Hij hielp me een leven zonder hem op te bouwen

(Boven) „Rogier met kleindochter.” (Links) „Wij zijn niet getrouwd, hebben geen trouwfoto’s. Daarom hebben we kort voor zijn dood met de zelfontspanner een serie van ons samen gemaakt.” (Rechts) „Rogier in Duitsland, als enthousiast amateur-geoloog in 2011. De week erna werd hij geopereerd; toen bleek dat hij ongeneeslijk ziek was.

„Toen hij in 2011 hoorde dat zijn ziekte ongeneeslijk was, zei hij: ‘Dat is vervelend voor mij en klote voor de rest.’ Hij dacht aan zijn dochters, toen 21 en 23 jaar oud; elf jaar eerder hadden zij al hun moeder, zijn vrouw, verloren. Hij dacht aan zijn ouders, die twee zonen hadden; zijn jongere broer was in 2006 overleden, 42 jaar nog maar, plotseling gestorven tijdens een weekje vakantie met zijn ouders. Hij dacht aan mij; we hadden elkaar in 2002 leren kennen en sindsdien waren we onafscheidelijk geweest. Hij dacht aan zijn kleindochter, toen net twee jaar.

„Half januari vorig jaar was ik opeens weduwe: 44 jaar, en oma van een kleindochter – samen met twee kinderloze ouders en twee ouderloze kinderen, rouwend om Rogier.

„Hij heeft er alles aan gedaan ons allemaal zo goed mogelijk voor te bereiden op zijn dood. Hij had zelf zijn vrouw verloren. Nu zou zijn tweede vrouw haar man verliezen. Hij zei tegen mij: ‘Eerst zul je misschien het gevoel hebben dat je nooit meer gelukkig kunt worden, maar heus, jouw leven komt in een nieuwe fase, waarin je vast weer iemand ontmoet met wie je je leven wilt delen, met wie je samen gelukkig kunt zijn.’ Zo had hij dat zelf, als weduwnaar, ook ervaren, hield hij me voor.

„Wij hadden samen niet zo’n druk sociaal leven gehad: we werkten hard, in ons eigen bedrijf. We hadden een kliniek voor de behandeling van mensen met ziekmakend overgewicht. Verder waren we het liefst samen thuis, of op reis. Verjaarsfeestjes hielden we zo veel mogelijk af. Rogier kon daar heel eerlijk in zijn, hij zei gewoon dat hij niet zo goed was in oppervlakkige gesprekjes in grote groepen. Zelf voel ik me ook veel meer op m’n gemak bij ontmoetingen één-op-één dan op borrels en recepties.

„Maar toen Rogier besefte dat zijn laatste levensfase was aangebroken, heeft hij me gestimuleerd oude vriendschapsbanden weer aan te halen. Daar was hij heel bewust mee bezig: bel die ’s op, spreek ’s af met die. Als ik dan thuiskwam, vroeg hij: ‘En, hoe was het? Was er een klik? Was er belangstelling voor jouw verhaal, of moest je eindeloos verhalen aanhoren? Kreeg je er energie van?’

„Rogier heeft me gecoacht in het opbouwen van een leven zonder hem. Ik was me daarvan toen niet zo bewust, maar met terugwerkende kracht zeg ik: mijn rouwperiode lag deels al in de maanden vóór zijn dood en hij heeft me begeleid, hij was – bij wijze van spreken – mijn rouwtherapeut. Daar ben ik hem zó dankbaar voor.

„Behalve met de meiden en mijn schoonouders heb ik in het afgelopen jaar intensief contact gehad met een stuk of vijf, zes vriendinnen en vrienden die ik eerder niet zo vaak zag. Eén van hen was een vriendinnetje van de lagere school in de Betuwe, waar ik ben opgegroeid. We troffen elkaar weer in ons geboortedorp, waar ik de afgelopen jaren vaker kwam; mijn vader en haar moeder waren ernstig ziek.

„Zo bijzonder: je hebt elkaar tientallen jaren niet of nauwelijks gezien, en opeens gaat het contact verder alsof je gisteren nog druk in gesprek was met elkaar. Je hebt een gemeenschappelijke basis, het voelt vertrouwd. Dat heb ik ook met een vriendin van de middelbare school, die ik zomaar opeens ergens tegenkwam en die hier niet zo ver vandaan bleek te wonen.

„Rogier had gezegd: ‘Je hebt mensen nodig bij wie jij straks je verhaal kwijt kunt.’ Die heb ik, gelukkig. Hij zei ook: ‘Nodig de mensen in het begin vooral hier thuis uit, want niets is zo deprimerend voor een weduwe of weduwnaar als na een gezellige avond alléén thuiskomen in een leeg en donker huis.’ Dat wist hij uit eigen ervaring: dat zijn de momenten waarop je je verdriet en gemis het scherpst voelt.

„Vorige week was het precies een jaar geleden dat Rogier overleed. Dat is zo’n moment waarop je even stilstaat en terugkijkt. Het is mooi en wonderlijk om te zien hoe alles toch weer op z’n plek is gevallen.

„De eerste maanden na zijn dood werd ik vooral geleefd door allerlei bezoekjes en regeldingen. Ik had op dat moment geen werk dat me afleiding bood. Rogier en ik hadden onze zaak in 2011 verkocht. Hij zou een boek gaan schrijven, ik zou als zzp’er een praktijk opbouwen als administratief specialist in de zorg. Door Rogiers ziekte was het er niet echt van gekomen.

„Als ik terugdenk aan begin vorig jaar, dan voel ik vooral: wat was het leeg, wat was het stil toen – een enorm contrast met de maanden waarin we toeleefden naar Rogiers overlijden, met alle verdriet en zorg en pijn die erbij kwam.

„De zomer was loeizwaar, wat ook te maken had met een ander probleem dat speelde in de familie, waarbij we de wijsheid en de steun van Rogier enorm gemist hebben. In het najaar merkte ik opeens: hé, ik krijg weer meer energie.

„Ik ben altijd een fietser geweest, maar Rogier hield daar niet zo van. Ik dacht eerst: ik ga het fietsen weer oppakken, maar ik kon me er niet toe zetten. In de nazomer heb ik toch de knoop kunnen doorhakken. Ik heb een groepsreis geboekt: fietsvakantie op Majorca. Het was een fijne ervaring, ook een beetje een overwinning op mezelf.

„Na terugkomst van die vakantie dacht ik opeens: nu moet ik ophouden het gesprek steeds maar op mijzelf te laten uitkomen, ik heb het verhaal over mijn verdriet nu wel vaak genoeg verteld. Ik wilde me weer openstellen voor verhalen van anderen, mijn blikveld breder maken.

„Ik ben op zoek gegaan naar een vaste baan. Alleen zijn en dan ook nog alleen werken als zzp’er leek me geen fijne combinatie. Ik wilde weer collega’s om me heen hebben, structuur, een werkplek buitenshuis. En dat is me gelukt: precies de baan die bij me past, bij een grote zorgverzekeraar. Ik begin 1 februari – een nieuwe start in vele opzichten.”