We houden het kort, Oranje speelt

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën geeft een persconferentie over de overname van SNS, 1 februari 2013. Foto David van Dam

Als je een malicieuze geest opdracht zou geven een bank zo in te richten dat die zo snel mogelijk zou ontsporen, zou die geest SNS niet hebben kunnen verzinnen. Zo malicieus zijn geesten niet. Dat is het beeld dat overblijft na lezing van de twee kronieken over het SNS-debacle: De val van SNS Reaal van enkele journalisten van Het Financieele Dagblad en Giftig krediet van NRC-redacteuren Tom Kreling en Esther Rosenberg. Beide boeken bevatten weinig nieuws, maar laten de lezer toch verbijsterd achter: hoe heeft zo veel zo lang fout kunnen gaan?

Het basisverhaal is bekend. SNS was een degelijke, middelgrote bank die met Sjoerd van Keulen in 2002 een CEO binnenhaalde die nog een keer wilde vlammen alvorens met pensioen te gaan. Dat moest snel en groots gebeuren. Er werd een reeks verzekeringsbedrijven aangekocht. Tijd voor stroomlijnen, integreren en synergie uitbuiten was er niet. Van Keulen was een man van grote stappen, niet van saai detailwerk, zodat SNS nu nog steeds een kerstboom aan onsamenhangende verzekeringsactiviteiten heeft. Maar de grote gifappel werd binnengehaald met Bouwfonds Property Finance.

Bouwfonds, opgericht door de Bank Nederlandse Gemeenten, werd verkocht aan ABN Amro, die er de hypotheekportefeuille uithaalde en de giftige projectontwikkelings- en financieringsonderdelen doorschoof naar de RABO en SNS. Giftig Krediet beschrijft hoe ABN Amro-zakenbankier Jiskoot de zwakke kanten van Van Keulen vlijmscherp aanvoelde: „Jij bent toch een man die snel kan beslissen?” Daarna was er geen houden meer aan, alles moest in twee maanden rond, geen tijd voor serieus onderzoek van de boeken, en de Raad van Commissarissen moest niet te veel meepraten. Dat overmachtige CEO’s zonder sterk tegenweer spectaculair stomme dingen kunnen doen is bekend, maar waarom gaf niemand tegenwerk? SNS zette een aantal malen haar eigen vermogen op het spel door in wezensvreemde en levensgevaarlijke activiteiten te stappen. Vastgoed is notoir riskant in de giftige combinatie van een totaal gebrek aan transparantie en grote bedragen.

Voor de overname verzocht de Raad van Commissarissen een audit van de vastgoedportefeuille door externe specialisten, maar kreeg alleen een door het management opgestelde samenvatting van het rapport van huisaccountant KPMG, waaruit alle kritische opmerkingen waren weg gefilterd. Giftig Krediet presenteert dat als een wandaad van het management (‘RvC onvolledig voorgelicht’), wat het ook is. Maar niemand vraagt waarom de Raad van Commissarissen zo over zich heen liet lopen. Ze hadden minimaal aan KPMG buiten aanwezigheid van het management om moeten vragen of die samenvatting een goede weergave van hun rapport was, tijdsdruk of niet. Zat er dan niemand met ruggegraat in die Raad van Commissarissen?

Daarna ging nog veel meer mis. Van Keulen en Latenstein vonden het niet nodig vastgoedexpertise in huis te halen om hun nieuwe speelgoed aan te sturen, ook niet in de Raad van Commissarissen. Zo ongeveer alles werd radicaal fout opgezet. Zo kreeg SNS Property Finance de Raad van Bestuur van SNS Reaal als Raad van Commissarissen, waarmee elke kans op onafhankelijke controle op excessieve ambities verdween. Als ze maar groei opleverden vond Van Keulen alles goed, en dat deed SNS Property Finance aanvankelijk. Die gedroeg zich, in de woorden van de journalisten van Het Financieele Dagblad , als een stel kinderen in een snoepwinkel. Grote kredieten moesten wel langs een kredietcommissie waar namens SNS Latenstein in zat, maar die kwam bij 32 van de 37 bijeenkomsten niet opdagen.

Giftig Krediet documenteert hoe het gehaaide management van SNS Property Finance die commissie keer op keer voor voldongen feiten stelde (zoals het tekenen van juridisch bindende offertes alvorens toestemming te vragen).

De staf van SNS Property Finance liet zich als kleine kinderen inpalmen door de blingblingluxe van snelle vastgoedjongens en verloor absurde bedragen aan megalomane projecten, die zonder enige realitycheck routinematig voor honderd procent gefinancierd werden. Vervolgens werd maand na maand uitbetaald zonder dat iemand de moeite nam te controleren of er werkelijk iets met dat geld gebeurde.

Nederland-Uruguay

Vooral in De val van SNS Reaal wordt het ene droevige fraudeverhaal na het andere verteld. Interne controles gingen overboord: zo mocht particulier ondernemer Roger Lips zijn leningen op laten lopen tot een half miljard, ongeveer een kwart van het eigen vermogen van de hele groep.

En toen kwam de kredietcrisis. De aandelenmarkt stortte in, SNS-verzekeringen leed grote verliezen op zijn beleggingen, Van Keulen wilde zijn aandeelhouders niet teleurstellen, dus SNS Property Finance moest doorgroeien, precies op het moment dat de vastgoedmarkt instortte. Begin 2009 kwamen ook bij SNS Property Finance de verliezen naar buiten. Dan komt Giftig Krediet met een spectaculair verhaal. De directeur van SNS Property Finance is vervangen door een interim-bestuurder die Ernst & Young vraagt de vastgoedportefeuille door te lichten. Dan blijkt dat ondanks al gedane afschrijvingen van zo’n half miljard er nog eens minimaal 1 miljard afgeschreven moet worden. Het Ernst & Young-rapport wordt gepresenteerd aan Latenstein – Van Keulen is inmiddels met pensioen – die de vergadering opent met de mededeling: ‘Vanavond is het Nederland-Uruguay, dus laten we het kort houden.’ Het ging wél om een verlies van ergens tussen de 50 en 100 procent van het eigen vermogen van de bank! Latenstein luistert naar een samenvatting, zegt ‘dank je wel, ik zal het rapport lezen’, en sluit de vergadering om toch maar vooral die voetbalwedstrijd niet te missen. De overgevlogen Amerikaanse vastgoedspecialisten van Ernst & Young blijven verbijsterd achter.

Geen van beide boeken stelt de vraag: waar was Arnold Schilder, directeur toezicht van De Nederlandsche Bank, toen dit koningsdrama zich afspeelde? De aankoop van Bouwfonds Property Finance vond plaats twee maanden na een beursgang met een prospectus waarin geen woord over deze overname stond. Volgens beide boeken liepen die gesprekken al voor die beursgang.

Nina Brink

Giftig Krediet meldt echt vuurwerk: ABN Amro zou in maart medegedeeld zijn dat SNS zich terugtrekt uit de biedingsprocedure vanwege die aankomende beursgang, maar dat het belangstelling houdt en er later op terug zal komen. Als dat hard gemaakt kan worden, zullen advocaten ongetwijfeld hun messen slijpen, want dat had uiteraard in de prospectus vermeld moeten worden. Nina Brink is om veel minder verguisd.

Waarom keurt De Nederlandsche Bank deze overname überhaupt goed? SNS heeft net geld opgehaald met de mededeling een solide spaarbank te zullen zijn, maar zet vervolgens een aantal malen haar eigen vermogen in op een wezensvreemde activiteit als vastgoedfinanciering, zonder de Raad van Bestuur of de Raad van Commissarissen te versterken met sectorkennis.

Daarna wordt het steeds erger. Giftig Krediet meldt dat ambtenaren van De Nederlandsche Bank in 2009 langskomen en vinden dat SNS alles goed onder controle heeft. Intern denkt de auditor er anders over: in drie opeenvolgende interne auditrapporten worden de administratieve chaos en het met de voeten treden van prudentiële regels aan de kaak gesteld zonder dat er iets gebeurt. Klanten worden niet gescreend op kredietwaardigheid, op lopende projecten wordt uitgekeerd zonder dat er gecontroleerd wordt of mijlpalen ook echt gehaald zijn, en excessieve risicoconcentraties worden achteloos door risicomanagers en kredietcommissies goedgekeurd. De Nederlandsche Bank stelt geen vragen over het feit dat de commercieel directeur van SNS Property Finance ook risicomanager is, en dat de Raad van Bestuur van SNS de Raad van Commissarissen van SNS Property Finance vormt, hoewel die structuur een garantie is voor ongelukken. Niemand waarschuwt als diezelfde Raad van Bestuur onhaalbare doelstellingen oplegt aan Property Finance. De Nederlandsche Bank vraagt evenmin naar aanvullende vastgoedexpertise in de Raad van Commissarissen.

De Nederlandsche Bank komt eigenlijk in het hele verhaal niet voor totdat in juli 2011 een nieuw bestuur aantreedt. Daarna is De Nederlandsche Bank middels Jan Sijbrand nadrukkelijk aanwezig, maar dan is het al te laat.

Over die laatste fase, als SNS met private-equitybedrijf CVC probeert een nationalisatie te vermijden, verschillen de twee boeken van mening. De val van SNS Reaal schetst een beeld van chaos en slechte communicatie binnen de overheid. Speculatie destijds dat de CVC-plannen misliepen omdat de overheid bang zou zijn voor politieke problemen als CVC succes zou hebben, kloppen waarschijnlijk niet: CVC heeft die angst kennelijk geneutraliseerd met een winstdelingsvoorstel voor als de rendementen te goed zouden uitpakken.

De val van SNS Reaal stelt dat het misliep doordat de staat hardnekkig de eerder door minister Bos verstrekte staatssteun als inbreng meetelde, terwijl CVC redelijkerwijs stelde dat alle bestaande equityhouders naar nul terug moesten. Betrokkenen vanuit de overheid ontkennen dat. Giftig Krediet zegt iets anders: CVC vroeg veel geld en risicodekking van de overheid en de drie grote banken, maar dacht zichzelf alle zeggenschap toe. Maar als het ministerie van Financiën vond dat ze te veel risico droegen voor te weinig privaat ingebracht geld, moesten ze nu helemaal ontevreden zijn. Want na de nationalisatie kreeg de staat alle risico toegespeeld en was er helemaal geen privaat geld. Waarschijnlijker is dat De Nederlandsche Bank twijfelde aan de haalbaarheid van het CVC-plan, gezien de eisen die CVC aan de grote banken stelde. Zij zouden pas rente krijgen op hun leningen nadat CVC een bepaald rendement had gehaald. Daarmee was de lening eigenlijk een risicodragende participatie en dat mocht niet van de Europese Commissie vanwege de staatsteun die eerder aan twee van de drie grote banken was gegeven.

Beide boeken schetsen het verhaal goed, al is leunen op anonieme bronnen een gevaarlijke strategie. Dat heeft veel smeuïge verhalen als voordeel, maar nadelig is dat de schrijvers door hun bronnen gemanipuleerd worden. Duidelijk wordt dat Het Financieele Dagblad en NRC Handelsblad verschillende bronnen hadden.

De val van SNS Reaal leunt vooral op alle schandalen rondom het Bouwfonds. Maar veel daarvan heeft niets met de ondergang van SNS te maken. Onderwereldbankier Endstra was allang dood lang voordat SNS op het toneel verscheen. Ook de vastgoedfiguren, die door Het Financieele Dagblad al dan niet terecht aan Holleeder worden gekoppeld, hebben misschien veel op hun kerfstok, maar staan los van de SNS-deconfiture. In Giftig Krediet komen ze dan ook nauwelijks voor.

De val van SNS Reaal leest soms als een schoolopstel met een hoog ‘en toen’-gehalte. De stijl is soms tenenkrommend bouquetreeks. Wanneer Jan Sijbrand, de nieuwe directeur toezicht van De Nederlandsche Bank, een grote stapel papieren snel heeft doorgenomen, wordt dat: ‘de koele wiskundige had het ingewikkelde probleem snel door’. Dat klinkt wel erg als ‘zijn staalgrijze ogen deden haar hart meteen smelten’. Kreling en Rosenberg hebben er een meer gestructureerd en leesbaarder verhaal van gemaakt.

En nu?

De lezer blijft met de vraag achter of dit nog een keer kan gebeuren. Het antwoord daarop is waarschijnlijk ‘nee’. Het toezicht van De Nederlandsche Bank op SNS schoot ernstig tekort. De Nederlandsche Bank heeft zich kennelijk nooit afgevraagd of de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van SNS in staat waren de nieuwe entiteit die ontstond na de overname in goede banen te leiden.

Maar schrijver dezes kan uit eigen ervaring mededelen dat het toezicht van De Nederlandsche Bank tegenwoordig totaal anders verloopt. Het huidige toezicht is dermate direct dat een herhaling van jarenlang voortdurende misstanden zoals bij SNS uitgesloten lijkt. Maar bij de Raden van Commissarissen is minder veranderd. Als de overheid verstandig is, brengt ze zowel ABN Amro als SNS zo snel mogelijk terug naar de markt. Die is een stuk veiliger geworden onder het nieuwe regime van De Nederlandsche Bank. Wel zal De Nederlandsche Bank meer oog moeten krijgen voor de kwaliteit van de Raden van Commissarissen die bij markt gedreven instellingen hoort.