Archeologen maken elkaar zwart om oude mijn

Foto Wikimedia Commons / Codrinb

Vier respectabele Britse archeologen gooien met modder in een academische discussie. Twistpunt zijn de Romeinse goudmijnen van Rosia Montana in Roemenië. Uniek erfgoed? Of kan een mijnbouwbedrijf er met groot materieel aan de slag?

In 2010 vroeg de toenmalige Roemeense minister van cultuur drie Britse archeologen om vast te stellen hoe bijzonder het cultureel erfgoed rond Rosia Montana is. De Rosia Montana Gold Corporation (RMGC) wilde er via dagbouw grootschalig goud gaan mijnen.

Andrew Wilson (hoogleraar Romeinse archeologie in Oxford), David Mattingly (idem in Leicester) en Mike Dawson stelden vast dat het 7 kilometer lange gangenstelsel uit de 2de en 3de eeuw het grootste bekende mijncomplex uit het Romeinse rijk is. Verder is er ook nog onder- en bovengronds erfgoed van mijnbouw uit latere tijden. Reden genoeg om het gebied ‘Werelderfgoed-waardig’ te noemen.

Hun rapport verdween in een la. „Ik was niet verplicht om het uit te geven”, verklaarde de cultuurminister later. Pas eind vorig jaar maakte een Roemeense alternatieve website (totb.ro) het openbaar. Vervolgens verscheen op de site van RMGC een kritische bespreking ervan door een andere Britse archeoloog. David Jennings, nu directeur van de York Archaeological Trust, verwijt het drietal broddelwerk: ze hebben slechts drie dagen onderzoek ter plekke gedaan. En trouwens, voegen ze toe: Wilson – van Oxford – misbruikt zijn autoriteit. Jennings deed in opdracht van RMGC tien jaar onderzoek. Op basis daarvan zegt hij dat de Romeinse goudmijnen helemaal niet zo bijzonder zijn. In Spanje liggen vergelijkbare Romeinse mijnen.

Het drietal heeft de kritiek niet op zich laten zitten. In een artikel op Wilsons Academia.eu-pagina betitelen ze Jennings werk als ‘vol fouten’ en ‘partijdig’. „Zijn rapport (...) is besteld door RMGC met het belangrijkste doel twijfel te zaaien over ons rapport.” De drie schrijven dat ze eerst twee maanden literatuuronderzoek gedaan en daarna een driedaags bezoek gebracht. Lang genoeg om veel plekken te bezoeken en een goede indruk van de situatie ter plaatse te krijgen. Ze blijven dan ook bij hun oordeel: het erfgoed is van internationale waarde.