Bij makaken is alles poeha

Liesbeth Sterck kijkt apen. Eerst in Indonesië, tegenwoordig in Rijswijk. Door apen te tellen, te observeren, te beschrijven en te testen probeert Sterck (1960), hoogleraar dierecologie aan de Universiteit Utrecht, het leven in een apengroep te begrijpen. Zijn aardige apen machtiger dan agressieve? Waarom vallen vrouwtjes altijd voor de nieuwste makakenman? En hoe slim zijn die dieren eigenlijk?

Woensdag sprak Sterck haar oratie uit. Ze geeft veel voordrachten over haar onderzoek, maar voor deze was ze extra nerveus. „Ik heb de oratie twee keer geoefend. Dat doe ik normaal nooit.”

Wanneer leefde u het dichtst bij apen?

„Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik drie jaar in Indonesië gewoond. Daar heb ik onderzocht waarom apen in groepen leven, bij langoeren en Java-apen. Ik zag hoe langoerenvrouwtjes hun groep verlieten wanneer hun mannetjes niet sterk genoeg waren om de jongen te verdedigen tegen andere mannetjes die de groep wilden overnemen. Die nieuwe kerels bijten als eerste alle kinderen dood. Vrouwtjes gaan dan een nieuwe afweging maken. Ze kiezen een sterk en meestal jong mannetje uit om een nieuwe groep mee te stichten.

„Mannen houden het zo’n vijf tot zeven jaar vol in een groep. Ze moeten voortdurend opletten. Vrouwtjes dutten tussen de middag meestal een uurtje, maar die mannen zitten áltijd om zich heen te kijken. Ik denk dat het een zwaar leven voor ze is.”

Hoe ziet het leven van een bioloog in het oerwoud eruit?

„Ik ging twaalf uur per dag achter de apen aan, en dat dagen op rij. Dat is hartstikke mooi, maar op een gegeven moment heb je het bos wel gezien. Het wordt een soort achtertuin. Wel een bijzondere, want er lopen tijgers rond.”

Nu reist Sterck een uur met de trein om haar proefdieren te zien, in het Biomedical Primate Research Centre in Rijswijk. Daar doet ze onderzoek naar de intelligentie en groepsgedrag van Java-apen.

Wat kunnen we leren van makaken?

„Apen zijn onze naaste verwanten. Als je wilt weten hoe onze intelligentie is ontstaan, zijn apen de aangewezen groep.

„Een eigenschap van mensen is onze Theory of Mind. Dat is inlevingsvermogen, kunnen snappen wat een ander denkt en beweegt. De grote vraag is, kunnen apen dat ook? Eén aspect daarvan hebben we nu systematisch onderzocht: of makaken weten wat een ander ziet.”

Dat is toch vanzelfsprekend?

„Voor jou wel, omdat jij een mens bent. Wij zijn kampioen inleven. Wij dichten zelfs gevoel en doel toe aan natuurkundige processen of voorwerpen. Ken je die kinderserie over het autootje Brum dat mensen helpt? Wij gaan er zo in mee.

„Je moet eerst aantonen dat een makaak snapt dat iemand ergens heen kijkt, en daarna dat hij ook snapt wát die ander ziet. En dan: snappen ze dat een ander iets weet? Kunnen ze dat manipuleren?”

Hoe toon je dat aan?

„Daarvoor spelen we in op gedrag dat belangrijk voor ze is, waar ze elkaar om beconcurreren. Voedsel en partners dus.

„Normaal eist de dominante aap het meeste eten op. In een van onze experimenten lieten we een dier dat lager in de rangorde stond als eerste in een kooi met twee pinda’s los, terwijl ze een dominanter dier konden zien. Eén pinda zat in een doorzichtig bakje, de andere was niet zichtbaar. De apen kozen vaker voor deze afgeschermde pinda’s. Ze lijken zich er van bewust wat de dominante aap kan zien.”

En hoe doe je proefjes met partners?

„De meest dominante man van de groep wil dat hij de enige is die met vrouwtjes paart. Maar de dames willen met meer mannetjes paren, omdat ze zo alle mannetjes een vaderschapsillusie geven. Daarmee beperken ze het risico op infanticide.

„Onze apen leven in binnen- en buitenverblijven. We zagen dat niet-dominante mannetjes bijna alleen met vrouwtjes paren als de dominante man in het andere verblijf was. We hebben toen af en toe schotten neergezet, om te zien of de apen ze zouden gebruiken om stiekem achter te paren. Dat viel tegen. We hebben 1001 paringen geteld. Zes achter het wandje, acht ervoor. Ze lijken wel te weten wat een ander ziet, maar kunnen dat niet uitbuiten.”

Wat gebeurt er als een lage makaak wordt met een vrouwtje wordt betrapt?

„Soms tolereert het dominante mannetje dat. Zo niet, dan wordt de lager gerangde aap achterna gejaagd en soms gebeten. Maar makaken bijten zelden door. Ze schreeuwen vooral. Heel hard, als speenvarkens. Bij makaken is alles poeha, er komt veel toneel bij kijken.”

Kijkt u in Rijswijk nog steeds naar het groepsleven van makaken?

„Ja, we onderzoeken nu wat er gebeurt als er een nieuwe man in de groep komt. Meestal duiken de vrouwtjes er meteen op. Maar het moet geen slappeling zijn. En niet te agressief.”

De ideale apenman is evenwichtig.

„Precies. Het klinkt leuk om alfaman te zijn, maar het is hard werken.”

Wat zegt dat over mensen?

„ Die vraag wordt mij voortdurend gesteld. Als mensen zijn wij natuurlijk zelf apen en herkennen we veel van onszelf. Maar de biologie geeft geen letterlijke antwoorden, wij leggen de bestaande variatie in de natuur bloot. Dat is soms moeilijk om uit te leggen. Soms krijg ik van mijn eigen studenten op tentamenvragen boude antwoorden over mensengedrag. ‘Dus mannen plegen overspel’, lees ik dan. Ja, dat is een mogelijkheid, maar niet verplicht!”

Iedereen vindt apenonderzoek interessant. Toch zijn er niet veel primatologen.

„In Europa wordt er verder alleen in Leipzig en Italië met apen gewerkt. Wereldwijd zijn er zo’n duizend apenonderzoekers.

„Voor apenonderzoek is minder geld beschikbaar dan voor biomedisch onderzoek, omdat het niet direct toepasbaar is. Alles wat op de mens gericht is, krijgt makkelijk subsidie. Wij maken misschien geen mensen beter, maar komen er wel achter hoe mensen werken.”

Wat kan een primatoloog dan bijdragen?

„Ik heb samen met andere onderzoekers kinderen met agressieproblemen onderzocht. Als je kijkt naar hoe zij bij een eerste ontmoeting samenspelen met andere kinderen, zie je nauwelijks verschillen met andere schoolkinderen. Maar toen we ze lieten samenspelen met vriendjes, zagen we dat verschil wel. Kinderen met agressieproblemen bleken niet vaker ruzie te maken, maar als ze eenmaal ruzie hadden, vonden ze het moeilijker om te stoppen. Hun ruzies liepen vaker hoog op. Door op een biologische manier te kijken en redeneren, konden we dus achterhalen waarom deze kinderen zo’n moeite hebben met het onderhouden van relaties.”

Bij uw oratie zat de zaal vol met vrienden, familie en collega’s, hoger en lager in rang. Beschouwt u uw relaties met deze mensen ook als bioloog?

„Mijn relaties onderhoud ik op een emotionele manier, net als iedereen. Ik zou niet anders willen!

„Maar in theorie kan ik conflicten beter analyseren. Conflicten zijn niet erg, het gaat erom hoe ver je ze uit de hand laat lopen. Als ik onenigheid met mijn kinderen heb, let ik erop dat we het later ook weer bijleggen.”