140 euro voor koffie en snacks, dat tikt toch behoorlijk aan

Geen idee. Nee, echt niet. Boudewijn de Bruin (25) zou niet precies weten hoeveel hij, nog geen minuut geleden, voor zijn koffie heeft betaald. „Twee euro, ofzo?” (Een blik op het bord achter hem: 2,30 euro.) En ook niet voor het kaasbroodje in zijn hand. „Ook zoiets?” (Klopt.) Gekke vraag eigenlijk, vindt hij. „Daar denk je gewoon niet over na.”

De Bruin staat op zijn trein te wachten voor een koffiezaak op Amsterdam Centraal. Hij is ondernemer, en komt net terug van een ‘meeting’. „Ik heb nog weinig gegeten, en mijn trein gaat pas straks. Ja, en dan loop je hierlangs…”

Stations zijn een kleingeldfuik. Luxe koffies, pizzapunten, sapjes, broodjes – allemaal snel, gemakkelijk en slechts relatief duur. Kleine bedragen, perfect voor de impulskoper die nog een paar minuten heeft te spenderen voor zijn trein gaat.

Je ziet het aan de mensen die in de rij staan te wachten bij de koffiezaak. Een tienermeisje staat ongeduldig te wippen op één been, een man in pak zucht en kijkt elke vijftien seconden even op zijn telefoonscherm. Ze hebben haast. En dan toch 4 euro betalen voor een caramel macchiato die ze hollend moeten opdrinken.

„4,05 euro”, zegt Ahmed Rahim (25). Hij is student, en eindigt elke maand steeds iets dieper in de min. „Ja, ik weet het, en dan tóch dit soort dingen blijven halen.”

Hij denkt dat hij doordeweeks zo’n zeven euro per dag uitgeeft aan koffies, broodjes en snacks, op het station en in het atrium van de hogeschool. Even hoofdrekenen: „140 euro per maand. Tja, dat tikt toch behoorlijk aan.” Hij haalt zijn schouders op. „Je merkt het gewoon niet, omdat het elke keer van die kleine bedragen zijn. Je hebt geen overzicht.”

Nu hem wordt gevraagd naar hoeveel geld hij uitgeeft krijgt hij even een knoop in zijn maag, zegt hij. „Maar morgen doe ik het gewoon weer. Ik leer niet van mijn schuldgevoel. Misschien wil ik er eigenlijk gewoon niet over nadenken.”

Dat doet Bert Lankester (58) anders: hij neemt boterhammen van huis mee. Dan mag hij best, heel af en toe, van zichzelf een bekertje koffie op het station halen. Zoals nu. „Maar ik probeer dat toch zo min mogelijk te doen. Ik ben zzb’er, he?”, zegt hij, en grinnikt. „Begrijp je? Zelfstandige zonder bonus.”

Ondernemer De Bruin spant de kroon. Die geeft al gauw een paar honderd euro per maand uit aan zaken als kaasbroodjes, zegt hij. En het gekke is: „Als ik krap bij kas zit, dan bezuinig ik eerder op die spijkerbroek of een andere grote aankoop, dan op al die kleine dingetjes die je de hele dag door maar bestelt. Ik heb echt totaal geen besef van geld.” Hij lacht. „Eigenlijk niet zo handig voor een ondernemer.”