Gebruiksaanwijzing

Nog niet zo lang geleden had bijna elke cabaretier wel een stukje in zijn repertoire over het in elkaar zetten van een Ikea-kast, en hoe onmogelijk dat was, juist met de gebruiksaanwijzing erbij. En dat je vriendin dan boos op je werd. Ik geloof (of hoop) dat dit soort cabaret inmiddels weer uitgestorven is. Ja, gebruiksaanwijzingen kloppen vaak niet. We weten het. Ik herinner me de waarschuwing bij een vuurwerkpakket: „Niet in de hond houden.” Gelukkig hadden wij alleen een kat.

In België zag ik een televisieprogramma dat qua serieusheid leek op het achtuurjournaal, maar qua inhoud meer op Hart van Nederland. Er werd een Amerikaan geïnterviewd die in 1966 een Volvo had gekocht, en daar nog steeds in reed. Er stond inmiddels vier en een half miljoen kilometer op de teller. Het geheim was, zei hij, dat hij de gebruiksaanwijzing had gelezen. „Je weet wel, dat boekje in je dashboardkastje dat nooit iemand leest.” En hij dus wel.

Een hoopvol iets – dat het leven toch beheersbaar is. Dat de dingen gewoon werken als je maar goed leest. Maar het nieuws van die vier en halve miljoen kilometer heeft er nog niet toe geleid dat ik ook echt een gebruiksaanwijzing ben gaan lezen. Het idee dat het zou kunnen werken is eigenlijk al mooi genoeg. Ik heb een ordner met gebruiksaanwijzingen. Dat voelt georganiseerd, ook als je er nooit in kijkt.

Laatst ging mijn waterkoker stuk en terwijl ik mij al afvroeg of ik een nieuwe moest kopen, dan wel een reparatiepoging moest wagen, deed hij het alweer. Terwijl, hij was echt stuk. Het was een spontane wederopstanding. Ik kan bijna niet onder woorden brengen wat een geluksgevoel dit teweegbracht. Een waterkoker die even stuk is en daarna niet meer, is veel beter dan een waterkoker die het altijd zonder problemen doet. Mysterieus blijft waar de waterkoker dit zelfhelend vermogen vandaan heeft gehaald. Of zou hij zijn eigen gebruiksaanwijzing gelezen hebben (figuur 1)?