De rij in Engeland

Ik sta in de rij en een groeiende irritatie maakt zich van me meester. Kan dit niet sneller? Wat doe ik hier? Ik probeer in de verte een manager te ontdekken. Hoe lang gaat dit in hemelsnaam nog duren? Fout. Engelsen houden van rijen. De Hongaarse journalist George Mikes concludeerde al in 1946 in How to be a Brit: „Een Engelsman zal, zelfs als hij alleen is, een nette rij vormen”.

Engelsen (meer dan Schotten, Welsh en Noord-Ieren) zullen ook nóóit hardop over een rij klagen. Queuing hoort nu eenmaal bij het leven: The Daily Telegraph berekende een aantal jaren geleden dat de Engelsman gemiddeld vijf uur en 35 minuten per maand in de rij staat.

Dat begint al op het schoolplein, waar geduldig in een rij wordt gewacht tot het tijd is naar binnen te gaan. En het eindigt met het pensioen, dat vaak op het postkantoor wordt opgehaald, en waar dus op de laatste dag van de maand een lange rij staat. Bij meerdere pin- of kaartjesautomaten vormt zich meestal één nette rij, en de slager heeft in tegenstelling tot zijn Nederlandse collega’s geen nummertjes nodig om uit te maken wie ‘de volgende’ is.

Zelfs bij de bushalte, waar zeker in Londen allang geen sprake meer is van een echte rij, weten de wachtenden onderling precies wie als eerste mag instappen. Die onzichtbare queue wordt alleen doorbroken door onwetende buitenlanders.

Voordringen wordt, zo beschrijft antropologe Kate Fox prachtig in Watching the English, „diep immoreel” gevonden. Niet dat een Engelsman iets tegen de voordringer zal zeggen. De andere wachtenden zullen met gekuch, gefronste wenkbrauwen en een doordringende blik proberen ervoor te zorgen dat hij zich beschaamd voelt.

Het gaat om het collectieve lijden. Om fair play, het respect voor de regels en het feit dat alle betrokkenen op eenzelfde manier worden behandeld. Achteraan aansluiten staat gelijk aan rechtvaardigheid.

Daarom ergeren de Engelsen zich ook zo aan Europese immigranten. ‘Ze’ zouden voordringen bij het krijgen van uitkeringen, werk, huisvesting, een plek op school en in een ziekenhuisbed. Dat de regels over wanneer een EU-burger bijstand kan claimen voorkomen dat er wordt voorgedrongen, en dat de cijfers over Europese uitkeringstrekkers het tegendeel beweren, maakt niet uit. Er wordt gevoeld dat de migranten zich niet netjes achteraan in de rij aansluiten – en erger, het subtiele gefrons niet hebben opgemerkt.

Het einde van de rij wordt voordurend voorspeld. De Daily Mail haalde vorig jaar een onderzoek aan waaruit bleek dat de gemiddelde Engelsman nog slechts 4 minuten wil wachten. Jongeren slechts 2 minuten en 59 seconden.

De onderzoekers waren duidelijk niet ’s avonds in Londen gaan kijken. Want rijen zijn in. De meeste trendy restaurants doen niet meer aan reserveringen. Je kan dus gewoon komen aanzetten. Maar eigenlijk sta je een uur te wachten tot degenen voor je hebben besloten wat ze gaan eten, nog een kopje koffie na nemen, en afrekenen.

Ik ben niet geduldig genoeg. Bovendien sta je in de meeste gevallen in de rij voor burgers, spareribs en kippenpootjes. En is twee uur wachten dan de moeite waard? Ik heb het vermoeden dat het om de rij gaat – niet om het eten. Zoals recensent Giles Coren schreef in The Times: „Hoe zorg je ervoor dat een informeel, relaxt Europees of Amerikaans restaurant aanvaardbaar wordt voor een Brit? Je stelt een rij op, stupid.”