Zo ben je Nederlander, zo een Marokkaan

Foto Stefanie Grätz

Als krant proberen we natuurlijk voorbij de clichés te kijken. We verzamelen nieuwe informatie en bedenken nieuwe invalshoeken. En toch: ook wij bevestigen clichés. Deze krant doet het. Andere kranten doen het ook. Het valt vaak niet op. Het gebeurt namelijk op een hele subtiele manier.

Seedorf die trainer wordt bij AC Milan, is ónze Seedorf die trainer wordt bij AC Milan. Maar als Seedorf bejaarden zou aanranden in de Bijlmer, dan zouden we hem misschien een Surinamer noemen. Toen een vader zijn kind en daarna zichzelf doodde, kopte De Telegraaf met: Antilliaan doodt zijn dochtertje en zichzelf. Als diezelfde man komiek was geweest en een prijs zou winnen voor zijn grapjes dan zouden zijn Antilliaanse roots misschien minder belangrijk zijn. We zijn allemaal Nederlanders. Maar de een soms toch net iets meer dan de ander. Hoe verklaar je dat verschil?

Stereotype verwachtingen over groepen schemeren door in het taalgebruik. In kranten en op de televisie, maar ook in de dagelijkse gesprekken die we met elkaar hebben, zegt communicatiewetenschapper Camiel Beukeboom van de Vrije Universiteit. „Onverwachte informatie die niet binnen de verwachting van een bepaald stereotype past, formuleren we heel subtiel op een andere manier dan informatie die er wel bij past.” Als voorbeeld geeft hij de categorie Marokkaan. Veel mensen associëren dat met negatieve gedragingen. Als een Marokkaan dan onverwacht positief gedrag vertoont, dan past het niet binnen het stereotype dat we van Marokkanen hebben. En dat weerspiegelt zich in taal. We gaan bijvoorbeeld uitleggen waarom die persoon iets positiefs heeft gedaan. Daarmee geef je aan dat het om een eenmalige uitzondering op de regel gaat, zegt Beukeboom. Daarentegen: bij verwachte informatie gebruiken we juist meer algemene termen, en blijft de uitleg achterwege. „Op die manier blijven we negatieve stereotype verwachtingen bevestigen.”

Maar hoe verhoudt zich dat tot wat wij in bijvoorbeeld kwaliteitskranten lezen? Neem het nieuws over Greenpeace-activiste Faiza Oulahsen die in Rusland heeft vastgezeten. Sinds 20 september vorig jaar komt haar naam voor in 93 verhalen in NRC, Volkskrant en Trouw. Haar ouders zijn Marokkaans en ze heeft een dubbel paspoort. Toch is ze nergens een Marokkaanse Nederlander genoemd.

Hoogopgeleid én Marokkaan

In één NRC-verhaal wordt gesproken over haar Marokkaanse gezin. „Als ik in Nederland had vastgezeten was ik een Marokkaan geweest”, zegt Oulahsen hierover. „Sommige mensen zijn verbaasd dat je goed Nederlands spreekt, hoogopgeleid bent én Marokkaan.” Alsof dat niet kan samengaan, zegt ze. Oulahsen is in Nederland geboren en vindt het niet anders dan normaal dat ze in de media ook een Nederlander is. „Maar dat zou voor iedere ‘Marokkaanse Nederlander’ moeten gelden. Wat mij opvalt is dat je eerder Marokkaan of Marokkaanse Nederlander bent als je crimineel gedrag vertoont.”

Een ander voorbeeld: de grensrechterzaak. „De Marokkaanse achtergrond van mijn cliënt is eigenlijk altijd benoemd”, zegt strafrechtadvocaat Sidney Smeets van Spong Advocaten. Hij stond een van de verdachte bij in de zaak waarin zes mensen een scheidsrechter zodanig mishandelden dat hij de volgende dag overleed. Behalve één van de verdachten, de voetbalvader, waren de minderjarige jongens allemaal in Nederland geboren. Naar aanleiding van de moord vroeg de PVV een spoeddebat aan over het ‘Marokkanenprobleem’. Er werd in de media gesproken over de ‘Marokkaanse jongens’, en het ‘Marokkaanse voetbalteam’, terwijl er ook autochtone Nederlanders en Surinamers in het team speelden, zegt Smeets. Als er meer voetbalgeweld plaatsvond onder Marokkaanse Nederlanders kon die achtergrond misschien nog relevant zijn voor de aanpak van het probleem, zegt Smeets. „Maar dat is niet het geval. De minderjarige jongens zijn hier geboren, hun Marokkaanse achtergrond was niet relevant.”

Na de grensrechterzaak was er in Eindhoven de kopschopperszaak. Vijf jongens in Eindhoven trapten een man het ziekenhuis in. Het woord kopschoppers komt voor in 33 artikelen in NRC, Volkskrant en Trouw. De mishandeling vond plaats in Eindhoven. Maar het ging niet om jongens uit Eindhoven. Het ging ook niet om Nederlandse jongens. Het waren Belgen. Dat ze uit België kwamen, is in ongeveer drie verhalen gemeld. Verder was het de Eindhovense schoppartij. Blijkbaar werd de achtergrond van de daders nu niet relevant gevonden.

Ook op de televisie is de vertegenwoordiging van minderheden teleurstellend, zegt Zihni Özdil, docent maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. „Je moet er maar een keer goed op letten.” Gekleurde mensen in bijvoorbeeld kinderseries worden vaak weergeven als naïef, dom en bijgelovig, zoals Appie Tayibi was in de kinderserie Het huis Anubis, vertelt Özdil. „En in het programma Ik hou van Holland gaat over wat wel en niet Hollands is. Een Chinese man zingt met zijn accent Nederlandse liedjes en kandidaten moeten raden welk nummer het is. Lachen, gieren, brullen.”

Aan de orde van de dag

Zelfs in de sportverslaggeving zijn raciale vooroordelen aan de orde van de dag, zoals ook blijkt uit het promotie-onderzoek van mediawetenschapper Jacco van Sterkenburg. Als een zwarte voetballer scoort worden ‘natuurlijke’ lichamelijke eigenschappen genoemd, maar als een witte voetballer scoort dan gaat het over ‘strategisch inzicht’ of ‘intelligentie’ of ‘training’. Het lijkt wel alsof we volwaardige diversiteit nog te eng of raar vinden, zegt Özdil. De commerciële zenders doen het volgens hem al beter. „Daar zie je vaker ‘allochtone’ presentatoren en gekleurde personages.”

Is er een verklaring? Je moet goed begrijpen hoe je hersenen werken en je daarvan bewust zijn, zegt Barbara Bos van het College voor de Rechten van de Mens. Onze hersenen moeten dagelijks veel informatie verwerken. Daarom gaan we categoriseren. Maar dat kan gevaarlijk zijn, omdat negatieve beeldvorming meer opvalt dan positieve, zegt Bos. „We onthouden dat beter uit zelfbescherming. Het is een soort overlevingsmechanisme.”

Maar een stereotype is geen groepsgemiddelde. En wanneer je vaak iets negatiefs over een groep hoort, ga je denken dat iedereen zich zo gedraagt. Dan heb je misschien al een negatief beeld van een persoon die je nog niet hebt gesproken, zegt Bos. „Dat kan er toe leiden dat bepaalde groepen zonder reden sneller worden gekwetst, benadeeld en gediscrimineerd.” En de media hebben daar ook een aandeel in. Bij ieder verhaal moeten media zich afvragen hoe relevant de achtergrond van iemand is, zegt Bos.

Maar als Marokkaanse Nederlanders hoger vertegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers, dan is het toch niet zo gek dat er ook anders naar hen wordt gekeken?

Dat klopt niet helemaal, zegt Özdil. In die onderzoeken worden de criminaliteitscijfers van de autochtone Nederlanders vergeleken met die van de niet-westerse allochtonen. Zonder rekening te houden met inkomensverschillen. Je kunt een rijke Hollander uit Wassenaar ook niet vergelijken met een arme Hollander uit een volkswijk, zegt Özdil. Er zijn verschillen in opleidingsniveau, werkloosheid, in inkomen. Factoren die sneller tot kleine criminaliteit leiden, zegt hij. Als je rekening houdt met het inkomen van mensen is het verschil in criminaliteit tussen autochtonen en niet-westerse allochtonen veel kleiner. En dat is nog zonder de hogere pakkans van minderheden door etnische profilering mee te rekenen, zegt Özdil.