‘Hippische sport in Nederland is van een ongekend niveau’

Margarita met de dertien jaar oude ruin Smeyers Molberg. Foto David van Dam

Op iemand afstappen en vragen om geld: voor H.K.H. Margarita Prinses de Bourbon de Parme blijft het wennen. „De eerste keer moest ik slikken. Want ja, hoe begin je zo’n gesprek? Welke toon sla je aan?”

De prinses is sinds een jaar bestuurslid van Jumping Amsterdam, het hippische evenement waar de internationale dressuur- en springtop samenkomt. Naast het onderhouden van contacten met vrijwilligers is zij belast met sponsorwerving. „Ik put met terughoudendheid uit mijn netwerk”, zegt zij. „Ik laat mij niet voorstaan op mijn achtergrond. Of om in paardensporttermen te blijven: ik rijd niet mee op de rug van een ander.”

Terwijl de eerste springpaarden in de piste verschijnen, karakteriseert de prinses de Nederlandse paardensport. Die is volgens haar „van een ongekend niveau”. „De hele hippische wereld kent iconen zoals Edward Gal en Jeroen Dubbeldam. En ook de nieuwe generatie geeft hoop. Bij de vorige editie van Jumping Amsterdam werd de Grote Prijs gewonnen door nieuwkomer Frank Schuttert. Bij de dressuur zien we talentvolle aanwas in bijvoorbeeld Danielle Heijkoop.”

De 40-jarige prinses maakt een opgewekte en energieke indruk. Wie haar in spijkerbroek en leren jasje tussen de paarden in de Amsterdamse Rai ziet lopen, krijgt niet direct associaties met de koninklijke familie. Zowel ruiters als coaches roemen haar spontaniteit en inzet. „Hallo, hoe gáát het”, roept ze als een vrijwilliger haar aanschiet.

In niets lijkt prinses Margarita op de breekbare vrouw die elf jaar geleden met ex-man Edwin de Roy van Zuydewijn op de publieke tribune van de Tweede Kamer zat, om te luisteren naar het debat over ‘Margaritagate’. „Ik ben een ander mens geworden”, beaamt de prinses. „Ik heb lang niet zo veel energie en zekerheid gehad. Helderheid ook. Daarom durfde ik het ook aan om bestuurslid van Jumping Amsterdam te worden.”

Het contact met de pers valt haar niettemin zwaar. „Ik heb geen aversie tegen journalisten, maar ben wel voorzichtiger geworden” , zegt de oudste dochter van Irene van Lippe-Biesterfeld en Carlos Hugo de Bourbon de Parme. „Journalisten rakelen graag het verleden met mijn ex op. Terwijl ik denk: het is een kwart van mijn leven geleden, let’s move on!”

Om die reden praat de prinses niet uitvoerig over die roerige periode. „Ik ben een paar jaar kwijtgeraakt van mijn leven. Ik ben iets aan het inhalen, begrijp je? Ik wil niet het gevoel hebben dat ik niets gedaan heb. Dat zou zonde zijn. Ik vind het leven namelijk veel te leuk.”

Zijn de verhoudingen met de koninklijke familie volledig genormaliseerd?

„Ja. Al heeft het even geduurd. Het vertrouwen had een flinke deuk opgelopen. Ik heb het echt moeten terugwinnen. Het feit dat ze het opnieuw met mij aandurfden vind ik groots, om niet te zeggen....ontroerend. Maar laat ik hier niet over uitwijden. Dit is niet het moment, aan de vooravond van Jumping Amsterdam.”

Uw grootvader, prins Bernhard, is medeoprichter van Jumping Amsterdam en oud-voorzitter van paardensportfederatie FEI. Raakte u door hem aan paarden verslingerd?

„Zijn affiniteit met de paardensport is zeker van invloed geweest. Maar ook andere familieleden, zoals mijn moeder Irene en tante Beatrix, hebben mijn liefde voor de sport aangewakkerd. Mijn moeder was in haar jeugd een zeer goede amazone, zij heeft aan internationale springwedstrijden meegedaan. Als klein meisje bladerde ik graag door haar fotoboeken. Ik droomde er in weg, het waren mijn Penny’s [paardentijdschrift voor de jeugd]. Nog steeds past mijn moeder in haar rijlaarzen van toen. Ze is het rijden niet verleerd. Dat geldt ook voor mijn tante Beatrix. Ze is bijna 76, maar rijdt nog als de beste. Wie haar begeleidt moet goed fit zijn.”

Had u thuis vroeger ook paarden?

„In het begin stalde ik mijn paard bij een vriendin. Later mocht ik het in een oude stal op Soestdijk neerzetten. Soestdijk was mijn achtertuin, wij woonden er schuin tegenover. Dan stak ik de drukke straatweg over om een bosrit te maken. Of ik reed naar Lage Vuursche – meestal in mijn eentje. Mijn moeder heeft nooit haar eigen paarden hoeven verzorgen, maar stond er op dat ik het leerde: van stallen uitmesten tot opzadelen. Pas toen ik mij daarin bekwaamd had, mocht ik een eigen paard.”

Bij haar woning op landgoed de Horsten in Wassenaar staat nu een eenzame Shetland. Paarden zitten er voorlopig niet in. „Die moet je veel trainen. Dat kost tijd. Wel heb ik onlangs een voor mij nieuwe tak van de paardensport ontdekt: mennen. Ik heb van tijd tot tijd contact met IJsbrand Chardon [meervoudig wereldkampioen vierspanrijden]. De paarden zijn sterk en de leidsels zwaar, maar wát een machtig gevoel op die bok.”

Vorig jaar sprong Margarita tijdens Jumping Amsterdam bij Chardon op de koets voor een presentatie. De vierspanrijder zocht een vrijwilliger en de prinses aarzelde geen moment. Navraag bij Chardon leert dat zij veel indruk heeft gemaakt. „Mijn vrouw was verbaasd”, vertelt hij via de telefoon. „Ik ken bijvoorbeeld prins Philip aardig goed, maar over Margarita raakte ik niet uitgepraat. Ik vind haar vrolijk en goed gebekt.”

Prinses Margarita woont met haar echtgenoot Tjalling ten Cate en hun twee dochters (van 2 en 5) op hetzelfde landgoed waar koning Willem-Alexander en koningin Máxima en prins Floris en prinses Aimée zijn gehuisvest. Op de vraag of de koninklijke familie daarmee een handreiking deed, schudt zij haar hoofd: „Het was een zakelijke transactie. Toen het huis vrijkwam is binnen de familie gevraagd of iemand het wilde kopen voordat het op de markt kwam. Ik dacht meteen: Daar wil ik de rest van mijn leven wonen. Middenin het bos en vlak bij de stad.”

Vandaag zit uw tante op de eretribune van ‘uw’ Jumping Amsterdam. Dat moet een bijzonder gevoel geven.

Prinses Margarita glimlacht. „Zeker. Het liefst zou ik de hele avond bij haar gaan zitten, maar als bestuurslid moet ik ook mensen ontvangen. Dat hoort er bij.”