De ware aap zien we zelden

Chimpansees zijn het gelukkigst tijdens hun jeugd en op hun oude dag. Bonobo’s delen soms zonder tegenprestatie hun voedsel. Makaken gaan met komkommer gooien als hun buurman voor dezelfde prestatie een lekkere druif krijgt. Veel dierennieuws in de krant is apennieuws.

Maar een wereldwijd primatologencongres met een paar honderd man heet al groot. Een beetje internationaal hart- en vaatziektencongres telt moeiteloos meer dan tienduizend deelnemers. Van het hartnieuws haalt maar weinig de krant.

Wereldwijd zijn er zo’n duizend apenonderzoekers. Dankzij de school van Jan van Hooff telt Nederland veel knappe apenkenners, zoals de beroemde Frans de Waal, de in Zwitserland werkende Carel van Schaijk, Otto Adang die al weer jaren voetbalrellen bestudeert en Liesbeth Sterck, die vorig jaar hoogleraar in Utrecht werd. Die apenonderzoekers maken geen mensen beter, maar komen er wel achter hoe mensen werken.

Mooi. Maar wel een beetje wrang. We willen nog veel meer weten over die mensapen zonder menselijke cultuur. Bij onderzoek aan dieren in gevangenschap is het oppassen. We stellen menselijke vragen: letten ze erop waar anderen naar kijken? Kunnen ze met een hamer omgaan? Gereedschapgebruik, empathie, cultuur, rechtvaardigheidsgevoel, je vindt dat dan ook bij mensapen. Zo bijzonder is de mens niet, concludeer je dan. Maar het is vaak gedrag waar de gevangen aap toe is verleid, door de mens.

Maar van de wilde aap, van ‘de aap als aap’ weten we vrij weinig. Natuurlijk, sinds Jane Goodall weten we meer over het natuurlijk gedrag van mensapen, vooral van chimpansees. Maar door geldgebrek en ook door de vele burgeroorlogen in Centraal Afrika wordt er weinig onderzoek in het wild gedaan.

De tijd dringt. In het wild leven er nog hooguit een paar honderdduizend chimpansees, 10.000 tot 100.000 bonobo’s, ruim 100.000 gorilla’s en nog geen 30.000 orang-oetans. Voor je het weet is de mens de enige in het wild levende mensaap.