‘Ik moest altijd tegen haar opboksen’

„‘Je gaat toch niet naar huis toe?’, zei ze zomaar tegen me toen ik aanstalten maakte om weg te gaan uit de discotheek. We hebben toen wat gedronken. Ik vond haar meteen leuk, maar zij wilde eerst niets van een relatie weten. Ik hield vol. Ik zag een mooie, warme vrouw. Koppie koppie. Ik bleef bij haar langsgaan. En na drie maanden trok ik toch bij haar in.

„We zijn zestien jaar samen geweest. Maar op een gegeven moment kwam de sleur er in. We groeiden uit elkaar. Ik ging me interesseren voor spiritualiteit, Nynke had daar niets mee. We hadden ook een ander opleidingsniveau. Zij heeft hbo gedaan, ik lts. Zij was mondiger dan ik. Daar moest ik toch altijd een beetje tegen opboksen. Ik had het gevoel dat ik bij haar niet mezelf kon zijn en zij was ook niet gelukkig met mij. Ik kon haar niet geven wat zij zocht, hoewel ik wel van haar hield.

„Op een gegeven moment liepen onze ruzies zo hoog op dat we besloten uit elkaar te gaan, hoewel ik nog een tijdje bij haar bleef wonen, uit praktische overwegingen. Ik had rond die tijd een andere vrouw leren kennen, bij wie ik wel mezelf kon zijn. Dat was Thea. Nynke dacht ik een relatie met haar had, maar dat was toen nog niet zo. Het contact was aanvankelijk meer een uitlaatklep voor me.

„In 2009 ben ik op mezelf gaan wonen, in een huis dat Nynke voor me heeft gevonden. We hebben het samen ingericht en ik heb vervolgens Nynkes huis opgeknapt. We lieten elkaar niet in de steek, ook al was ons huwelijk voorbij.

„Ik heb nu met Thea het geluk gevonden, we zijn zielsverwanten en dat is gigantisch mooi. Maar Nynke blijft een bijzondere vrouw voor mij.”

Renate van der Zee