Mijn ultieme wraak

Dit is geen gezellige wedstrijd. Beide teams hebben vooraf in de kleedkamer al bedacht dat de tegenstander van vandaag uit louter rotzakken bestaat, en als een self-fulfilling prophecy – of als een logisch gevolg van een onderlinge confrontatie eerder dit seizoen – blijkt dat later op het veld precies te kloppen. Over en weer wordt geschopt en gescholden. Na iets minder dan een uur zit ik op een persoonlijk gelekaartenrecord.

Wéér een keiharde overtreding. Ik trek voor de zevende maal een kaart uit mijn borstzak, wat me op een cynisch applausje van een van de spelers komt te staan. Hij gaat meteen als achtste in het boekje.

„Heel goed hoor, scheids”, reageert hij nog even spottend als daarvoor. „Helemaal toppie dit.”

„Ben je klaar?”, vraag ik op strenge toon.

„Ach man.” Hij maakt een wegwerpgebaar. „Je weet het zelf toch ook wel?”

Normaal gesproken ga ik nooit op dit soort commentaar in, en misschien moet ik dat nu ook niet doen, maar in het heetst van de strijd antwoord ik toch. „Wát weet ik ook wel?”

De speler begint smalend te lachen en met zijn hoofd te schudden. „Vanaf de eerste minuut loop je de boel te verpesten”, zegt hij. „Wij komen hier om gewoon een wedstrijd te spelen en dan loopt er zo’n –”

„Laat zitten, Danny, laat zitten.” De aanvoerder haalt zijn ontevreden teamgenoot bij me vandaan. „Lekker ballen, Danny, koppie erbij houden nou.”

Danny dus. Als ik me het wedstrijdformulier nog goed herinner, allitereert zijn voornaam met zijn achternaam. Welk woord zou Danny net tegen mij gezegd willen hebben? Loopt er zo’n lamlul? Zo’n eikel? Sukkel? Debiel? Wat hij ook in zijn hoofd had, het zou vast en zeker voldoende zijn geweest voor een volgende kaart. De spelers gedragen zich al de hele wedstrijd mateloos irritant, maar volgens Danny ligt het allemaal aan mij. Kritiek kan ik best hebben, dit slaat echter nergens op. Is Danny blind? Waarschijnlijk was het onbewust exact de reden dat ik net met hem in een bij voorbaat al volslagen zinloze discussie wilde gaan. We vinden elkaar allebei vervelend, maar ík heb de macht om iemand wiens gedrag me niet aanstaat weg te sturen. Met mijn vraag lokte ik een weerwoord, een tweede kaart en dus een veldverwijdering uit. Bijna had ik mijn macht misbruikt.

Tien minuten voor tijd gebruikt Danny weer zijn handen. Ditmaal applaudiseert hij er niet mee, maar steekt hij ze uit om een doelpunt te voorkomen. Het resultaat is een strafschop en de negende kaart van de wedstrijd. Einde Danny. Hij protesteert niet eens, loopt gelaten het veld af.

Was dit dan mijn ultieme wraak? Nee zeg, natuurlijk niet! Ik ben de volstrekt onpartijdige scheids, heb het allemaal uitstekend gezien en toevallig heette het slachtoffer Danny. Zo is het toch?