Een onontwarbare kluwen van geruchten en feiten

Met lange tanden, misschien, maar toch meer dan welkom. Dat was de slotsom van NRC Handelsblad woensdag over het bevel van het hof in Arnhem om alsnog beschuldigingen van verkrachting aan het adres van oud-secretaris-generaal van Justitie Joris Demmink te onderzoeken.

Dat is een moment om even bij stil te staan, want rondom de oud-topambtenaar Demmink woedt al ruim tien jaar een geruchtencampagne. Deels komen de beschuldigingen aan zijn adres van advocaten, deels van een curieus netwerk van activisten en complotdenkers die hem zien als representant van een verrot, decadent establishment. Zij brengen hem in verband met van alles wat loos is, tot en met de moord op Marianne Vaatstra, en nog net niet met Abu Ghraib of de gefingeerde maanlanding.

Nu komt er dus alsnog een zaak. Hebben de ‘gevestigde media’ zitten slapen?

De campagne op internet en in andere media was natuurlijk lezers van deze krant niet ontgaan. Geregeld vroeg een lezer waarom de krant niets aan ‘de zaak-Demmink’ deed. Of waarom zo klein. Nauwelijks verholen argwaan: wordt hier iets weggemoffeld?

Eerst de feiten – toch al een schaars goedje in de hele zaak.

Ik telde vanaf 2002, toen Demmink aantrad als secretaris-generaal (en de campagne tegen hem op stoom begon te komen), in NRC Handelsblad 13 stukken over de ‘affaire’, waarvan 8 de afgelopen twee jaar. Ter vergelijking: bij de Volkskrant telde ik in die periode 15 stukken, waarvan 13 de laatste twee jaar. Ongeveer vergelijkbare aandacht, dus.

Inderdaad, de eerste jaren berichtten de kranten er nauwelijks over. Ook niet zo gek, want veel feiten waren er niet. Dat veranderde in 2007, toen nieuwe beschuldigingen aan het adres van Demmink werden geuit door de veroordeelde Turkse drugshandelaar Huseyin Baybasin. Die waren in NRC Handelsblad aanleiding voor een portret (1.895 woorden) van Demmink (Een sterke ambtenaar met veel vijanden, 18 juni 2007) door verslaggevers Jan Meeus en Jos Verlaan.

In dat stuk werden de beschuldigingen genoemd: pedofilie en het manipuleren van de strafzaak tegen Baybasin. Maar, noteerden de verslaggevers: „Harde bewijzen ontbreken” En: „Feit is dat Demmink tot op heden alle beschuldigingen heeft weten te weerleggen.” Demmink zelf wilde de krant niet te woord staan. Wel werd in het stuk gewag gemaakt van zijn homoseksualiteit.

Een volgend moment kwam pas in 2012, met nieuwe, anonieme, beschuldigingen afkomstig uit de Haagse onderwereld in het Algemeen Dagblad (dat door Demmink werd aangeklaagd). Twee ex-gevangenisdirecteuren deponeerden belastende verklaringen bij de notaris. En afgelopen september dook een document op dat Demminks verweer ondermijnde tegen twee Turkse mannen die hem van misbruik beschuldigen.

Dat laatste was uiteindelijk voor de krant reden op te schalen. Verslaggever Marcel Haenen, in de jaren negentig al justitieverslaggever, schreef een verhelderend stuk (Wending in affaire-Demmink, 28 september, 894 woorden) en kort daarop nog een (Demmink heeft zijn agenda gevonden, 14 december, 1.123 woorden).

Haenen had afgelopen dinsdag ook de primeur dat het Openbaar Ministerie was opgedragen de zaak tegen Demmink alsnog strafrechtelijk te onderzoeken. Daarna volgde weer een langer stuk (Met lange tanden begint OM onderzoek Demmink, 22 januari). En nu kwam er ook een hoofdredactioneel commentaar van de krant (Bevel om zaak-Demmink uit te zoeken is meer dan welkom).

Kreet vanuit de coulissen: had de krant dat zelf niet eerder kunnen doen?

Nou, de krant hééft dus wel degelijk over de zaak geschreven, vanaf 2007 – maar inderdaad volgend, niet agenderend.

Dat is ook niet zo gek, want het ging om een baaierd van geruchten en anonieme beschuldigingen, versus herhaalde ontkenningen en onderzoek dat niets opleverde. Dan valt er weinig te melden, tenzij nieuwe feiten opduiken of de zaak – zoals nu is gebeurd – in een stroomversnelling raakt. Lezers zijn wel gevoelig voor het ‘verzwijgen’ van duistere zaken door de media, maar óók voor het opzetten van journalistieke ‘hetzes’.

Overigens is de jongste wending in de zaak opmerkelijk, maar ook nog wel beperkt: het gaat om Demminks alibi in de ‘Turkse zaak’; maar de campagne tegen hem is veel breder. Aan de affaire klitten allerlei aspecten die de concrete aantijgingen die nu ter discussie staan verre te buiten gaan; voor sommige bloggers is Demmink de personificatie van een corrupte politiek-juridisch orde; of is zijn affaire een symbool van de krachtmeting tussen ‘nieuwe’, rebellerende, en ‘oude’ afdekkende media. Overigens waren het ook juist sommige van die laatste media, kranten en tv-zenders, die de zaak de afgelopen jaren aanjoegen.

Zo doemt hier dus nog wel een ander mediaverhaal op, nog los van de rechtsgang en het bewijs tegen Demmink. Namelijk een verhaal over de vraag hoe de aanhoudende beschuldigingen aan zijn adres georganiseerd en gefinancierd zijn, en hoe de telkens opduikende aantijgingen precies tot stand zijn gekomen. Volgens Haenen sparen betrokkenen „al jaren kosten noch moeite om Demmink voor de rechter te krijgen omdat ze een groot justitieel complot vermoeden”.Ten slotte: ook de aard van de beschuldiging, pedofilie, en de aangescherpte aandacht daarvoor, speelt ongetwijfeld een rol.

De Volkskrant bracht vorig jaar al eens een portret van de lobby tegen Demmink, „een bont gezelschap van advocaten, voormalige rechercheurs en zelfbenoemde idealisten”. Over die laatste typering kun je twisten (zijn er ook door anderen benoemde idealisten?) Maar dat stuk gaf tenminste al enig inzicht in de labyrintische, soms troebele wereld áchter de jarenlange campagne.

Een mooi onderwerp voor een promovendus in de mediastudies, ooit – maar toch ook voor de krant.

In zo’n kwestie wil je niet alleen graag feiten hebben over de kop van Jut, maar ook over de vaste klanten en kermisgangers die met de hamer slaan.

Reacties: ombudsman@nrc.nl