Het rapport Marokkanen en Turken ervaren de meeste discriminatie

Marokkaanse en Turkse Nederlanders ervaren veel vaker discriminatie dan andere bevolkingsgroepen in Nederland. Tweederde van deze groepen voelde zich het afgelopen jaar minstens één keer gediscrimineerd. Dit blijkt uit het rapport Ervaren discriminatie van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) dat vandaag verschijnt.

Autochtonen rapporteren het minst vaak ervaringen met discriminatie: 19 procent heeft het afgelopen jaar het gevoel gehad een keer te zijn gediscrimineerd. Verreweg de meeste autochtonen gaven aan te zijn gediscrimineerd op basis van hun leeftijd.

Hoe discriminerend is Nederland? Om die vraag draaide het in wat vorig jaar ‘het racismedebat’ werd genoemd. Nederland kreeg het toen flink voor de kiezen: de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) wees onder andere op discriminatie van moslims op de arbeidsmarkt en in horecagelegenheden. Amnesty International publiceerde een veelbesproken rapport over etnisch profileren bij politiecontroles. Een rapporteur van de VN-commissie concludeerde even later dat het Sinterklaasfeest afgeschaft moet worden. Vervolgens deed de nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer er een schepje bovenop: „Het politieke tij in Nederland is racistisch.”

Het SCP-rapport doet geen uitspraken over Zwarte Piet of het politieke klimaat, maar het lijkt de conclusies van het ECRI en Amnesty International te bevestigen. Moslims voelen zich vaker gediscrimineerd dan andere bevolkingsgroepen, met name in de openbare ruimte en op de arbeidsmarkt. Ook geven Marokkaanse en Turkse Nederlanders aan vaak het gevoel te hebben door de politie staande te worden gehouden bij politiecontroles vanwege hun huidskleur of etnische achtergrond. In de openbare ruimte komt volgens deze groepen discriminatie het vaakst voor. De helft meldt op straat, tijdens het winkelen of sporten te zijn gediscrimineerd. Het gaat vooral om pesterijen, scheldpartijen en een onvriendelijke behandeling.

Het onderzoek geeft voor het eerst een ‘een totaalbeeld van de mate van ervaren discriminatie’, aldus de onderzoekers. Er bestaan talloze studies die discriminatie in Nederland belichten, maar een totaaloverzicht van hoe Nederlanders discriminatie ervaren ontbrak. Voor het onderzoek, dat werd uigevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken, is nadrukkelijk gekozen voor de ervaring van discriminatie. Het gaat dus om wat mensen zelf als discriminatie beleven en voelen. De onderzoekers leggen het belang van die ervaren discriminatie uit met een beroemd theorema uit de sociologie: „If men define situations as real, they are real in their consequences.”

Ook Surinamers, Antillianen en Midden- en Oost-Europeanen ervaren relatief veel discriminatie in Nederland. Zo geeft ongeveer eenderde van deze migrantengroepen aan op de arbeidsmarkt te zijn gediscrimineerd. Migranten uit Midden- en Oost-Europa melden vormen van discriminatie die doen denken aan uitbuiting: drie op de tien voelt zich gediscrimineerd bij het zoeken naar een huurwoning, 15 procent zegt minder betaald te krijgen dan en collega die hetzelfde werk doet.

Ervaren vrouwen vaker discriminatie dan mannen? Nee, blijkt uit het onderzoek. Het verschil zit in de kenmerken waarop men zich gediscrimineerd voelt. Zo ervaart tien procent van de vrouwen discriminatie op grond van geslacht, tegenover één procent van de mannen. Mannen voelen zich weer vaker gediscrimineerd op basis van hun huidskleur: vijf procent tegen drie procent van de vrouwen. Bij het zoeken naar werk melden ouderen het vaakst slachtoffer te zijn van leeftijdsdiscriminatie: van de 55-64-jarigen denkt 37 procent dat een afwijzing verband hield met hun leeftijd.