Enig idee wat die frappuccino’s kosten?

Lekker natuurlijk, een Coffee Frappuccino Light Blended Beverage in de trein van werk naar huis. Ook leuk: dat tijdschrift dat je in je boodschappenmandje gooit. Die dvd-serie die je erbij neemt als je toch net een boek bestelt op Bol.com.

Hebben we enig idee waar ons geld naartoe gaat? En zouden we niet véél minder wachten op ons eerste salaris na de feestdagen als we ons iets meer bewust waren van onze uitgaven?

„We geven geld uit zonder dat we erbij stilstaan”, zegt Henriëtte Prast, hoogleraar persoonlijke financiële planning in Tilburg. Naarmate we meer pinnen en minder contant betalen, zullen we steeds nonchalanter met geld omgaan, voorspelt ze. „Hoe virtueler ons geld, hoe minder het voor ons gevoel waard is en hoe gedachtelozer we het uitgeven.”

Ze vergelijkt het met vroeger, toen de euro er nog niet was en de portemonnee tijdens een vakantie in Frankrijk gevuld was met francs. „Voor ons gevoel was dat speelgeld. Dat gaven we heel gemakkelijk uit.” De ontwikkelingen in het betalingsverkeer hebben effect op ons gedrag, zegt ze. „Dat is voldoende aangetoond in wetenschappelijk onderzoek.” Zo blijkt bijvoorbeeld dat studenten meer snacks in de kantine kopen als ze pinnen dan wanneer ze contant betalen.

Broodjes in het bedrijfsrestaurant

Het leidt ertoe dat veel mensen – ruim 30 procent van de Nederlanders, volgens het Nibud – nauwelijks inzicht hebben in hun uitgavenpatroon. „Misschien zouden ze dat wel willen, maar zolang ze kunnen rondkomen, vinden ze het niet belangrijk”, zegt Gabriëlla Bettonville van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Als mensen een tijdje al hun uitgaven noteren schrikken ze vaak van de hoeveelheid geld die ze in een maand blijken te besteden aan koffie onderweg en broodjes in het bedrijfsrestaurant. „Maar dat je je dat realiseert, wil niet zeggen dat je het voortaan anders doet”, zegt Prast. „Wij denken dat wat we weten maatgevend is voor ons gedrag. Maar zo zitten we niet in elkaar.”

Veel mensen die makkelijk geld uitgeven en achteraf geen idee hebben waar het gebleven is, zijn sterk gericht op de korte termijn, zegt Bettonville. „Of ze zijn gevoelig voor verleidingen. Als je getriggerd wordt door teksten als ‘Sale’ of ‘50 procent korting’ is de kans groot dat je je geregeld afvraagt waar je geld gebleven is. Je hebt de neiging dingen te kopen die je niet nodig hebt.”

Het maakt uit of iemand als kind heeft geleerd met geld om te gaan. Bettonville: „Als je zakgeld kreeg en als scholier een bijbaantje had, kun je later beter met geld omgaan. Dan heb je al jong geoefend. Met geld omgaan is ook een kwestie van ervaring. Daarom zijn ouderen er meestal beter in dan jongeren.”

Piet-Jan Ottenhoff (59), verkoopmanager bij een automatiseringsbedrijf, en Hanneke van der Werf (56), psychodiagnostisch medewerker bij de GGZ, zijn ouders van een studerende tweeling van 20 jaar. Voor hen geldt hetzelfde als voor eenderde van de Nederlandse huishoudens: ze zouden best willen weten waar hun geld blijft, maar ze vinden het niet belangrijk genoeg om er werk van te maken. Omdat ze toch wel benieuwd zijn naar hun uitgavenpatroon raadplegen ze ‘Tim’, het digitale huishoudboekje van ING waar ze allebei een rekening hebben. Ze zien wat per maand het verschil is tussen inkomsten en uitgaven. Als de uitgaven hoger zijn, laat het scherm een rood dal zien. Als de inkomsten hoger zijn, ontstaat er een groene piek. Groene pieken en rode dalen wisselen elkaar af. Ze schieten allebei in de lach. „Zo te zien is het een complete chaos”, zegt Ottenhoff. „Toch redden we het altijd”, zegt Van der Werf. „We doen een beetje aan creatief boekhouden. Soms schuiven we geld van de spaarrekening naar de betaalrekening en dat boeken we dan later weer terug.”

Kar vol boodschappen

De laatste jaren kijken ze iets kritischer naar hun uitgaven. Ottenhoff: „We vergelijken zorgverzekeringen. We zijn overgestapt. Ook checken we abonnementen en de goede doelen waaraan we automatisch geld overmaken. Vroeger lieten we dat klakkeloos doorgaan.”

Van der Werf: „Ik let meer op wat ik uitgeef aan boodschappen. Sinds kort zit hier in de buurt een Lidl en daar koop ik steeds meer. Eerst alleen basisspullen, zoals toiletpapier en bronwater, maar nu ook vaak groente en fruit. Soms heb ik een kar vol boodschappen en hoef ik maar 70 euro af te rekenen. Het begint echt een sport te worden.”

„Veel mensen zijn iets meer gaan opletten”, zegt Bettonville. Uit onderzoek van het Nibud blijkt dat 70 procent van de huishoudens het afgelopen jaar zuiniger is geworden. Bij de huishoudens met een bovenmodaal inkomen is dat percentage 60. Sommige mensen snoeien drastisch, anderen zoeken het in kleine besparingen. Ze gaan minder gemakkelijk uit eten, doen boodschappen in een goedkopere supermarkt of nemen vaker brood mee naar hun werk. Vaak zijn dat precies de dingen waaraan ze voorheen gedachteloos geld uitgaven. „Daarop kun je bijna zonder pijn besparen”, zegt Bettonville. „Dat moet ook wel, want de koopkracht is de afgelopen jaren steeds een beetje gedaald. Sinds kort werkt Van der Werf 6 uur per week minder: door bezuinigingen moest ze naar een contract van 22 uur. Maar ze is ervan overtuigd dat de achteruitgang in inkomen geen probleem wordt – ze hebben zich wel vaker moeten aanpassen aan een nieuwe financiële situatie. Ottenhoff: „Dat speelde vooral toen ik een paar jaar geleden met mijn eigen zaak stopte en in loondienst ging werken. We waren gewend aan een onregelmatig inkomen met af en toe leuke meevallers. De overgang naar een vast inkomen was een grote omschakeling.” Van der Werf: „Het past gewoon niet bij ons om alle uitgaven op de weegschaal te leggen. Wij willen lekker leven zolang het kan.”