Hoe win je een oorlog?

Hoe ga je een oorlog winnen? Met ons leger, met satire, magie, roddels of kunstkijken? De opties voor deze week op een rij. In Te Wapen! [1] – lijkt Elsevier-journalist Eric Vrijsen even heimwee te hebben naar een grootser verleden – maar realiseert hij zich al snel dat dit er nooit is geweest. Je krijgt uit zijn boek juist de indruk dat ons leger nog nooit zo goed en efficiënt is geweest. Vrijsen is als ‘embedded’ journalist bepaald niet onpartijdig, en hoewel dat soms wel erg duidelijk zichtbaar is (‘Dit is het heldenverhaal van kapitein Rolf en zijn vijf bomexperts’, begint hij een hoofdstuk) slaagt hij erin om ontzag af te dwingen bij de bankzitter thuis met een makkelijke mening. Die hou je wel voor je, na het lezen van Te Wapen!

Elk verleden is dubbelzinnig, maar nergens wordt dat zo duidelijk als bij humor. In zijn proefschrift Onder het mom van satire [2] richt Ivo Nieuwenhuis zich op ‘laster, spot en ironie in Nederland, 1780-1800’. Grappig genoeg valt er niet veel te lachen, maar daar was het Nieuwenhuis dan ook niet om te doen. Hij heeft vooral belangstelling voor de politiek-maatschappelijke impact. Satire als vreedzaam middel om een samenleving te ontwrichten. Nieuwenhuis maakt geen groot gebaar, hij richt zich op twee concrete gevallen: een almanak-pastiche waaraan de groeipijnen van de constitutionele monarchie zijn af te lezen; en de toverlantaarns, een medium waarmee patriotten en orangisten elkaar de tent uitvochten. En hoeveel onrust satire ook wist te veroorzaken, oorlogen zijn er niet mee gewonnen. Daarvoor blijft de zelfrelativering toch te prominent.

Aan zelfrelativering heb je weinig als je waarzegger bent onder de hoogste militairen, zoals Madame Vérité. Caroline Hanken – die al eerder schreef over 18de-eeuwse Franse geschiedenis – beschrijft in Een waarzegster in de kringen rond Napoleon [3] met merkbaar plezier het verhaal van de jonge vrouw die haar geld verdient met handlezen, kaartleggen, waarzeggerij. Verlichting of niet: er was een groot publiek voor in het Parijs van vlak na de revolutie. Met een combinatie van moralisme, zelfvertrouwen, inlevingsvermogen en een gevoel voor drama (de ‘magische spiegel’) wist de waarzegster snel hogerop te komen. Je kunt bijna een vergelijking maken met het boek van Nieuwenhuis. Wat levert meer op: satire of magie? Maar het blijft petite historie. ‘Madame Vérité’ heeft de wereld niet veranderd, al zat ze aangenaam dicht bij enkele grootse ontwikkelingen.

Hanken heeft in haar boek een vrouw tot leven gebracht die zo uit een roman van Charles Palliser gestapt had kunnen zijn – al had ze daarvoor wel het kanaal moeten oversteken want In ballingschap [4] is weer Britser dan Brits, zelfs al is de auteur geboren in Amerika (passend genoeg wel in New England).

Hoewel Palliser weer een amusant boek heeft geschreven, ziet het er niet naar uit dat hij ooit zijn overdonderende debuut The Quincunx uit 1989 zal overtreffen. Zoals meestal komt hij ook deze keer – je krijgt het idee van een one-trick-pony – met een historisch verhaal, in Dickens-achtig setting. In ballingschap werkt als historische thriller, al maakt Palliser het ingewikkelder: het verhaal gaat over een staaltje naming and shaming in de 19de eeuw, een verdachte over wie – al dan niet ten onrechte – veel wordt geroddeld. Overtuigend wordt het allemaal niet. Er blijft veel geheimzinnig waarbij je je afvraagt of dat logisch is. Daarnaast is het soapgehalte wel erg hoog – de praatjes en hoedjes bij de kerk weten niet echt te boeien. Hoewel de schets van de omgeving zeer levendig is, vraag je je na een tijdje toch af of je niet beter geschiedschrijving kan lezen dan deze groteske verzinsels, als je dan toch gevoelig bent voor de betovering van het verleden.

Of je leest essays: Nicole Montagne – voortreffelijke naam voor een essayist – schrijft in Een makelaar in Pruisen [5] over Pruisen, Brezjnev, Tjechoslowakijke, Simone de Beauvoir

Dat betekent niet dat we met een oude communist te maken hebben, maar wel met iemand die met een zekere melancholie terugkijkt op het ideaal van de maakbaarheid. Soms komt ze gevaarlijk dicht in de buurt van hobbyisme (en dan krijg je een stapeling van hoe Joost Zwagerman schrijft over hoe Susan Sontag kijkt naar hoe Annie Leibowitz haar figuren portretteerde). Maar even vaak is de blik van Montagne wel verrassend. Bijvoorbeeld wanneer ze een verband legt tussen de Oost-Duitse fotografe Gundula Schulze Eldowy en het mensbeeld van Nico Dijkshoorn.

Met geen van tweeën ga je de oorlog winnen, dat wordt óók meteen duidelijk.