Niet praten, linies bouwen

Oproerpolitie verzamelt zich dinsdagnacht om in actie te komen tegen de betogers die zich ophouden in het centrum van Kiev. foto AFP

Demonstranten met open gezichten willen, ondanks de doden in Oekraïne, met de politie praten. Bivakmutsen niet. Nadat politicus/bokser Vitali Klitsjko gistermiddag de radicale autonomen bij het Lobanovski Stadion heeft overtuigd dat ze hun dodelijke gevechten met de oproerpolitie even moeten opschorten, omdat hij en de twee andere parlementaire oppositieleiders iets verderop later die middag wederom gaan onderhandelen met president Viktor Janoekovitsj, verzamelen zich bij de smeulende puinhopen van politiebusjes en rokende barricades de burgers met open vizier.

Achter het hek van het Marinski Park, in de lommerrijke heuvel langs de Dnjepr waar de regering, parlement en president resideren, staat een peloton oproerpolitie: de berkoet (steenarend). Die wordt verantwoordelijk gehouden voor de dood woensdag van drie of meer anti-regeringsactivisten. Toch willen een paar mannen in deze ‘gevechtspauze’ donderdagmiddag een gesprek met de berkoet aangaan. Ze klimmen het heuveltje op en spreken de officier van het peloton aan. Ze willen de kapitein uitleggen dat ze de macht niet via de straat veroveren, maar via echte verkiezingen. Ze gunnen de kapitein een pensioen, dat hoger zal zijn als de staatskas niet zo wordt leeggeroofd door het gezin-Janoekovitsj. En ze roepen hem en zijn manschappen op over te lopen.

Maar dan wordt deze behoefte aan dialoog een demonstrant met bivakmuts teveel. „Niet praten, linies bouwen”, is zijn parool. Hij dirigeert anderen naar het Europaplein beneden waar tientallen mensen met autobanden, zakken sneeuw, stenen en hout sjouwen om weer een nieuwe ring in de uitdijende verdedigingsring van barricades op te werpen. En dat allemaal in afwachting van de onderhandelingen die Klitsjko en de twee andere oppositieleiders nog met Janoekovitsj moeten voeren. De oppositie eist vervroegde verkiezingen en intrekking van de ‘scandaleuze’ openbare ordewetten die afgelopen week in een vloek en een zucht door het parlement zijn gejast. Janoekovitsj wil niet verder gaan dan de vrijlating van gearresteerde journalisten en het bijeenroepen van het parlement volgende week dinsdag om het vertrouwen in de ministerraad van premier Nikolaj Azarov te bespreken.

In afwachting gaat het barricadewerk door, ’s middags opgefleurd door jonge en oudere dames die een kijkje komen nemen nu het even rustig is en de zon schijnt. De eerste doden hebben op straat een politiek proces aangejaagd, waarin gisteravond nog geen uitweg was te bekennen. En dat in een land waar massaal politiek geweld de laatste vijf decennia juist werd gemeden, ook toen Oekraïne zich in 1991 losmaakte van (Sovjet)Rusland. En toch is er ook na deze doden nog altijd slechts sprake van een dialoog der doofstommen.

Bijna wanhopig vroeg ex-minister Joeri Loetsenko van Binnenlandse Zaken de burgers eerder deze week het woord ‘burgeroorlog’ niet ijdel in de mond te nemen. Maar eergisteren, nadat die doden waren gevallen, zei Loetsenko: „Dit is een oorlog om de bevrijding van Oekraïne van een bloedige sovjetisering en een vijfde colonne die zich bevindt aan de Bankova [residentie van de president – hs]”, aldus Loetsenko . Omgekeerd noemde premier Azarov de escalatie gistermiddag een poging tot ‘staatsgreep’.

Waar ligt het midden? De regering wil de mensen van straat zonder zelf veel handreikingen te doen. De oppositie wenst verkiezingen, kortom, eist dat de huidige macht wijkt.

De parlementaire oppositie heeft niettemin weinig overwicht op haar gromada, zoals Oekraïners een publieke gemeenschap noemen zoals die zich nu her en der op straat manifesteert. Die greep mist ze vanaf het begin, toen niet politici maar studenten op 22 november protesteerden tegen het besluit van Janoekovitsj om het associatieverdrag met de Europese Unie af te blazen en af te koersen op een akkoord met Rusland.

Of de regering volledige controle heeft over de gewapende machtsstructuren, de siloviki, is de vraag. Nadat de draconische openbare ordewetten waren bekrachtigd – de aanleiding van de escalatie deze week – verlieten de chef-staf van Janoekovitsj en een paar topambtenaren het presidentiële kamp. De legerleiding liet deze week weten dat soldaten zich niet gaan mengen in de crisis en, gisteren, dat geruchten over troepensamentrekkingen rond Kiev uit de lucht waren gegrepen.

Die doden zijn intussen ieders hypotheek. Zeker voor de „bende bajesklanten”, zoals de regering wordt betiteld. Janoekovitsj ziet het probleem niet zo, zo wordt gemeld door insiders rond de onderhandelingen. Die eerste dode, Sergej Nigojan, was niet meer dan een Armeense terrorist, zou hij volgens de website Insider laconiek hebben gereageerd toen hij op de hoogte werd gebracht.

Janoekovitsj pokert zo door. Net als de drie parlementaire oppositieleiders. En net als de echte pokeraars die gisteravond weer zaten te gokken aan de Chresjtsjatik Boulevard nummer 10. Ze pokeren tussen de laatste en de middelste verdedigingslinie rond het tentenkamp op het centrale plein Maidan. In een ‘24/7’ pokerzaal die alleen dichtgaat als de crisis uitmondt in een noodtoestand of een avondklok.