Column

Gezocht: potenrammers (NL)

De potenrammer is meestal een Nederlandse man. Geweldsdelicten tegen homo’s komen hier even vaak voor als het in elkaar slaan van iemand om zijn huidskleur. Het aantal bedreigingen op grond van ras of huidskleur is zelfs „vele malen hoger” dan die op grond van seksuele voorkeur.

Dat staat nu allemaal in Anti-homogeweld in Nederland, een onderzoek van de Landelijke Eenheid Politie: het eerste rapport waarin alle registraties van anti-homogeweld zijn geteld – met de aantekening dat niet iedereen aangifte doet. Het aantal nam sinds 2009 niet toe: tussen 1 januari 2009 en september 2013 zijn 769 registraties van geweld tegen homo’s geteld, gemiddeld drie per week.

Is de potenrammer dus een „autochtone blanke man”, zoals zelfs De Telegraaf het gisteren schuldbewust meldde? Ik had het graag van de wakkere krant overgenomen, maar zo staat het helaas niet in het rapport. Etniciteit of de geboortegrond van ouders registreert de politie niet. Dit onderzoek kijkt dus alleen naar nationaliteit en geboorteland van de verdachte. Toch had van de verdachten in deze anti-homogeweldzaken een wel opvallend hoog percentage de Nederlandse nationaliteit: 61,8 procent, tegen 16,6 procent Marokkanen en 5,5 procent Turken. De onderzoekers zijn daarom onomwonden op één punt: „Eerder onderzoek liet soms een hoog percentage van uitsluitend laag opgeleide verdachten en een groot percentage Marokkaanse verdachten zien, wat de resultaten in dit rapport niet ondersteunen.”

Het was kortom toch niet zo erg als iedereen aannam.

Mij schoot een zondagmiddag in 2010 te binnen, toen honderden homoseksuelen demonstreerden tegen anti-homogeweld bij het homomonument in Amsterdam. Deelraadvoorzitter Ahmed Marcouch zei daar dat wie niet tegen vrijheid en tolerantie kon, maar moest vertrekken uit Nederland: een regelrechte toespeling op de vermeende allochtone afkomst van de daders. Maar waar bleek dat eigenlijk uit? Over cijfers repte niemand.

Ik vermoed dat één geweldsdelict de Marokkanen stevig op de kaart heeft gezet: het in elkaar slaan van de Amerikaan Chris Crain, op Koninginnedag 2005, omdat hij hand in hand liep met zijn vriend. Dit door een groep jongens die volgens Crain „Marokkaanse trekken” hadden. Omdat hij hoofdredacteur was van het homomagazine Washington Blade, waarin hij het voorval beschreef naast foto’s van zijn toegetakelde gezicht, werd dit nieuws in Amerika. En dat sloeg weer als een boemerang terug op Nederland. De organisator van de Gay Pride had het over „islamitische homohaters”. Theo van Gogh was nog maar vier maanden eerder vermoord door een moslim. Wie op dat moment weigerde ‘de dingen bij de naam te noemen’, was al snel fout. Niemand wilde ‘politiek correct’ zijn.

Ook onderzoek van socioloog Laurens Buijs wees in 2011 al uit dat homohaat eerder een autochtoon machoprobleem is dan een islamitisch tweedegeneratie-gevaar. Maar toen was men al te zeer onder de indruk van het door Marokkaanse ettertjes weggepeste homostel uit Leidsche Rijn om goed te luisteren.

Nu dan de koele cijfers: anti-homogeweld komt voornamelijk voor waar mensen beschonken uit sluitende cafés rollen. De politie vermoedt „dat anti-homogeweld dan ook vaker een gelegenheidsdelict is, in plaats van een gerichte en voorbereide actie tegen homoseksuelen”.

Waarvan akte.