140.000 Irakezen gevlucht uit Anbar

Zeker 140.000 Irakezen zijn vanwege de gevechten tussen regeringstroepen en Al-Qaeda gevlucht uit de provincie Anbar. Alleen al de afgelopen week hebben 65.000 mensen een veilig heenkomen gezocht. Dat heeft de VN-vluchtingenorganisatie UNHCR gisteren bekendgemaakt. Een woordvoerder omschreef het als het grootste aantal ontheemden sinds de burgeroorlog in 2006 en 2007.

Sinds eind december hebben strijders van de Islamitische Staat in Irak en de Levant, de lokale tak van Al-Qaeda, delen van de provinciehoofdstad Ramadi ingenomen. Ze controleren ook het centrum van de stad stad Fallujah. Het Iraakse leger heeft grote moeite om de opstand neer te slaan.

Het leger zag af van een offensief in Ramadi en Fallujah, op aandringen van de VS die vreesden voor een bloedbad. Ze spoorden premier Maliki aan tribale milities te betalen en te bewapenen. Deze strategie hebben de VS in 2007 toegepast tegen Al-Qaeda in Anbar. Maar vooralsnog heeft de strategie geen concreet resultaat. Er wordt elke dag gevochten, maar Al-Qaeda heeft Fallujah en een deel van Ramadi nog steeds in handen.

Veel mensen uit Anbar zijn naar de Koerdische gebieden in het noorden gevlucht, waar de UNHCR ruimte heeft gemaakt in een kamp voor Syrische vluchtelingen. Maar veel anderen zitten nog steeds vast in gebieden rond Fallujah waar wordt gevochten, en hebben hun toevlucht gezocht bij familieleden of in moskeeën, scholen en ziekenhuizen. Er is een groot gebrek aan voedsel, brandstof en medicijnen en de VN hebben de Iraakse regering gevraagd een humanitaire corridor te openen. (AP, Reuters)