Degelijk, lekker eten met veel liefde voor groenten

‘Welcome to Volt’ staat er op een bescheiden reclamebord voor de etalage. De kok, armen over elkaar, in het midden, eromheen drie dames met een Colgate-glimlach, alles tegen een glimmende zwarte achtergrond. Het had zomaar het affiche voor de nieuwe Holiday on Ice kunnen zijn. We kijken er maar even doorheen. Binnen is Volt, een oude lampenwinkel, rustig en verzorgd ingericht. Met verschillende soorten, maar niet te veel lampen. Aan de tafels staan van die leuke ouderwetse houten stoeltjes, die aan de basisschool doen denken. Alleen de goudvis in een minuscuul aquariumpje, weggestopt achter een kamerplant, ziet er niet zo gelukkig uit.

Een vriendelijke dame in de bediening bestiert de halfvolle zaak zeer bekwaam in haar eentje. Ze schenkt ginger ale van Fever Tree, dat is vele malen lekkerder dan de gangbare frismerken. Ook het brood, van bakkerij Menno, is lekker, de boter ook (de aïoli lijkt meer op sladressing) – alleen je moet er wel apart voor betalen (3,-). De kaart bestaat uit zes voorgerechten (12,-), vijf hoofdgerecht (20,-) en vijf toetjes (8,-). Maak je er een driegangenmenu van dan kost dat (35,-). Een groene sla (3,-) of friet (4,-) moet dan wel weer los besteld worden. Walnotenallergie is geen probleem, een kleine portie hoofd- als tussengerecht evenmin.

We beginnen met de huisgerookte zalm, die komt met venkel, radijs, een fris knapperig (vermoedelijk zelf ingelegd) zilveruitje en met mayo aangemaakte koolrabi in een courgetterolletje. Op de fijne zalm – niet te zwaar gerookt, noch gepekeld –, ligt een crumble van hazelnoot, ernaast een mierikswortelmayonaise. Die noten en zalm gaan verrassend goed samen. De groenten zijn fris en, dat zullen we de rest van de avond ook merken, allemaal knapperig en kort gegaard. Het zilveruitje geeft het nodige zuurtje. Mooi gerecht.

De kwartelterrine is lekker, blijft mooi overeind bij de volle eendenlevermousse in een knapperig pompoenrolletje. Ook de pompoensaus is lekker daarbij, vooral omdat het niets meer lijkt dan een pure pompoenpuree, heel clean en licht zoetig van zichzelf. Wat dit gerecht overduidelijk mist, is iets zuurs. En wat de vettige pangsiet met, een overigens aardige, paddenstoelenvulling op dit bord doet, is mij een raadsel. De salade van waterkers met truffel, champignons en gepocheerd ei is gewoon goed. Misschien wat zoet aangemaakt. Erbij zit een crostini gevuld met paddenstoelen en truffel (een klein paddoflapje van brood). Dat is leuk gevonden.

Menig vegetariër gaat gillen als die ergens ravioli met pompoen en ricotta op een kaart ziet staan (hier het enige vega-hoofdgerecht, los 15,-). Extreem afgezaagd, dat is waar. Maar als je een keer ravioli met ricotta en pompoen eet, dan wil je dat die zó smaakt: de pasta is goed, niet te dik, wel al dente; de vulling is fris; de groenten hebben een knapperige bite. Precies goed allemaal.

De ravioli bij de zeebaars zijn ditmaal van wontondeeg, dat geeft een slap, glibberig resultaat (de kreeftvulling smaakt ook een beetje als dimsum). De zeebaars zelf is prima gebakken, de broccoli en spinazie opnieuw top. Het hert dat Adjiedj Bakas aanraadt, is mooi rood gebakken. De balkenbrij van hertenschenkel (een plak stoofvlees gebonden met boekweit) is een leuke touch. De jus is wat te zout. We komen wel dezelfde pompoenblokjes tegen als bij de ravioli. Ook de pompoenzalf en de sojaboontjes zijn wij zeker twee keer tegengekomen. Dat is jammer.

Op de kaart staan dertien witte en dertien rode wijnen per fles (tussen de 27,50 en 69,50). Vier van elk gaan per glas (3,50 tot 5,-). Niet te duur, prima in orde (vooral de viognier viel goed in de smaak). De muziek staat niet te hard. We horen een beetje slappe jazz – Norah Jones, Diana Krall, dat werk. Het stoort ook niet. Het is rustig en fijn toeven bij Volt. De kok mag wat creatiever zijn met zijn garnering, maar kan duidelijk goed koken. Hij heeft vooral veel liefde voor zijn groenten. Je kunt hier heel degelijk en lekker eten. Vooral het ijs bij de voortreffelijke toetjes is een aanrader.