Experiment met moderne muziek legt KCO in spagaat

Prijzenswaardig is het AAA-festival van het Koninklijk Concertgebouworkest, dat moderne muziek breder toegankelijk wil maken. Maar het experiment kan bij het klassieke instituut tot pijnlijke spagaten leiden.

Neem de jongste editie ‘The Human Body’: het orkest baadt in hip blacklight, maar weigert de rokkostuums uit te trekken. Een voorgesprek met Hans van Manen ging in de symfonische galm van de Grote Zaal verloren.

‘The Human Body’ suggereert dat moderne muziek in weerwil van het intellectuele imago heel lijfelijk kan zijn.

Dus bracht de gedreven dirigente Xian Zhang een wereldpremière van de zeer expressieve componist Detlev Glanert. Zijn Frenesia volgt een geijkt Glanert-procedé: dramatische klankexplosies, filmische melodieflarden en een walsje dat volledig wordt uitgewoond. Het resultaat is een glanzend gespierd torso met wat weinig inhoud.

Ook mocht Martin Fröst niet ontbreken, een uitmuntend klarinettist die ook graag beweegt. In puur instrumentale muziek van Lutoslawski is dat zeer aanstekelijk. Maar het absurdistische Peacock Tales van Anders Hillborg ontspoort in houterige amateurdansjes met carnavalsmasker. Jammerlijk afleidend, want Fröst kan als geen ander het geluid van twee klarinetten tegelijk imiteren.

Dat de lichamelijkheid van muziek toch overtuigend zichtbaar gemaakt kan worden, bleek uit de drukbezochte afterparty van jongerenvereniging Entrée. In Michel van der Aa’s Oog liet de befaamde choreograaf Thom Stuart cellist en danser tot één beweeglijke spier samentrekken.