maakt hem blij. „God heeft een aantal bijnamen: de meest Barmhartige, de meest Genadevolle. De Koran is lastig te interpreteren, maar die superlatieven keren steeds terug. Dat is mijn kapstok. Die barmhartigheid en genade moet terugkomen in alles wat ik als moslim doe. Dat is hoe ik geloof.”

De islam is een hevig gepolitiseerd onderwerp, erkent hij, en dat hij het aansnijdt is een van zijn pogingen om bruggen te bouwen tussen werelden die elkaar niet goed kennen en elkaar daarom niet goed begrijpen. „Bij mij in de auto moeten rappers naar Radio 2 luisteren. Daar komen heel mooie liedjes voorbij. Er valt zo veel te proeven in het leven.”

Hij wil de smaak verbreden van mensen die in hokjes leven. „Als kind wilde ik altijd op wereldreis. Misschien is dit wel mijn wereldreis: voor anderen dingen ontdekken die ze nog niet kennen.” <<