Zee of geen zee, dat is hier de vraag

Al meer dan tien jaar soebatten opeenvolgende kabinetten met gevestigde én nieuwe rederijen over de veerdiensten op het Wad. Nu moet de hoogste rechter in Europa eraan te pas komen om hun ‘veerbotenoorlog’ te beslechten.

Voor de ruim tienduizend inwoners van vier van de vijf Wadden-eilanden staat er veel op het spel. (Texel is een verhaal apart en Texels Eigen Stoomboot Onderneming doet niet mee aan de juridische strijd). Zij zijn van veerverbindingen afhankelijk voor werk, onderwijs, zorg en sport op het vasteland. Omgekeerd bloeden de eilanden economisch dood als diezelfde veren niet meer zorgen voor de toestroom van recreanten en toeristen.

Voor het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg lichtten de kemphanen gisteren hun geschillen toe. Steen des aanstoots is het besluit van de minister van Infrastructuur en Milieu uit 2011 om de veerdiensten voor vijftien jaar onderhands te gunnen aan twee oude bekenden: rederij Doeksen/TSM (voor Vlieland en Terschelling) en rederij Wagenborg (voor Ameland en Schiermonnikoog).

Nieuwkomer EVT (Eigen Veerdienst Terschelling) zag zijn aanvraag afgewezen, tekende bezwaar aan, maar ving bot bij de minister. Daarop maakte EVT de kwestie aanhangig bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Dat riep vorig jaar het EU-hof te hulp voor uitleg over de Europese dimensie van het conflict.

Lopende deze procedure boekte EVT wel een succesje. Het verkreeg in de status van ‘medegebruiker’ van de concessie van Doeksen/TSM op de lijn naar Terschelling. Dat resulteerde vorig jaar in een marktaandeel van meer dan 20 procent. Maar de EVT-vreugde was van korte duur, want zijn opkomst bracht concessiehouder Doeksen/TSM zó in het nauw, dat diens veerdienst op Terschelling in gevaar kwam.

Daarop beëindigde de minister schielijk het medegebruik door EVT. Per 1 februari aanstaande heeft Doeksen/TSM de lijn weer voor zich alleen – tenzij de spoedprocedure van EVT daartegen slaagt. Het gerechtshof Den Haag beslist daar komende donderdag over.

Binnenwater

In Luxemburg hielden de partijen hun strijdtoneel gisteren tamelijk overzichtelijk. Aan de ene kant EVT met enkele zusterbedrijven plus de Europese Commissie. Ze vochten zij-aan-zij voor openbare aanbestedingen om concurrentie op deze veerdiensten mogelijk te maken. Daartegenover de Staat der Nederlanden met de gevestigde rederijen. Dit kamp eiste het recht op om deze openbaarvervoerdiensten te water onderhands te regelen.

Kern van de controverse is de vraag of de veerdiensten op de Waddenzee vallen onder de cabotageverordening. Die regelt het vrije vervoer van goederen en passagiers in Europa, ook dat over zee. „De cabotageverordening verbiedt een onderhandse gunning zonder enige oproep tot mededinging”, zei Folkert Wilman, die optrad namens de Europese Commissie.

Maar de Waddenzee is helemaal geen zee, bracht Paul Glazener daar als vertegenwoordiger van Doeksen/TSM tegenin. „Anders dan de naam doet vermoeden, is de Waddenzee naar Nederlands recht ontegenzeggelijk een binnenwater”, zei Glazener. „En op binnenwateren is de cabotageverordening niet van toepassing.”

Liberalisering

Dat valt in het geval van de Waddenzee nog te bezien, oordeelde Marc Kuijper, die sprak namens het EVT-kamp. Duitsland onderwerpt de concessieverlening aan veerdiensten in de Duitse Waddenzee wel aan de cabotageverordening. Het kan volgens hem toch niet zo zijn dat de liberalisering van het vervoer over zee in Europa ophoudt bij de Duits-Nederlandse grens.

De Nederlandse regering probeerde bij monde van Jurian Langer de Europese rechters mild te stemmen door te beklemtonen dat de exclusieve gunning aan Doeksen/TSM en Wagenborg slechts een eenmalige aangelegenheid betrof. Het belang van continuïteit in de dienstverlening had voorop gestaan. „De autoriteiten hadden nog geen ervaring met openbare aanbestedingen in deze markt en zittende reders konden direct aan de slag”, aldus Langer.

In dit steekspel is nu eerst advocaat-generaal Nils Wahl aan zet. Hij geeft op 27 maart zijn opinie, die geldt als advies aan het EU-hof. Dat zal naar verwachting voor de zomer een bindende uitleg van de Europese regels geven.

Op basis daarvan moet het College van Beroep voor het bedrijfsleven dan een finaal oordeel vellen over de vraag of Nederland de Waddenveren van Doeksen/TSM en Wagenborg mocht voortrekken.