Minder autisme door nieuwe richtlijn in handboek

Het aantal mensen met een stoornis in het autistisch spectrum zal dalen als het nieuwe diagnostisch handboek voor de psychiatrie DSM-5 wordt ingevoerd. Dat blijkt uit een onderzoek waarin 6577 Amerikaanse kinderen waarbij met de oude criteria autisme was vastgesteld volgens de nieuwe criteria opnieuw werden beoordeeld. Nu bleek dat 19 procent van de kinderen die 8 tot 6 jaar geleden waren gediagnosticeerd, die diagnose onder DSM-5 niet meer kregen. Dat schrijft het team van Maureen Durkin van de University of Wisconsin deze week in het medisch-vakblad JAMA Psychiatry.

Onder de oude criteria van DSM-4 zou 1,13 procent van de Amerikaanse bevolking de diagnose autistisch spectrum stoornis krijgen, tegen slecht 1 procent onder de nieuwe DSM-5 criteria.

De verschillen lijken vooral op te treden bij ‘twijfelgevallen’. Vooral bij kinderen die voldeden aan slechts een paar DSM-4 criteria was de kans het grootst dat zij onder DSM-5 geen stoornis hadden. Er was geen verschil in die trend bij jongens en meisjes. Voor de tweede diagnose op basis van DSM-5-criteria werden de onderzoeksverslagen en beschrijvingen gebruikt van de originele diagnose die gesteld werd toen de kinderen 8 jaar oud waren.

Een van de opvallendste veranderingen ten opzichte van DSM-4 is dat binnen de regels van DSM-5 autistische stoornissen niet langer onderscheiden worden naar type syndroom (bijvoorbeeld Asperger of PDD-NOS). In plaats daarvan is er nu een glijdende schaal van ernst van de autistische stoornis. In DSM-4 waren er 12 criteria op basis waarvan een patiënt op autistische stoornissen beoordeeld werd; in DSM-5 zijn er nog 7. DSM-5 werd vorig jaar gepresenteerd door de Amerikaanse beroepsvereniging van psychiaters. De Nederlandse vertaling verschijnt dit jaar. Tot die tijd werken psychiaters in Nederland nog met DSM-4.