Een heel ecosysteem in een luiaardvacht

foto thinkstock

In de regenwouden van Centraal- en Zuid-Amerika leeft de kapucijnluiaard. Zijn dikke vacht is een jungle op zich, een ecosysteem in het klein. Want je kunt er kakkerlakken in aantreffen, kevers, motten, wormpjes, kiezelwieren, schimmels, algen. Maar wat die organismen allemaal in die vacht doen en of ze elkaar beïnvloeden – daarover was weinig bekend. Tot nu.

Amerikaanse biologen komen met aanwijzingen dat drie soorten – de luiaard zelf, een snuitmotje en een alg – van elkaars aanwezigheid profiteren. In hun artikel, deze week verschenen in Proceedings of the Royal Society B, schetsen ze hoe de levens van deze drie soorten met elkaar vervlochten zijn.

Gevaarlijk poepgedrag

Al bekend was dat de hoog in de bomen levende kapucijnluiaard ongeveer eens in de week afdaalt om te poepen. Onduidelijk is waarom hij dit doet. Het kost het slome dier een hoop energie. En het maakt hem, zo vlak boven de grond, kwetsbaarder voor zijn vijanden: de jaguar, de harpij, de briluil. Waarom zet hij zijn leven zo op het spel?

De Amerikaanse onderzoekers zien een verband met de snuitmot en de alg. Als de luiaard beneden een kuiltje heeft gegraven om zich daarin te ontlasten, leggen de vrouwelijke motten snel hun eitjes in de poep (dat ze dit doen is al in 1976 beschreven). Dan gooit de luiaard er bladeren overheen en keert in zijn extreem trage tempo weer terug naar boven. Na 3 à 4 weken hebben de larven in de poep zich ontwikkeld tot nieuwe motjes en fladderen ze naar boven naar hun gastheer. Op één luiaard zitten makkelijk 20 motten, soms wel 130.

De Amerikanen hebben nu ontdekt dat hoe meer motten er op de vacht leven, des te hoger daar de concentratie ammonium is, en des te meer algen. Ze denken dat dat ammonium dient als stikstofbron voor de algen. Aangetoond hebben ze dat niet.

Wel duidelijk is dat de algen een groene kleur geven aan de luiaard. Hoe meer algen, hoe groener de vacht. Eerder werd gedacht dat de luiaard daardoor beter gecamoufleerd is tussen de bladeren. De Amerikaanse biologen sluiten dat niet uit, maar suggereren dat de algen primair dienen als voedingsbron. Ze hebben de algen in ieder geval aangetroffen in de voormaag van enkele dieren en in de ontlasting. De luiaard krijgt dus in ieder geval algen binnen.

Wat extra algen zou het slome dier goed kunnen gebruiken, schrijven de biologen. Want de kapucijnluiaard behoort tot de zogeheten drietenige luiaards en die voeden zich louter met bladeren. Er zijn ook tweetenige luiaards; die hebben naast bladeren ook fruit op het menu staan. Uit bladeren haal je niet veel energie. De algen zouden een aanvulling zijn, een bron van extra koolhydraten en vetten.

Nu nog testen

Frietson Galis, bioloog bij het Naturalis Biodiversity Center in Leiden, noemt de publicatie „een leuke studie”. Maar de geopperde relatie tussen luiaard, mot en alg is volgens haar vooralsnog vooral een hypothese. De Amerikanen voeren weinig bewijzen aan, vindt ze. „Het zou fijn zijn als ze de hypothese ook gaan testen.”

Dat zegt ook Desmond Gilmore van de universiteit van Glasgow, die in het Braziliaanse regenwoud onderzoek doet aan luiaards en opossums. „De hoeveelheid algen in de vacht varieert door het jaar. Ik vraag me af of ze zoveel bijdragen aan de voeding.”

In ieder geval zal de aandacht voor de kapucijnluiaard toenemen. Want vorige week schreven Amerikaanse wetenschappers in het tijdschrift PLOS One dat ze allerlei schimmels in de vacht van het dier hadden gevonden. In die schimmels vonden ze stoffen die in de reageerbuis actief bleken tegen onder meer de malariaparasiet en tegen allerlei bacteriën.