ECB: bankenplan schiet tekort

De Europese Centrale Bank (ECB) vindt de in december door euro-ministers overeengekomen aanpak van probleembanken log, verwarrend en daarom onvoldoende geloofwaardig. Dat staat in een vertrouwelijk intern ECB-memo.

Het Europees Parlement moet nog instemmen met de ‘bankenunie’ waaraan ministers voor Kerst de laatste hand legden en vindt, net als de ECB, dat het systeem rammelt. De onderhandelingen hierover lopen. Maandag en dinsdag praten Europese ministers van Financiën in Brussel onder meer over de voortgang daarvan.

Het saneren van probleembanken gebeurt idealiter binnen 24 uur, om paniek op financiële markten en onder spaarders voor te zijn. In december spraken lidstaten af dat ook zijzelf, naast de Europese Commissie en een speciale ‘resolutieautoriteit’, mogen meebeslissen hierover. ECB-voorzitter Mario Draghi sprak toen al zijn twijfels hierover uit.

„De ECB is bezorgd dat de logge besluitvorming die nu voor ogen staat tekortschiet voor het bereiken van snelle besluiten”, aldus de woensdag rondgestuurde memo. Alleen de Europese toezichthouder, de ECB zelf dus, zou de bevoegdheid moeten hebben om te bepalen of een bank reddeloos verloren is. Het opknippen daarvan zorgt voor „inefficiënte overlap”.

Corien Wortmann (CDA), een van de onderhandelaars namens het Europees Parlement, is desgevraagd blij dat de bank volhardt in haar kritiek. „Het gaat om pijnlijke beslissingen, die je rigoureus moet nemen, zonder politieke koehandel.” Bovendien moet ‘concurrentievervalsing’ worden voorkomen: het mag niet uitmaken uit welk land een probleembank komt. Volgens haar is het risico groot dat dit wel gaat meespelen als lidstaten zelf meebeslissen.

Volgens Wortmann verlopen de onderhandelingen moeizaam. „Er is weinig bereidheid tot bewegen.” Als dat zo blijft, waarschuwt ze, dan kan de bankenunie niet worden voltooid voor de Europese verkiezingen in mei.

De ECB vindt ook dat er een volwaardig Europees vangnet moet komen voor wanneer de stroppenpot leeg is. Ministers besloten in december om de discussie hierover grotendeels voor zich uit te schuiven. Lidstaten zouden volgens de ECB gezamenlijk garant moeten staan voor het fonds, dat in principe gevuld moet worden door de banken zelf. Dat zou het fonds „geloofwaardiger” maken, aldus de bank.

ECB-bestuurder Benoît Cœuré zei eerder deze week in een toespraak dat de stroppenpot ook sneller tot stand moet komen, niet in tien jaar, maar in vijf. Tien jaar is „te lang”, aldus Cœuré. Die lange overgangstermijn kwam er omdat sommige landen, waaronder Duitsland en Nederland, niet willen dat het fonds te snel ‘Europees’ wordt: aanvankelijk bevat de stroppenpot ‘nationale compartimenten’ die geleidelijk aan verdwijnen. Pas na tien jaar is het fonds daadwerkelijk gemeenschappelijk.