Gemist vermogen

Het „Kees Boon-spaarvarken” zou nu een omvang hebben gehad van duizend miljard euro, constateert honorair hoogleraar openbare financiën Flip de Kam droogjes. Op het land van bietenboer Kees Boon in de buurt van Slochteren werd in 1959 het Groningse gasveld aangeboord – één van de grootste gasvelden ter wereld. Het geld verdween niet in een spaarpot, maar is de afgelopen halve eeuw voor het overgrote deel gebruikt voor de financiering van de lopende uitgaven van de rijksoverheid.

„Wat zou Nederland een geweldige projecten hebben kunnen financieren als dit geld duurzaam was aangewend”, zegt futuroloog Rudolf Das (1929). Samen met zijn tweelingbroer Robbert heeft hij veel duurzame toekomstvisies ontwikkeld. Een van de meeste recente ontwerpen is ‘twinland’, een tweelingeiland zo’n 15 kilometer ten noordwesten van het Zeeuwse Walcheren. Op zulke eilanden kunnen mensen wonen bij een zogenoemd valmeer. Zo’n valmeer bestaat uit een grote ringdijk, met daarbinnen een diep meer. Een overschot aan elektriciteit, bijvoorbeeld van windturbines op zee, dient om water uit het meer te pompen. Is er een elektriciteitstekort, dan wordt het meer weer gevuld met water via pompturbines, wat elektriciteit genereert. Kosten van een eiland bedragen 5 miljard euro, de opbrengst is 480 megawatt (één megawatt is goed voor ongeveer 2.000 huishoudens). „Een duurzame reservecapaciteit voor bijna een miljoen huishoudens”, rekent Das voor.

Hij en zijn broer ontwikkelden ook een drijvende windturbine. „Je kunt overal naar toe varen en ter plekke energie opwekken. Een ramp op Haïti? Je vaart de turbines voor de kust en je hebt elektriciteit in het rampgebied”, zegt Das. „Dit project had een geweldige impuls kunnen geven aan de Nederlandse scheepsbouw en het ontwikkelen van kennis op het terrein van windenergie en generatoren. Kennis die we nu veelal uit het buitenland moeten halen.”

Erfenis wordt verbrast

De Nederlandse aardgasvoorraden zijn honderden miljoenen jaren geleden langzaam gevormd. „Wij putten ze binnen honderd jaar uit en verteren de gehele opbrengst”, vindt De Kam. „Net zoals een erfgenaam de hele omvangrijke nalatenschap van zijn voorouders verbrast.” De inkomsten uit natuurlijke bronnen (olie, gas) hadden volgens hem beter kunnen worden gespaard. In die nationale spaarpot had dan nu al 500 miljard euro aan aardgasbaten gezeten, plus de beleggingsopbrengsten die daarmee sinds het midden van de jaren zestig waren verdiend. Zeg gerust: een spaarpot van meer dan 1.000 miljard euro. Dat is net zoveel als bij de gezamenlijke pensioenfondsen aan kapitaal ligt opgehoopt.

Na de ontdekking van het Groningse gasveld is in Den Haag nog wel gediscussieerd over de oprichting van een apart investeringsfonds. De PvdA, aangespoord door oud-minister van Financiën Pieter Lieftinck, was daar een fel pleitbezorger van. De aardgasinkomsten moest je niet gebruiken om de consumptie te verhogen, maar om de investeringen op een hoger peil te brengen, betoogde Lieftinck. In de Trêveszaal toonde minister Jan Willem de Pous van Economische Zaken zich voorstander van de vorming van zo’n investeringsfonds, maar zijn collega van Financiën, Jelle Zijlstra, was tegen. Hij wilde zelf over de baten kunnen beschikken, en volgens hem waren de inkomsten te gering om de overheidsboekhouding daarvoor aan te passen.

Maar de inkomsten waren niet gering. Zeker niet toen door de eerste en de tweede oliecrisis (in 1973 en 1979) de olieprijzen omhoogschoten, en daarmee de aan de olieprijs gekoppelde prijs van het aardgas. Door de miljarden aan aardgasbaten die in de staatskas vloeiden – en direct weer werden uitgegeven – leefde Nederland boven zijn stand, zegt Flip de Kam. In de periode 1959-2013 is ruim een kwart van de aardgasinkomsten besteed aan sociale zekerheid (zie grafiek). Op de tweede plaats komen openbaar bestuur en veiligheid.

Het ondergronds vermogen is uiteindelijk voor bijna 15 procent gebruikt voor investeringen in de nationale infrastructuur. De overige 85 procent van de aardgasbaten was bestemd voor sociale uitkeringen, uitgaven voor zorg en onderwijs.

Betuwelijn

Eind jaren tachtig laaide de discussie over een aardgasbatenfonds weer op. Toch zou het nog tot 1995 duren voordat dit fonds – het Fonds Economische Structuurversterking – werd opgericht. De Betuwelijn en de Hogesnelheidslijn zijn de meest bekende, via het FES, gefinancierde projecten. Vanaf 2005 werden de investeringsmogelijkheden verruimd tot uitgaven ten behoeve van de ‘kenniseconomie van Nederland’. In 2011 is het FES opgeheven en sindsdien vloeien alle aardgasbaten weer in de algemene middelen.

„Ik heb nog gebruikgemaakt van de FES-gelden voor mijn onderzoek naar maatschappelijke kantelingen op weg naar een duurzamer samenleving”, vertelt professor Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam. „Maar het was natuurlijk beter geweest wanneer de aardgasbaten waren gebruikt voor echte duurzame investeringen.”

De aardgasgelden hadden, volgens Rotmans, gebruikt kunnen worden om de industrie – „die nu nog verslaafd is aan fossiele brandstoffen” – te vergroenen. „Dat betekent een aanpassing van het traditionele productieproces en soms van het aanbod. Een bedrijf als DSM heeft die metamorfose al twee keer gemaakt. Philips is ook actief bezig. Maar ook een energieverslinder als TataSteel had die transformatie kunnen maken en daarbij had de overheid (lees: de gasbaten) een handje kunnen helpen.”

Kansen voor het platteland

Daarnaast had de overheid ervoor kunnen kiezen om van duurzame projecten (zoals zonne- en windenergie) een speerpunt van het beleid te maken. Rotmans: „Nu hobbelt Nederland ver achter bijvoorbeeld Denemarken en Duitsland aan, die wel die keuze hebben gemaakt.”

En in de provincie Groningen hadden de aardgasbaten kunnen worden gebruikt om een zogenaamde bio-economie op te zetten. In zo’n economie worden alle grondstoffen uit plantaardig materiaal en afval hergebruikt om schoner te kunnen produceren en niet langer afhankelijk te zijn van fossiele grondstoffen. Bestanddelen van landbouwproducten kunnen onder andere worden toegepast voor energie en chemie. Een ontwikkeling die vooral het platteland kansen biedt. Bij een goede samenwerking kunnen boeren rechtstreeks producten leveren die aan de basis staan van industriële productieprocessen. Rotmans: „Voorwaarde is dat een regio voldoende innovatiepotentieel heeft op de terreinen van energie, landbouw en chemie. Groningen heeft een universiteit en een groot landbouwareaal en kent bovendien sterke energie- en chemiesectoren. Daarom zou de provincie een voortrekkersrol kunnen vervullen.”

Nuttige voorzieningen

Door de aanwezigheid van aardgas is Nederland op een achterstand gezet, zegt Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. „Veel cruciale besluiten op weg naar een duurzame economie zijn uitgesteld en uitgesteld. Immers, er was gas genoeg”, zegt Hajer. Hij doelt bijvoorbeeld op de isolatie van huizen en gebouwen. „Dertig procent van de CO2-emissie gaat via de bebouwde omgeving.” Met een investering van 15.000 tot 30.000 euro creëer je een klimaatneutraal huis, „daar moeten de aardgasbaten aan worden besteed”. De hoogleraar bestuur en beleid maakt de kanttekening dat het aardgasgeld niet is verspild. „Het is besteed aan onderwijs, zorg en sociale zekerheid. Nuttige voorzieningen, alleen geen duurzame investeringen.”

Maar het is nog niet te laat. In het rapport Wissels omzetten pleitte het PBL vorig jaar voor de oprichting van een aardgasbatenfonds. „Om innovaties en investeringen in milieu besparende technologieën in Nederland beter van de grond te krijgen, is een fonds nodig voor de financiering van deze innovaties”, zegt Hajer. „Een aardgasbatenfonds is een perfecte vorm van een transitiewissel: eenmalige inkomsten uit fossiele brandstoffen worden ingezet voor de duurzame, CO2-arme economie van de toekomst.”

Milieuvoordelen

Het fonds zou ook gebruikt kunnen worden voor „radicale innovaties” in de industrie. De Nederlandse chemische industrie gebruikt nu een kwart van alle fossiele brandstoffen. Een „overheid met visie”, zegt Jan Rotmans, zou de industrie kunnen aansporen om voor 2050 te transformeren naar een duurzame bedrijfstak die werkt met alleen groene grondstoffen. Groen betekent dat gebruik wordt gemaakt van de tweede generaties biomassa of reststoffen, die niet concurreren met de voedselproductie. Ze zitten in bioplastics, biovoeding, biogeurstoffen en biomedicijnen. Rotmans: „De milieuvoordelen zijn enorm en het levert de economie jaarlijks 5 tot 10 miljard euro meer op.”

Binnenkort wordt de discussie over een aardgasbatenfonds weer actueel, want staatssecretaris Wilma Mansveld (PvdA) stuurt de Tweede Kamer een brief over de modernisering van het milieubeleid. Daarin zal onder meer het standpunt van het kabinet staan. In het Groninger aardgasveld zit nog 800 miljard produceerbare kubieke meters