Bestand getekend in Zuid-Soedan, maar wraakgevoelens blijven

De Zuid-Soedanese regering en tegenstanders van president Salva Kiir hebben gisteren een afspraak voor een staakt-het-vuren getekend, na een maand van bloedvergieten waarbij duizenden mensen zijn gedood en een half miljoen mensen op de vlucht zijn geslagen.

Het getekende bestand vormt mogelijk het begin van onderhandelingen over een politieke oplossing, maar het is zeer onzeker of ze een einde brengen aan het conflict. De massale moordpartijen, veelal met een tribale achtergrond, hebben veel kwaad bloed gezet. Veel Zuid-Soedanezen zijn uit op wraak, niet op verzoening.

Bovendien is de afspraak op te houden met vechten moeilijk te implementeren. De afgelopen weken hebben verschillende strijdmachten zich in de oorlog gemengd. Niet alleen de facties van het tussen president Salva Kiir en ex-vicepresident Riëk Machar gesplitste regeringsleger staan tegenover elkaar. Zuid-Soedanese stammilities en ook verzetsbewegingen uit het buurland Soedan hebben zich in de strijd gemengd.

De regering van Salva Kiir zegt dat het conflict begon met een poging tot staatsgreep door Machar, waarna de voormalige vicepresident een rebellie begon. Deze versie wordt door vele Soedanese waarnemers en Westerse diplomaten in Juba aangevochten. Aanhangers van Riëk zeggen dat soldaten van Salva Kiir een maand geleden probeerden Riëk te vermoorden, waarna er onder leden van zijn Nuer-stam in het leger een spontane opstand uitbrak.

Als reactie op de grootschalige moordpartijen onder Nuers in Juba begonnen Nuers in hun woongebieden leden van de Dinka-stam van Salva Kiir te vermoorden.

Agendapunten voor eventueel politiek overleg zijn vrijlating van politieke gevangenen en de Oegandese interventiemacht in Zuid-Soedan. De aanwezigheid van die interventiemacht deed de gevechten in het voordeel uitvallen van de soldaten van Salva Kiir.