Eén keer per jaar gaat het heel erg mis

Eén dossier van een tbs’er is teruggetrokken. In het weekend voorafgaand aan de vergadering heeft hij de benen genomen toen hij met een begeleider de V&D in Groningen bezocht. Zijn fiets werd teruggevonden bij station Groningen en hijzelf een dag later in Rotterdam.

Voor hem was opnieuw verlof aangevraagd door zijn kliniek, maar dat verzoek is nu van tafel. Wie zich misdraagt, blijft minimaal een jaar binnen de muren.

Het Adviescollege Verloftoetsing TBS bespreekt het voorval kort. De commissievoorzitter: „Ik heb het even nagekeken en we hebben de vorige keer voorzichtig ja gezegd tegen het verlof. Ik kon niet echt zien dat we daarbij iets over het hoofd hadden gezien.”

Een ander lid, psychiater, reageert: „Het verbaasde mij niet. Echt zo’n impulsieve actie.”

De commissievoorzitter: „Gelukkig is er niets gebeurd.”

Deze week werd bekend dat een 46-jarige man is aangehouden op verdenking van verkrachting en moord op het 15-jarige meisje Nicole van den Hurk, in 1995. Het bleek een tbs’er die op het punt stond terug te keren in de maatschappij. Hij woonde al min of meer zelfstandig, maar stond nog onder toezicht van een tbs-kliniek. Als deze man de moord in 1995 heeft gepleegd, betekent dat dat hij die jarenlang voor zijn behandelaars heeft verzwegen.

Het zijn lastige afwegingen, die een commissie van drie psychiaters en psychologen moet maken. Ze schuiven er een à twee keer per week voor aan een ovale vergadertafel. Per vergadering worden de verlofverzoeken van twintig tbs’ers besproken. Nooit meer, soms minder.

Over tafel gaan de soms gruwelijke delicten die de tbs’ers hebben gepleegd. De medicijnen die ze krijgen, hun seksuele voorkeuren en de relatie met hun moeder – als die relevant is. Alles van papier, want er is nog nooit een tbs’er binnengeweest in de neutrale kantoorruimte, gevestigd in één van de lange armen van winkelcentrum Hoog Catharijne. De wanden zijn leeg. In de hoek van de kamer staat een grote plant.

Iedere tbs’er die tijdens een verlof de mist ingaat, is door het college beoordeeld. Maar collegevoorzitter Jan Verheugt gaat niet zwaar gebukt onder die wetenschap. „Dat het fout is gegaan wil niet altijd zeggen dat wij een fout hebben gemaakt.” Een zeker risico tijdens verlof is inherent aan het tbs-systeem dat hij „een heel verstandige manier” noemt om om te gaan met mensen die een „verschrikkelijk delict” hebben begaan toen ze „heel ziek” waren. De kans dat een gestoorde dader opnieuw de fout ingaat, is kleiner als hij succesvol behandeld is. Verheugt vindt tbs „dus een goed systeem.”

Bereidheid tot vergeving

Maar tbs staat in een kwade reuk, zegt hij ook. Sinds tbs’ers in 2004 en 2005 geweld gebruikten en daarover gedetailleerd werd bericht in kranten en op televisie. Nu blijkt de verdachte van de moord op Nicole van den Hurk een tbs’ er. Maar ook breder lijkt de bereidheid tot vergeving, ook bij ‘gewone’ gedetineerden, te zijn afgenomen. Kijk naar Volkert van der G., die mogelijk in mei vrijkomt, maar wiens verlof aanvankelijk door staatssecretaris Teeven (Justitie, VVD) werd tegengehouden. Hij zei te vrezen voor maatschappelijke onrust en de veiligheid van Van der G.

Om het draagvlak voor de tbs-maatregel te vergroten, nodigt het college verloftoetsing buitenstaanders uit om een vergadering bij te wonen. Bijvoorbeeld Tweede Kamerleden die over tbs beslissen, ambtenaren en advocaten. Zij moeten een geheimhoudingsverklaring tekenen – journalisten ook. Het ministerie wil niet dat slachtoffers onverhoeds geconfronteerd worden met informatie over hun daders. Het betekent dat de vaak schokkende delicten in dit artikel alleen globaal beschreven kunnen worden.

Hoewel tijdens de vergaderingen soms in jargon wordt gesproken over mensen („Is dit polymorf-pervers?”) wordt van alle tbs’ers vrij terloops ook een menselijke typering gegeven. Daarin maken de gedragswetenschappers bijna altijd onderscheid tussen de onvermogende stumper en de intelligente, meer berekenende dader.

Over vijf tbs’ers wordt bijvoorbeeld dit gezegd:

„Een hele kwetsbare man die snel uit z’n evenwicht is.”

„Een zwakke broeder.”

„Populair gezegd valt deze jongen in de categorie halve zolen.”

„Dit is een hele nare dwingeland.”

„Deze man zal zijn begeleider onder druk zetten.”

In twee vergaderingen komen 38 tbs’ers voorbij. Eén vrouw, 37 mannen. Van hen zijn er 28 in Nederland geboren, 10 daarbuiten. Bijvoorbeeld in Suriname, Marokko, voormalig Joegoslavië of Bulgarije.

Ze hebben of hadden allemaal een psychische stoornis, een voorwaarde voor de rechter om tbs op te leggen. Het grootste deel is verslaafd geweest, aan drank, cocaïne, heroïne of een combinatie. Sommigen worstelen daar nog steeds mee, blijkt als na een verlof drugsresten in hun urine worden gevonden. De meeste tbs’ers krijgen in de kliniek een vorm van medicatie, zoals kalmeringsmiddelen, libidoremmers of anti-psychotica. Een aanzienlijk deel van de daders is zwakbegaafd, een enkeling hoogbegaafd.

Incidenten met tbs’ ers hebben ertoe geleid dat een tbs’er inmiddels pas op verlof mag als dat maar liefst vier keer is goedgekeurd, het laatst door de minister. De directe behandelaars stellen de aanvraag op. Een ander team in de kliniek beoordeelt die vervolgens. Hierin zitten geen mensen die de tbs’er zelf behandelen. „Want dát”, zegt collegevoorzitter Jan Verheugt „is de spagaat” waar behandelaars in zitten. „Om iemand succesvol te kunnen behandelen is het nodig een vertrouwensband op te bouwen. Maar daardoor kan het oorspronkelijke delict op de achtergrond raken.” Bovendien willen behandelaars graag zien dat hun therapieën effect hebben. Verheugt: „Dat is heel menselijk.”

Hoewel het Adviescollege Verloftoetsing TBS als belangrijkste opdracht heeft de samenleving veiliger te maken, is het aantal tbs’ers dat op verlof gaat niet afgenomen sinds de komst van deze extra ‘schil’ in de beveiliging. In 2008 gingen er 843 tbs’ers op verlof, in 2012 waren dat er 1.116. Ook het aantal onttrekkingen (tbs’ers die tijdens verlof te laat terugkomen of zelfs verdwijnen) is gegroeid in deze periode, van 28 in 2008 tot 65 in 2012. Het aantal tbs’ers is in die periode juist afgenomen.

De klinieken zijn meer verlof aan gaan vragen, denkt Verheugt. Vermoedelijk als reactie op het feit dat tbs steeds langer is gaan duren, tot gemiddeld tien jaar nu. Verlof speelt daarbij een belangrijke rol. Want wie niet op verlof gaat, resocialiseert niet. En wie niet resocialiseert, komt niet uit de tbs. Het is een belangrijke reden voor veel advocaten om hun cliënten af te raden mee te werken aan onderzoek naar hun geestesgesteldheid: tbs kan ontaarden in levenslang. Het aantal tbs-opleggingen is in 2012 gedaald tot 157. In 2005 werd tbs nog 271 keer opgelegd.

Fascinatie voor gestoorde daders

Ook het college maakt zich hard voor eerder en vaker verlof van tbs’ers. De gedragswetenschappers die lid zijn, hebben in hun werk te maken met tbs „en het zou dus gek zijn”, zegt Verheugt „als zij niet in het systeem geloven”. Verheugt, die zelf „een zekere fascinatie heeft voor gestoorde daders”, zegt: „Ongeveer eenderde van alle tbs’ers in Nederland gaat op dit moment helemaal niet op verlof. Ik vind dat een bedenkelijk getal.”

In het college wordt met mededogen over mensen gesproken die ‘in de val zitten’. „Je hebt pech als je een psychiatrisch probleem hebt dat niet makkelijk te vatten of te behandelen is”, zegt een van de psychiaters. Dat lijkt bijvoorbeeld het geval bij de nog jonge man die als kind is geadopteerd. Hij heeft vanaf zijn allervroegste jeugd psychische problemen en begon op jonge leeftijd met het plegen van overvallen. Voor hem is nu verlof met één begeleider aangevraagd. Hij heeft al verlof gehad met twee begeleiders. Maar in het door de kliniek aangeleverde dossier klinkt twijfel door.

„Het is een wegloper”, zegt de psychiater die zijn casus bespreekt. „De kliniek vraagt nu enkelvoudig begeleid verlof aan terwijl hij in feite onbehandelbaar is.”

Een andere psychiater zegt: „Tout tbs bijt z’n tanden stuk op deze jongen. (...) Volgens mij weet de kliniek het ook niet meer.”

De eerste psychiater: „Hij neemt de benen zodra hij de kans krijgt.”

De ander weer: „Maar de rechter zal op een gegeven moment komen met de vraag of de maatregel nog proportioneel is.”

Iedere twee jaar beoordeelt een rechtbank of tbs verlengd moet worden. De rechter kijkt daarbij ook of de lengte van de maatregel nog in verhouding staat tot het delict dat is gepleegd. In het geval van deze jongen is dat maar de vraag. Hij heeft niet gemoord, niemand verkracht en geen huis in brand gestoken waarin mensen lagen te slapen. De vraag die daarom eigenlijk voorligt bij de commissie is: laten we hem nu, met enig risico, op verlof gaan met één begeleider of accepteren we dat de rechter straks zijn tbs beëindigt?

De eerste psychiater:„Als je kijkt naar het risico, zeg ik nee.”

De tweede psychiater:„Ja, wat gaat er dan gebeuren, gooien we de sleutel weg?”

De commissie-voorzitter, in het dagelijks leven advocaat-generaal: „Nou, hij is pas enkele maanden bezig met verlof. Dus van een impasse kun je echt nog niet spreken.” Stilte. „En het is ook: Stel, hij neemt de benen. Wat voor verhaal hebben we dan?”

Het verzoek wordt afgewezen. De man houdt twee begeleiders. Het college laat de secretaris ook een opmerking noteren voor de kliniek: dat deze man niet echt meer behandeld lijkt te worden.

Wat doet een tbs’er op verlof? Het begint meestal letterlijk met een rondje lopen om de kliniek, naast een begeleider. Hoe reageert de tbs’er op de vrijheid en op de mogelijkheid om hard weg te rennen? Daarna starten andere fases, die per persoon verschillen. Een man die vastzit voor seksueel geweld mag bijvoorbeeld in de directe omgeving van de kliniek wandelen, fietsen of vissen. Op enige afstand zal hij worden gevolgd door een begeleider. Als dat goed gaat mag hij, opnieuw gevolgd door een begeleider, naar een supermarkt of bibliotheek. Daarna mag hij zelf – maximaal twee uur – naar het centrum van een nabijgelegen gemeente of de bibliotheek. Deze uitstapjes moeten een duidelijk omschreven praktisch doel hebben. Bijvoorbeeld: ‘brood kopen’ of ‘boek lenen’.

In de verlofaanvragen staan ook leerdoelen. Zoals „de belastbaarheid toetsen” van de tbs’er. Of de tbs’er „leren te genieten en ontspannen”. Een zedendelinquent gaat met een begeleider stijldansen en zich oriënteren op andere hobby’s zoals „schermen” en „bij een duikclub”.

Een belangrijk onderdeel van vrijwel alle verlofplannen is bezoek aan familie en vrienden. Het hebben van een netwerk – of vangnet – verkleint de kans op herhaling. Maar soms is het netwerk van een tbs’er juist onderdeel van zijn probleem. Een verkrachter met „bijzondere obsessies” komt uit „een seksueel grenzeloos gezin”, waar een vader zijn zus met een tongzoen begroet. „De seks druipt van het dossier”, zegt de psycholoog die de casus voordraagt. De familie van de dader noemt hij „geen gezond netwerk”. De tbs’er kan zich er niet goed ontwikkelen omdat hij een „ondergeschikte rol” heeft. „Ik heb geen reden om ‘nee’ te zeggen, maar het contact met de familie lijkt niet goed te zijn voor de behandeling.”

Een van de psychiaters reageert: „Ja, de appel lijkt niet ver van de boom te vallen. Maar ze hebben er een forse libidoremmer ingegooid. Hij is feitelijk chemisch gecastreerd.” Het derde commissielid, tot zijn pensioen psychiater bij een tbs-kliniek, zegt: „Hij heeft een symbiotische relatie met zijn familie. Dat zul je moeten accepteren want daar komt hij in dit leven niet meer van af.”

De commissie-voorzitter: „De libidoremmer geeft wel enige rust. Bij hem en bij ons. (...) Een gevoelige casus, hopen dat het goed gaat.”

De commissie besluit dat het verantwoord is de man op verlof te laten gaan.

Familieleden van een andere tbs’er hebben geprobeerd drugs voor hem de kliniek in te smokkelen. Ook zij zijn volgens een van de psychologen „een variabele die de behandeling ondermijnt.” Het college besluit dat deze tbs’ er zijn familie wel mag bezoeken maar er niet mag blijven slapen.

Voorzorgsmaatregelen

Jaarlijks behandelt de commissie ongeveer 1.700 verlofaanvragen. In 6 procent van de gevallen wordt verlof geweigerd. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen gaat het gemiddeld één keer per jaar heel erg mis.

In 2012 gebeurde dat in Rekken. Een cliënt van tbs-kliniek Oldenkotte overmeesterde zijn begeleidster tijdens een fietstochtje, mishandelde en verkrachtte haar. De man was een recidiverende zedendelinquent, en zat nog geen twee jaar in een tbs-kliniek. Daar toonde hij inzicht in zijn eigen handelen en feilen. Achteraf bleek dat hij had zitten wachten tot de eerste keer dat hij met één begeleider op verlof zou gaan. In zijn tas zaten touw en tape toen hij de kliniek verliet. Zijn goede gedrag was een schijnaanpassing, concludeerde de officier van justitie in de rechtszaak die volgde.

Een incident zoals in Oldenkotte wordt uitgebreid geëvalueerd. Door de kliniek, maar ook door het college dat het verlof goedkeurde. „Wij hebben ervan geleerd”, zegt Jan Verheugt, „dat we bij twijfel moeten zeggen: er moet een man mee in plaats van een vrouw.” Maar het stellen van zo’n voorwaarde is omstreden. „Dan moet je de klinieken horen”, zegt een commissielid. „Die vinden dat je dan de professionaliteit van hun medewerkers in twijfel trekt.”

In de commissie wordt de zaak behandeld van een Antilliaanse man die tbs opgelegd heeft gekregen voor geweld. Hij woont al op zichzelf, buiten de hekken van de kliniek maar heeft wel twee keer een „terugval met drugs” gehad, zegt de psycholoog die zijn casus presenteert. De man werkt goed mee aan zijn behandeling en „stelt zich begeleidbaar” op. Het gaat goed, misschien iets té goed, denkt de psycholoog. „Het roept bij mij de vraag op of we hier met een schijnaanpassing van doen hebben.” De drie gedragswetenschappers denken na, kijkend naar het dossier dat ze voor zich hebben, bladeren erin – alle drie met een hand onder hun kin.

Een van de leden reageert: Hij is niet zo bang voor een schijnaanpassing. Vooral niet omdat de man – via een medicijndepot onder zijn huid – een anti-psychoticum krijgt toegediend. Hij kan zijn medicatie dus niet ‘vergeten’. De commissie gaat akkoord.

Formeel gezien hoeft het college verloftoetsing maar één vraag te beantwoorden: is het veilig dat deze man of vrouw op deze manier naar buiten mag? Maar de echte inzet van de vergadering is een andere, onderliggende vraag. Heeft de tbs-kliniek deze man of vrouw wel goed in beeld? Weten ze wel écht hoe het gaat? Jan Verheugt: „Stinken ze er niet in?” De leden van het college zijn, zegt Verheugt, „zeer getraind in het tussen de regels door lezen. Bestaat een verlofaanvraag uit knip- en plakwerk of voel je aan de tekst dat ze écht weten hoe het met hem gaat?”