Een film over één seconde

Waar het ongeluk precies heeft plaatsgevonden is niet duidelijk. Maar het zou ergens in de Belgische Ardennen kunnen zijn. Een natte vierbaans snelweg draait met flauwe bochten door een glooiend landschap, in de verte hangt mist tegen de heuveltoppen. In de berm ligt, in een plas van bluswater, het uitgebrande wrak van een oldtimer. Een vader en zijn drie zoontjes staan er met verbijstering naar te kijken. De Vlaamse politie is al ter plekke en heeft met busjes de snelweg afgesloten. Een Waalse berger – ‘dépannage 24/7’ meldt de opdruk op zijn truck – staat klaar om de auto op te laden. Achter hem heeft zich een lange rij auto’s gevormd die geen kant meer op kunnen.

Tot zover het alledaagse uitgangspunt van de nieuwe film Highway Wreck van de Belgische kunstenaar David Claerbout, die deze week in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam in première is gegaan. Met die paar zinnen is de plot ook meteen verklapt. Want de film van Claerbout mag dan ruim een half uur duren, het onderwerp is slechts dit ene moment vlak na het ongeval. Wat eraan voorafging, of wat erna zal gebeuren, krijgen we niet te zien. Eén seconde, of misschien zelfs een fractie daarvan, daar draait het om.

Zoals vaker met de films van Claerbout is het uitgangspunt van Highway Wreck een historische foto. In dit geval een zeventig jaar oude zwart-witfoto van een auto-ongeluk, die de kunstenaar vond in de Staatsbibliotheek van Berlijn. Die foto wordt in de film tot leven gewekt – gereanimeerd, zou je het kunnen noemen. Claerbout laat zien hoe de omgeving eruit zou kunnen hebben gezien. Hij reconstrueert een stilgezet moment dat ergens in de Tweede Wereldoorlog moet hebben plaatsgevonden en rekt dat op tot 35 fascinerende minuten.

In eerste instantie lijkt Highway Wreck een opeenvolging van verstilde beelden – een soort diapresentatie – die het ongeluk vanuit verschillende standpunten in kaart brengen. Maar al snel ontdek je dat de camera wel degelijk beweegt: hij glijdt langs de file met auto’s, zoomt in op de gezichten van de omstanders. Ik moest bij die shots denken aan de legendarische film Week-end (1967) van Jean-Luc Godard. Ook daarin zit een schijnbaar eindeloze scène van zo’n lange rij stilstaand blik. En ook daar zijn de bestuurders van pure verveling uit hun voertuigen gestapt, om te picknicken in de berm, of een kaartje te leggen op de motorkap. Dit akkefietje kan nog wel even gaan duren. Van Week-end herinner ik me verder vooral het aanhoudende, zenuwtergende getoeter. Hier op Claerbouts tentoonstelling heerst juist een diepe, hypnotiserende stilte.

Doordat de beelden in Highway Wreck bewegen, denk je dat de tijd ook voortschrijdt. Maar dat is nu juist niet het geval. De mensen staan aan de grond genageld, voor eeuwig bevroren in dit moment. Het duurt even voordat je die verwarring te boven bent. Je kijkt naar een foto, maar je kunt erin ronddwalen. Het platte beeld is een driedimensionale constructie geworden. Het is alsof je zelf tussen de brandweerwagens staat en in de rondte kijkt. Alleen: hoe kan het dan dat je nergens camera’s ziet?

En zo is er meer dat onverklaarbaar is in deze magische film. De auto stamt duidelijk uit de jaren veertig, en de vader draagt een Duits soldatenuniform uit die tijd. Maar de Audi’s, Volkwagens en Mazda’s zijn van nu, net als hun bestuurders, die volgens de laatste mode gekleed gaan. Maar die politiebusjes, zijn die niet afkomstig uit de jaren tachtig? En hoe zit het met die oude truck die naast het wrak geparkeerd staat? Het is alsof we terug in de tijd lopen naarmate we dichterbij de plek des onheil komen. Het ongeluk is een beeld uit het verleden, maar hier is het net gebeurd. Vandaar ook dat alle reddingswerkers zo relaxed ogen. Haast is allang niet meer geboden. Ze zijn toch al zeventig jaar te laat.

Lagere versnelling

Claerbout speelt een raar spelletje met de tijd. En verstoort daarmee ook je eigen tijdsbesef. De tentoonstelling in het Fotomuseum is klein en overzichtelijk, met naast Highway Wreck nog de video’s Rocking Chair (2003) en The Quiet Shore (2011). Ik had het gevoel dat ik binnen een half uur weer buiten stond, maar toen ik op mijn horloge keek, bleek er ruim anderhalf uur verstreken. Claerbout maakt films die ons als kijkers in een lagere versnelling brengen. Het zijn films die onthaasten. In het huidige zap- en scrolltijdperk, waarin snelle montages een must zijn omdat de kijker anders zijn interesse verliest, mag je deze meditatieve expositie gerust een statement noemen.

In een naastliggende ruimte, waar The Making of Highway Wreck draait, wordt een deel van de magie van Claerbouts films verklaard. Hier legt de kunstenaar uit hoe hij platte foto’s diepte geeft met behulp van kleimodellen. Hoe hij alle figuren afzonderlijk in zijn studio heeft geportretteerd, vanuit alle mogelijke hoeken. Hoe hij storyboards maakt van bestaande beelden van auto-ongelukken die hij op internet vindt. En hoe hij al die losse beelden in zijn computer aan elkaar heeft gelast.

„Het mogen geen actiefoto’s zijn”, vertelt Claerbout in deze uitlegfilm. „Ik zoek naar eenzaamheid, naar verlaten fotografie waaruit het leven is weggetrokken. Ik wil geen glimlach, geen spontaniteit. Mijn mensen zijn als poppen, als zombies. Hoe minder informatie je geeft, des te meer de kijker er zelf in kan leggen.”

Misschien schuilt daarin wel de kracht van zijn films. Claerbout creëert een wereld die hyperrealistisch en onwerkelijk tegelijk is. Een wereld waarin tijd en plaats compleet op hun kop worden gezet. Dat maakt dat deze films zo duizelingwekkend zijn. En waarom je er eindeloos naar wilt kijken.