Het beste advies: werk hard op school

De doorstroming van voortgezet naar hoger onderwijs is als bagger door een trechter. Veel uitval in het eerste jaar. Vertraging daarna. Het ergste is, iedereen doet zijn best. Scholen duiden de belangstelling van hun leerlingen. Het hoger onderwijs kijkt of de nieuwe studie en de student matchen. Maar jaarlijks 100.000 jongeren effectief begeleiden is nogal een opdracht. Scholen kunnen hun leerlingen beter harder laten werken. Wat motiveert, is namelijk niet de keuze, maar de succeservaring na die keuze.

Vijf jaar geleden botste ik op een station tegen Kees aan. Hij moest de trein in. Ik kwam eruit. We wisselden herkenning uit en ik riep; „Hoe gaat het met je studie?” Hij liet weten dat die organisatiekunde niks was. Hij deed nu economie.

Zoals Kees ken ik er veel. Na een gemakkelijke schoolcarrière volgt een studiekeuze. Een paar maanden later vallen de resultaten tegen. De verwijdering van de opleiding komt daar snel achteraan. In september de inschrijving voor een ander vak. Nieuwe kansen, nieuwe prijzen. Volgens cijfers van de onderwijsinspectie stopt ongeveer 30 procent in het eerste jaar van het hoger onderwijs. Een kwart heeft in de bedoelde drie jaar een bachelor.

Een beetje vreemd zijn deze treurige cijfers wel. Vanaf 1998 is de bovenbouw havo/vwo verbouwd. Met slechts één doel; verbetering van aansluiting met het hoger onderwijs. Loopbaanoriëntatie en Begeleiding (LOB) is onderdeel van deze vernieuwing. LOB speurt naar de belangstelling van leerlingen. Om van daaruit een juiste studiekeuze te maken. In 2009 blijkt uit onderzoeken dat het resultaat van deze aanpak onbevredigend is. De gekozen studie is vaak anders dan studenten denken. Eenderde van de uitval valt te voorkomen met betere voorlichting. Naar aanleiding hiervan komt er geld. Schoolbesturen bedenken van alles, maar de uitvoering blijft moeizaam. Op een school is de decaan verantwoordelijk voor LOB. De honderden leerlingen krijgt hij niet verwerkt. Dat moeten leraren doen. Zij voeren gesprekken aan de hand van belangstellingstesten en studiekeuzeactiviteiten. Hun expertise op dit gebied is nul. Ondertussen verleiden honderden opleidingen met prachtige websites. Op basis van dat materiaal gaan aanstaande studenten naar open dagen. Soms studeren ze op proef. De charme van de grote stad vervangt voor één dag de sleur van het schoolrooster. Een eerlijk beeld van inhoud, eisen en werkwijze komt niet tot stand.

En misschien hoeft dat ook niet. Zeker in het eerste studiejaar is niet de belangstelling, maar de succeservaring de motor achter motivatie. De student die tentamens haalt gaat door. Stop daarom met soul searching. Leer kinderen liever hard werken op school. Maak ze intellectueel weerbaar. En precies daar valt een wereld te winnen. Kijk naar de realitysoap De School. BNN volgde een havo-voorexamenklas. Omgang met kennis, intens en met plezier, het is niet te zien. In plaats daarvan herrie in de klas en gesprekken over particulier welbevinden. Een leraar zegt op camera: „Iemand die kennis wil overdragen, heeft het hier zwaar.” Kortom, dit is geen school, maar een jeugdhonk. Een kweekvijver voor kanonnenvoer in het hoger onderwijs. De onderwijsinspectie constateert dat op havo een op de drie lessen zo is.

Dit is maatschappelijk onaanvaardbaar. Studenten lenen voor hun studie. Volgens het weekblad Intermediair is vanaf 2030 meer dan de helft van de bevolking hoogopgeleid. Het gemiddeld loon zal door een toename van hoogopgeleid arbeidsaanbod dalen. Een schuldenlast, weinig geleerd in het funderend onderwijs en onzekerheid over toekomstig inkomen maken de student die geen geld van thuis meeneemt uiterst kwetsbaar.

Een paar maanden geleden liep ik Kees in een café tegen het lijf. Hij is weer geswitcht. Deze keer naar bedrijfskunde. Dat gaat ooit lukken. Maar het traject-Kees is op weg naar het einde. Omdat het onbetaalbaar is. Nu maar hopen dat ouders, leerlingen en leraren dat onderhand ook eens beseffen.