Column

Energieloopgraafjes

Ik dacht aan Don Quichot, toen ik vorige week in NRC Handelsblad las hoe Hans Wiegel tegen de windmolens tekeer ging. „Op dit oogenblik bespeurden zij dertig à veertig windmolens die in die vlakte stonden, en, zoodra Don Quichot ze zag, zeide hij tot zijn schildknecht: ‘(…) Kijk eens, daar ginds, vriend Sancho Panza, die dertig of meer nog ontzaglijke reuzen, met wie ik mij in strijd denk te begeven. (…) Men doet Gode een grooten dienst met dat booze gebroed van de oppervlakte der aarde te verdelgen.’”

Waar Don Quichot reuzen ziet „met hunne groote armen”, ziet zijn schildknecht Sancho Panza alleen maar dertig à veertig windmolens. Het was duidelijk: Don Quichot leed aan waanbeelden.

Het gevecht tegen de windmolens van mensen als Wiegel, of van Volkskrant-columnist Sommer, of eerder onze eigen premier Rutte („windmolens draaien niet op wind maar op subsidie”), heeft soms wel iets weg van het spokengevecht van Don Quichot. Zo stelt Wiegel dat er een heleboel extra bruinkool wordt verstookt in Duitsland, door toedoen van de windmolens. Niet waar, beoordeelde de next checkt-rubriek. Die extra bruinkool komt door de spotgoedkope steenkool en het feit dat extra CO2-uitstoot geen consequenties heeft (door de tekortschietende emissierechtenmarkt). Er wordt nu in het energieakkoord achttien miljard in windmolens gestoken, stelt Wiegel. Concurrentievervalsing! Maar goed, die achttien miljard wordt uitgespreid over de komende vijftien jaar. En verder vervalst het weinig, het trekt hooguit wat recht. Fossiele brandstoffen krijgen al jaren miljarden aan belastingvoordelen. En ook in een eventuele tweede kerncentrale zou enorm moeten worden geïnvesteerd.

Ik kon me dus niet aan de indruk onttrekken dat Wiegel gewoon argumenten zocht om te onderbouwen wat hij toch al vond: dat windmolens een linkse hobby zijn. Net als vele groepen in Nederland zit hij veilig verschanst in zijn eigen energieloopgraafje. Wiegel wil geen windenergie. Greenpeace wil geen kernenergie. Barendrecht wil geen CO2-opslag. Groningen wil geen gasproductie. Boxtel wil geen schaliegas. Drenthe wil geen windturbines wegens de geluidsoverlast van de wieken. De kuststeden willen geen windmolenparken in zee, want dat verpest het uitzicht voor recreanten. De vogelbeschermers willen geen windmolenparken ver weg op zee, want dat vinden de vogels niet leuk. Iedereen wil iets niet. Niemand wil iets wél.

Terwijl de partijen de afgelopen jaren in Nederland over elkaar heen tuimelden, heeft Duitsland de vergroe-ning al wel voor een deel gerealiseerd. In een indrukwekkend tempo tuigden de Duitsers een batterij aan windturbines en zonnecellen op. Geheel volgens verwachting loopt die Energiewende nog niet helemaal lekker. Er is een enorme overcapaciteit op dagen met veel zon en veel wind. Dan dumpt Duitsland goedkope stroom op de Nederlandse markt, met als gevolg dat onze hypermoderne en schone gascentrales vorig jaar stilstonden en alleen onze viezere steenkolencentrales lucratief bleven. Het CPB stelt nu voor even te wachten met nieuwe windturbines. Niet omdat windenergie zo’n slecht idee is. Maar omdat Duitsland ons voor was.

En weet u waarom die steenkolen zo goedkoop zijn? Omdat de Verenigde Staten ze niet meer blieven. Die hebben namelijk wél besloten hun schaliegas te verzilveren. En zo zal het de komende decennia steeds zijn. Telkens als ergens ter wereld een land, tegen de klippen op, iets duurzaams besluit en kolen links laat liggen, worden die goedkoper, tot onze kolencentrales bijna gratis energie kunnen genereren. Er zal eindeloos concurrentievervalsing nodig zijn, veel meer nog dan in het huidige akkoord werd besloten, als we ergens willen uitkomen met duurzaamheid. Voor de duidelijkheid: ik ben vóór.

En Don Quichot? Die geeft zijn paard Rosinante de sporen en gaat, kataklopkataklopkataklop, in volle vaart op de windmolen af.

„Toen hij hem nu een lansstoot in de wiek gaf, draaide de wind deze met zooveel kracht rond, dat zij de lans in stukken brak en paard en ruiter medenam, die een heel eind over het veld rolden. Sancho Panza snelde hem ter hulp zoo hard als zijn ezel maar lopen kon, maar toen hij aankwam, bevond hij, dat hij zich niet kon verroeren, zoo hevig was de val, dien hij met Rosinante gedaan had.”