De rechter verliest terrein op het bestuur

Onlangs was ik gelegenheidsspreker in een zaaltje met nette mensen die voor hun Nieuwjaarsbijeenkomst ‘de Rechtsstaat’ uitgelegd wilden krijgen. Liefst in combinatie met ‘de Journalistiek’. Dat betekent dus jezelf een aantal basale vragen stellen. En uitleggen wat ik ‘eigenlijk’ doe.

Dat is nog het moeilijkste. Wacht lopen tussen de vrije burger en de almachtige staat, zeg ik dan. En op tijd ‘ho’ roepen, of ‘terug’! Daarbij zwaai ik veel met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, waar het allemaal in staat. De kern van de democratische rechtsstaat is dat ook de overheid is gebonden aan het recht. Het EVRM is de laatste stok achter de deur. De wet is er dus niet (alleen) voor om de burger binnen de perken te houden.

Dankzij die grondrechten is de burger ook beschermd tegen willekeur, ongelijkheid, inbreuken op zijn lijf, zijn privacy, zijn huis etc. Al die fundamentele rechten uit de grondwet en het verdrag waar de overheid gewoon niet aan mag komen. Wat ons tot vrij mens maakt, ultimo gegarandeerd door de onafhankelijke rechter. Over de rechter als noodrem, als waarborg, als last man standing tegen de macht – daar kan ik dan wel vrij lyrisch over worden. Laatst was er nog een magistraat die het recht om anoniem en vrij te mogen parkeren garandeerde – zonder eerst je nummerbord in te moeten tikken. Daar word ik blij van.

Niet dat we een onverstandig parlement hebben. Alleen, veel rechtstatelijk vuur voel ik daar niet. Op een enkele liberale partij na is het daar één en al handhaven en onderdrukken. Iedere burger als potentiële normschender of profiteur. De liefde voor de staat is zo algemeen, dat het NSA-schandaal mij goed uitkwam. De Boeman leeft en nog wel in ons democratische voorbeeldland, de VS. Daar hebben ze dus een soort meeluisterende Stasi voor de wereldbevolking georganiseerd.

Maar dan vraagt in zo’n zaaltje toch iemand hoe ik dan exact weet wanneer hier de rechtsstaat wordt bedreigd? Nederland ziet er immers uit als een soort modelboerderij waar, op de digitale parkeerautomaten na, alles wel klopt. Dat is inderdaad niet zo eenvoudig. Rechtsstaatpatrouille is geen natuurkunde. Ik wil bovendien geen bovenmeester spelen die altijd maar aan de rem hangt, terwijl de criminaliteit oprukt, de fraude, het misbruik, het geweld, de onveiligheid etc. Dat is weliswaar, zó algemeen gesteld niet waar, maar het wordt wel breed aangenomen. Dus speelt zo’n frame politiek een rol en daarmee ook in zaaltjes met bedachtzame mensen, die onrustig worden van de krant. Ook van deze.

Zelf krijg ik dan weer lichte jeuk van juristen die bij ieder nieuw kabinetsplan zeker weten dat dit totaal in strijd is met de mensenrechten en dus een zoveelste blijk van de ongeschiktheid van de twee bewindspersonen. De ‘rechtsstaat’ als retorische voorhamer waarmee ieder gesprek meteen is beëindigd. Vorige week gebeurde dat bij het plan van staatssecretaris Teeven om de weigeringsgronden voor de Verklaring omtrent het Gedrag te versoepelen. Belastende politie-informatie, dus zónder veroordeling door de rechter, zou voortaan al voldoende kunnen zijn. Waarna die baan, stageplek of vergunning de burger wordt geweigerd. Zo wordt een fundament van de rechtsstaat weg geschoffeld, zeiden verontwaardigde critici: het onschuldbeginsel wordt geschrapt. Nieuwe macht voor de staat dus en inperking van de vrijheid. Datzelfde kennen we van de wet Bibob, waar gemeenten uit vertrouwelijke informatie keiharde conclusies trekken. Of iemand een cafévergunning krijgt, of ergens mag bouwen of zelfs wonen.

Alle aanleiding dus om ‘ho’ te roepen, of ‘stop’. Ik sluit me dan voor het tegenwicht braaf aan bij de critici, maar vraag me ook af of ik wel alles weet. De maatstaf moet altijd zijn of de overheidsreactie binnen redelijke proporties blijft en controleerbaar is, in het licht van de feiten. Maar ken ik die wel? Als een strafblad ontbreekt en een VOG dus gegeven moet worden, vind ik een weigering best toelaatbaar als de hoofdofficier of de rechter-commissaris de bezwarende informatie toetst op ernst. Met bezwaarmogelijkheid voor de burger. De rechtsstaat is niet altijd meteen verloren. Om te controleren of we als krant niet dezelfde zonde begaan en ‘de rechtsstaat’ als sjibbolet gebruiken, liep ik een paar maanden NRC-commentaren na. Uiteraard kwam het tevoorschijn bij het NSA-afluisterschandaal, maar ook bij het illegale vuurwerk. De overheid organiseerde een ‘Poolse’ nepwinkel op het web en lokte zo overtredingen van kopers uit. Maar overtrad tegelijk Europese handelsregels. Ook in de kwestie van de suïcidale Russische asielzoeker die verkommerde in een Rotterdamse cel, was de rechtsstaat evident in het geding. Net als bij de bezuinigingen op de rechtsbijstand en het aldus beperken van de armslag van de strafadvocaat. De staat maakt zo toegang tot de rechter moeilijker en verzwakt tegelijk het strafproces.

De scherpste kritiek gold echter steeds plannen waarin de strafrechter werd beperkt of buitenspel gezet. In specifieke gevallen is het de strafrechter al onmogelijk gemaakt een taakstraf op te leggen. Vorig jaar stelde het kabinet voor om celstraffen korter dan een half jaar als thuisarrest uit te voeren, met een digitale enkelband. Weer een ingreep in het assortiment van de rechter. Dat past in een breder beeld: de overheid trekt sanctiemacht naar zich toe en wordt daarin steeds harder. Dat is ook goed te zien in de sociale zekerheid. Daar buitelen de sancties en verplichtingen in zo’n tempo over elkaar heen dat inmiddels de term ‘repressieve verzorgingsstaat’ in zwang is. De rechter verliest dus marktaandeel en levert handelingsvrijheid in. De staat stelt zich minder controleerbaar op. En daar maak ik me zorgen over.