In de stad Groningen kunnen ‘nare dingen gebeuren’

Inwoners van de stad Groningen kunnen hun borst natmaken. Aardbevingen door aardgaswinning zullen daar op den duur vaker voorkomen. De schade bleef in 2012 nog beperkt tot scheuren in gebouwen aan de oostkant van de stad, toen de tot nu toe sterkste beving plaatsvond, die in Huizinge met een kracht van 3,6 op de schaal van Richter. Maar „het is niet uit te sluiten dat bij zwaardere bevingen meer schade in de stad gaat ontstaan. En dan kunnen nare dingen gebeuren. Want Groningen is veel dichter bebouwd dan een dorp als Loppersum. Door de noodmaatregel in Loppersum wordt het ook in de stad veiliger. ”

Aan het woord is Jan de Jong, inspecteur-generaal van het Staatstoezicht op de Mijnen. De toezichthouder adviseerde minister Kamp (Economische Zaken, VVD) over de aardgaswinning in Groningen die steeds meer en steeds zwaardere aardbevingen veroorzaakt. Het kabinet besloot gaswinningsbedrijf NAM de komende drie jaar een jaarlijks productieplafond op te leggen. Tegelijkertijd liggen de boorputten in het meest getroffen gebied Loppersum nagenoeg stil. Over drie jaar wordt de gaswinning opnieuw bekeken.

De inspecteur-generaal pakt een kaart met daarop de plekken van alle aardbevingen in het Groningse aardgasveld. In drie gebieden beefde de bodem het vaakst: in Loppersum, bij Froombosch en rond het Eemskanaal even ten oosten van Groningen. „Alleen de veiligheidsrisico’s voor Loppersum inventariseren volstaat niet”, zegt Jan de Jong. „NAM moet kijken naar de risico’s in het héle winningsgebied. Ook op andere plekken waar zij het Groningse aardgas weghalen ontstaat in de grond compactie, samendrukking van gesteente, waardoor aardbevingen ontstaan.”

Ik laat het vaak zó zien, vertelt De Jong. Hij zet een leeg koffiekopje midden op tafel en schuift het aan zijn schotel heen en weer. Het kopje geeft geen krimp. Dan geeft de inspecteur-generaal een klein rukje aan de schotel en het kopje valt om. Het is nog heel, zegt hij, want het is een stevig kopje. Maar de huizen in Groningen zijn lang niet allemaal zo stevig.

„Waar het hier om gaat is dat het uiteindelijk de bodemversnelling is die uitmaakt of huizen gevaar lopen. De sterkte van de aardbeving is niet bepalend, omdat dezelfde beving veel of weinig bodemversnelling kan opwekken. Door grotere versnellingen kúnnen huizen instorten, en dan kúnnen er doden vallen. Daar moeten we rekening mee houden.”

Is de gaswinning in Groningen sinds deze week veiliger geworden?

„Nee, nog niet. Het besluit om de productie bij Loppersum met 80 procent te verminderen zal op zijn vroegst over een jaar effect hebben en voor de duur van twee jaar. Daar zijn veel deskundigen het over eens. Je moet het zien als een noodmaatregel. We kopen tijd. Je doet iets om het veiligheidsrisico voor de mensen in het meest getroffen gebied te verlagen. Ten tweede krijgt gaswinningsbedrijf NAM meer tijd om met een goed winningsplan te komen. Tenslotte is er meer gelegenheid om huizen en gebouwen te versterken, zoals NAM ook zelf van plan was.”

Wat was er mis met het winningsplan van gaswinningsbedrijf NAM?

„Ze maakten een onjuiste risicoanalyse en ze kwamen niet met maatregelen om aardbevingen te reduceren. De NAM zegt dat het er voor aardbevingen niet toe doet of je meer of minder wint. Wij bestrijden dat: hoe sneller we winnen, hoe vaker Groningen beeft. NAM gaat nu extra meetapparatuur plaatsen. Van de werking van de bodem en de risico’s in Groningen weten we nog steeds weinig. Alle kennis is voor 99,9 procent gebaseerd op wat we weten over natuurlijke aardbevingen. Deze bevingen komen van 10 km diepte maar gasbevingen van 3 kilometer diep.”

U keurde het winningsplan af, minister Kamp keurde het goed maar stelde er strikte voorwaarden aan. Daar zit licht tussen.

„Formeel zijn dat twee verschillende dingen, ja. Maar materieel komt het nagenoeg op hetzelfde neer. Er komt een nieuw en beter winningsplan en de putten in Loppersum staan op de waakvlam. Het gaat om het resultaat.”

U kunt als toezichthouder ingrijpen.

„Ja. Ik heb het mandaat te zeggen: u moet stoppen, u moet het veld insluiten zoals wij dat noemen. Dat is gebeurd in Friesland, toen de bodemdaling daar steviger was dan voorspeld. Maar daar ging het over veiligheid en milieu, niet over de leveringszekerheid. Niemand in Nederland moet willen dat de inspecteur-generaal van het Staatstoezicht de leveringszekerheid van Gronings aardgas op het spel zet.”

Minister Kamp schrijft dat er een kans van negentig procent is dat de maximale magnitude van een aardbeving de komende drie jaar lager ligt dan 4,1. Er is een kans van tien procent op een sterkere aardbeving. Is dat niet fors?

„Ik ga niks zeggen over de brief van de minister. Maar dezelfde getallen worden gebruikt in het verhaal van de NAM. En daarvan hebben wij gezegd: het is een onderschatting van het veiligheidsrisico.

„Risico’s zijn immers het product van kansen en gevolgen. Het ongelukkige van aardbevingen is dat zware bevingen weliswaar zelden voorkomen, maar dat hun gevolgen onevenredig groot zijn. De schade neemt sterker toe dan de kans op schade afneemt. Dat blijkt ook uit het Arup-rapport over de kwetsbaarheid van de Groningse huizen. Daarin staat dat bij een aardbeving met een bepaalde versnelling huizen kunnen instorten. Als daar mensen verblijven, moeten we rekening houden met gewonden en doden.”

De NAM zegt: het veiligheidsrisico is acceptabel. Vindt u dat ook?

„Nee, dat kun je niet zeggen. Het risico in Groningen is onverminderd hoog. Het is vergelijkbaar met het overstromingsrisico, waar we in Nederland allemaal aan worden blootgesteld. Alleen hebben ze in Groningen nu een dubbel risico. En een aardbeving zie je van tevoren niet aankomen, je kunt er niet voor vluchten.

„Bovendien: het woord ‘acceptabel’ is moeilijk. Een wettelijk toetsingscriterium ontbreekt. We hebben de minister daarom ook aanbevolen om te kijken: welk risico is in Nederland nu acceptabel op het gebied van aardbevingen.

„Bij de Waddenzee is er een maximale bodemdaling bepaald. Als je daar overheen gaat, moet er langzamer gas worden gewonnen. Met zo’n wettelijke norm zou je een ‘hand aan de kraan’-principe kunnen toepassen bij de gaswinning in Groningen. Gasvraag en de bodemcapaciteit bepalen nu de productiefilosofie van de NAM. Wij vinden dat veiligheid van de mensen in Groningen de belangrijkste factor moet zijn.”

Bent u als toezichthouder met 60 man personeel opgewassen tegen multinationals als Shell en Exxon Mobil die bij NAM de dienst uitmaken?

„ Zij moeten de studies doen en hebben op het kantoor van Shell in Rijswijk het verband tussen grondversnelling en schade ontdekt. Wij zien daarop toe met goede mensen in ons eigen staatstoezicht. We maken ook gebruik van mensen bij TNO en het KNMI. En die samenwerking is goed.”

Is het denkbaar dat de NAM over drie jaar de gaswinning verder moet terugschroeven?

„Dat is zeker mogelijk. Het zal afhangen van de uitkomst van de complete risicoanalyse die de NAM voor het nieuwe winningsplan zal maken en de maatregelen die ze nemen. Daarover wil de minister halverwege 2016 beschikken. Het zou kunnen dat daaruit onaanvaardbare risico’s naar voren komen. Maar dan moet de overheid wel kunnen aangeven welke aardbevingsrisico’s zij wel of niet acceptabel vindt.

„De NAM kan in het ergste geval productiebeperking voorkomen door stikstof in het Groningenveld te pompen om zo de druk in de bodem op peil te houden. Daar zou alleen een enorme installatie voor nodig zijn die stikstof uit de lucht haalt, vijf keer groter dan de grootste installatie die er in de wereld bestaat. Die zou niet binnen 10 jaar operationeel kunnen zijn. Maar er wordt gekeken, heb ik begrepen, of dat misschien sneller kan.”